Auteur: Luna

WAAROM LUNA PLOGT

“Welke foto zal ik doen”, vraag ik aan de verkering, “deze of deze?”
“Wat dacht je van allebei niet?”, zegt hij.

De verkering moet kiezen tussen 2 foto’s van een slapende Nina. Op de ene foto is alleen Nina close-up in haar mand te zien. Op de andere ligt Nina in haar mand, maar daar zie je ook een gedeelte van onze totaal ontplofte slaapkamer. De verkering wil sowieso nooit herkenbaar op online foto’s, maar foto’s van de totalitaire chaos die ons huishouden, en dus ook onze slaapkamer, soms is vind hij ook niet echt prettig. “Niemand hoeft te weten dat we zoveel kleding op de grond hebben liggen”, aldus de verkering. Maar ja, het is mijn blog en mijn leven en als ik ‘m een kusje geef, dan vergeeft hij me meestal alles. Daarnaast; hij kent mij niet anders als mét blog, wat zeg ik; in de jaren dat wij nog geen relatie hadden checkte hij m’n blog regelmatig om zo te kunnen fantaseren over een leven met mij. Oh nee, over seks met mij. Dus mijn blog heeft, naast het feit dat het een geweldig egodocument is, ook z’n functie als matchmaker wel bewezen.

Op www.maanisch.com geef ik al sinds 2001, al bijna 13 jaar dus, non-stop, inkijkjes in mijn leven door middel van geschreven tekst. Al stond er ook regelmatig een fotootje bij. Maar dat waren dan altijd leuke webcamshotjes waarop m’n haar altijd goed zat, of foto’s van de poezen. Al maakte ik in 2006 al wel een keer eerder een filmpje van de tyfuszooi in m’n huis in Amsterdam.

Want dat is waar het, voor mij dan, om gaat bij het ploggen; het laten zien van de tyfuszooi van mijn leven. Al valt het met die tyfuszooi eigenlijk best wel mee. Maar ploggen is rauw. Het is eerlijk. Het is net zo eerlijk als ik eigenlijk altijd al heb geschreven hier; enigszins schaamteloos. Het maken van een plog, het dus dagelijks online zetten van mijn bezigheden in foto’s met een kort tekstje, zorgt er in ieder geval ervoor dat ik de afgelopen weken weer wat leuks heb toegevoegd aan mijn eigen online egodocument; ‘Wat deed ik in 2014 op een gemiddelde woensdag?’ En een plog is, voor mij, gemakkelijker online te zetten dan een geschreven tekst, want daarop zit ik vaak toch langer te schaven en schuren om het helemaal perfect te krijgen. Maar de foto’s in een plog hoeven niet perfect, die kunnen gewoon lekker zoals ze zijn. Zonder Photoshop. Hop, erop.

Daarnaast: van ‘normale’ foto’s op de meeste blogs word ik enigszins onzeker. Net als van de foto’s in vrouwentijdschriften trouwens. Jesus, wat een opgeruimd huis. Jesus, die kinderen zitten altijd keurig aangekleed te stralen op de bank. Jesus, alweer een zelfgemaakte cake bij de koffie. Alweer van die leuke, hippe vrienden om mee te lunchen. Alweer een nieuw jurkje bij een designers-outlet gekocht. Weer nieuwe schoenen. Wat een mooie, schone keuken. Alles altijd helemaal gestyled, netjes, keurig, gezellig, alles is helemaal gezellig. Zelfs als er een foto van een jankende baby wordt gepost dan denk ik; ja, maar moet je kijken hoe keurig dat hoeslakentje is gestreken.

Die foto’s zijn niet het echte leven en dat weet ik. Dat weet iedereen. Maar toch.

Ploggen doorbreekt een beetje de ja-maar-vrouwen-poepen-niet-mythe.

Uiteindelijk moet bijna iedereen gewoon z’n vuilnis buiten zetten. Iedereen heeft wel eens een slechte haardag. Of een wegtrekker op de bank. Zit de rest van de wereld te wachten op foto’s van je volle wasmand? Mijn volle wasmand? Nee, vast niet. Maar fuck it, ikzelf vind het in ieder geval wél prettig om te zien dat andere mensen ploggen over dagen dat ze de hele dag tussen 4 muren zitten. Om te zien dat iemand ook wel eens 2 dagen de afwas niet doet. Of 3. Of een hele week. Ik vind het leuk om foto’s met begeleidende tekstjes van andermans poezen te zien en te lezen. Hoe anderen vaststaan in de file. Welk servies iemand heeft. Wat voor vloerbedekking. Ik vind het geweldig om te zien hoe de kinderen van www.10e.nl (de bedenker van het woord #plog en degene die de plog-movement startte) elke ochtend hun cavia op een schone theedoek aaien. Ik vind het geruststellend om te zien dat een ander ook maar gewoon elke dag opstaat, de dingen doet en weer naar bed gaat. Omdat hun leven, ergens, precies hetzelfde is als mijn leven. We are one.

Ik plaatste trouwens de close-up foto van Nina in haar mand.

6

LUNA HEEFT RECHT OP HAAR FLES ROSÉ

Albert Heijn-caissière Thea, een kloeke vrouw van een jaar of 50, laat langzaam mijn boodschappen door haar handen gaan. Een zak zoete aardappelen, bliep, 2 zakjes bapao’s, bliep, halfje bruin brood, bliep, grillworst met kaas, bliep, pastinaak, bliep, zakje Cheetoh’s, bliep, flesje rosé, bliep, piep.

“Even wat vragen hoor”, zegt Thea tegen mij en ze roept naar Jannie, de caissière die aan een andere kassa zit. “Jannie, hoe zit het nou, mag ik nou wel of niet die fles rosé aan haar verkopen?”

Ik draai me om en kijk naar Jannie. Jannie is net zo kloek als Thea, maar dan wat jaartjes jonger.

“Ja, nou, volgens de regels mag het niet”, zegt Jannie.
“Ja, nee, dat dacht ik al”, zegt Thea.
“Ze is 12 hoor”, zeg ik verbaasd tegen de caissières en wijs naar oppasmeisje M. die keurig de boodschappen aan het inpakken is. Ik had al gehoord van de nieuwe regels en dat een moeder met haar 17-jarige zoon boodschappen ging doen, maar haar sixpack met bier niet meekreeg. Dat ging mij dus niet gebeuren. Doei! Prima, al die regels, maar in het huidige politieke-kut-crisis-klimaat moet je je problemen zoveel mogelijk wegslikken met Prozac en wegspoelen met rosé. Uiteraard op een moment dat alle kinderen op bed liggen, anders geef je het verkeerde voorbeeld.
“Ja, van mij mag het gewoon hoor”, zegt Jannie, “maar van de regels mag het niet.”
“Maar waar beginnen die regels dan? Want als je nou een kindje hebt van 5, die laat je niet alleen thuis zitten, dus die moet mee boodschappen doen. En zij is 12, maar ja, zij moet ook mee.”
“Ja, ik vind het ook raar”, zegt Jannie.
“Dus het mag wel?”, vraagt Thea aan Jannie.
“Ja, ik vind het haar eigen verantwoordelijkheid”, zegt Jannie.
“Oh, ik was van plan haar een roseetje bij de lunch te geven”, zeg ik.
“Ik lust het niet eens”, zegt oppasmeisje M. ineens tegen Thea, “een keer had mamma haar vinger in het bier gedoopt en ik vond het echt smerig.”

De caissières keken me aan. Dit ging helemaal de verkeerde kant op.

“Ik ben haar moeder niet hoor”, zeg ik.
“Ik wil nooit in m’n leven gaan drinken, gatverredamme”, zegt M. stellig.
“Die regels slaan toch nergens op”, zeg ik.
“Ja, maar het zijn wel de regels”, zegt Thea, al gaat ze door met het scannen van de rest van de boodschappen.
“Ik vind het je eigen verantwoordelijkheid”, zegt Jannie.
“Die Rutte is echt stom hoor”, zegt oppasmeisje M.
“Mag ik pinnen?”, vraag ik.

Thuis krijgt oppasmeisje M. een glaasje chocomel.

9

STRESS, STRESS & DE VERLOSSING

beginpaginatotaalWat deed ik zondag 19 januari? Kijk en lees meer…

4