LUNA EN HET PERFECTE DEKBED
Eind vorig jaar was ik op de verjaardag van de dochter van een vriendin. De dochter werd 10, er was taart, er waren chipjes, er was wijn, er waren blokjes kaas en plakjes worst, maar bovenal waren er echte mensen! En met echte mensen bedoel ik; geen influencers.
“Oooooooh, ik slaap zo slecht”, zei ik. “Dat Ruud af en toe snurkt is al kut, maar ik lig soms uren wakker omdat m’n dekbed naar beneden is gezakt en dat lig ik me daar de rest van de nacht aan te irriteren en te woelen tot in de ochtend, en dan ook de menopauze en zweten en heet en koud en het is gewoon allemaal kut.” Het spreekt voor zich dat ik het woord ‘kut’ niet uitsprak in de buurt van de kinderen die de verjaardag bezochten, al ben ik daar niet volledig zeker van.
“Wij hebben zo’n kant-en-klaar-dekbed gekocht”, zei iemand.
“Ja, die hebben wij ook”, zei een ander iemand.
“Ik ook”, zei weer een ander iemand.
Dus, ik was op een verjaardag met echte mensen, geen influencers, die allemaal zo’n kant-en-klaar-dekbed hadden. Deze mensen werden niet betaald voor hun mening. Deze mensen kregen geen commissie, geen percentage van de omzet, geen VVV-bonnen, nee, helemaal niks om mij te vertellen dat die kant-en-klare-dekbedden fantastisch waren. Ideaal zelfs.
“Je gooit ‘m zo over het bed en hij gaat zo in de was en hij is zo droog”, zei iemand.
“En hij is warm in de winter, maar voelt ook koel in de zomer”, zei een ander iemand.
“Ik wil nooit meer wat anders”, zei weer een ander iemand.
Ik appte Ruud vanuit de verjaardags-situatie; ‘Ruud, we moeten zo’n kant-en-klaar-dekbed, het is de oplossing van al onze problemen.’ Nog geen 10 minuten later appte Ruud terug dat hij 2 dekbedden had besteld en dat alles goed zou komen. Uiteindelijk bleek Ruud per ongeluk 5 kant-en-klare-dekbedden te hebben besteld, want het was 2-halen-1-betalen en iets met knopjes en enthousiasme dat z’n aanstaande vrouw nu eindelijk wél eens zou kunnen doorslapen. En zoals een oud Rotterdams gezegd luidt; ‘een uitgeslapen wijf telt voor vijf.’
Nu ben ik een influencer op heel andere gebieden en ook dat gebied zorgt hier vaak voor een goede nachtrust, maar ik wil nu ook graag even die kant-en-klare-dekbedden aanprijzen. Die kant-en-klare-dekbedden zijn fantastisch! Ik wil nooit meer wat anders. Ze zijn ideaal. En omdat we er 5 hebben, waaronder 2 zebra-print-exemplaren, konden we er ook eentje gebruiken om op te liggen in plaats van onder. En dat maakt de situatie momenteel nóg aangenamer.
Vorig jaar zette ik een half uur voordat ik ging slapen nog m’n elektrische deken aan, omdat ik een koud bed afschuwelijk vind en van kou al helemaal niet kan slapen. Nu glijd ik tussen 2 kant-en-klare-dekbedden en het is zalig. Het is een knuffel tussen 2 lagen. Het is een Winter vol Liefde, maar dan gecreëerd door 2 dekbedden. Het is alles waarvan ik hoopte dat het zou zijn.
Mijn slaapritme en -rust is nog steeds niet perfect, maar dankzij die 5 dekbedden in ieder geval een stuk verbeterd. Moraal van dit verhaal; luister naar echte mensen. En gebruik gerust mijn affiliate-link hieronder. Ruud heeft tenslotte nog 4 dekbedden terug te verdienen.
LUNA EN HAAR EIGEN, LICHT SCHAAMTEVOLLE MUPPET SHOW
Ik kreeg dinsdagavond van meerdere mensen een bericht doorgestuurd dat er bij Het Kringloopcentrum Gorinchem, in, de naam zegt het al, Gorinchem, diverse Muppet Show-knuffels te koop waren. Het Kringloopcentrum Gorinchem had het bericht dinsdag om 14:17 geplaatst, ik kreeg de berichtjes einde middag binnen. Als ik nu nog in de trein richting Gorinchem zou stappen, dan zouden ze al dicht zijn. Ik besloot de volgende ochtend te gaan en als eerste om 9:00 voor de deur te gaan liggen.
Dinsdagavond staarde ik naar de foto’s die Het Kringloopcentrum Gorinchem had geplaatst. Ik wilde die Muppet-knuffels. Ik had ze nodig. Mijn lichaam, mijn hart, mijn ziel, ze hadden ze allemaal nodig. Ik heb ergens een financieel potje voor totaal overbodige aankopen die het kind in mij blij maken. Gezien de staat van de Sesamstraat-styling van m’n huis begint dat potje aardig leeg te raken. Maar! Een Kermit! Een Scooter! Een Rowlf (die ik overigens wel heb, maar die logeert hier alleen maar)! Een Animal (die ik overigens ook heb, maar dan een kleinere versie).
De volgende ochtend liep ik om 7:30 richting station Tiel en pakte de trein richting Geldermalsen. In Geldermalsen stapte ik over in de trein richting Arkel, een dorp waar ik nooit eerder was en laat ik eerlijk zijn; ik denk niet dat ik daar heel treurig om ben. In Arkel moest ik 25 minuten wachten op een bus richting het bedrijventerrein van Gorinchem.
Nu heb je mensen die 25 minuten gaan wachten in de miezer-regen op die bus. En je hebt mensen die totaal geen reet verstand hebben van navigeren, Google Maps, het inschatten van afstanden en liever lopen dan wachten. Ik behoor tot die laatste categorie.
Dus ik ging lopen. Halverwege kwam ik tot de conclusie dat dit niet het allerbeste idee van de dag was. Maar ja, ik was halverwege. Doorlopen was net zo ver als teruglopen en dan moest ik alsnog op de volgende bus wachten. Dus ik liep door. En blijkbaar liep ik door op een doodlopende straat. Die straat ging over in een stuk weiland. Maar ik liep door. Door het weiland. Het begon nu zachtjes te regenen. Ik overwoog om Ruud een berichtje te sturen dat als hij niks meer van me hoorde dat ik dan aangerand langs het Merwedekanaal lag, maar de kans dat ik daar met een gebroken heup zou komen te liggen was vele malen groter. Want het gras was nat. Ik moest door de modder. Ik ben 50. Ik gleed een paar keer uit. Het was een schaamtevolle toestand.
Maar ik had een lege, blauwe IKEA-tas bij me! En de Muppet-knuffels lagen op me te wachten! Die zouden alles goed maken. Zo’n 1,5 uur en 10.000 stappen later, maar vooral pas om 10:00 arriveerde ik bij Het Kringloopcentrum Gorinchem. Om daar 0 Muppet-knuffels aan te treffen. NUL!! Die waren dinsdag meteen al gekocht, nog voordat ze de foto online hadden gezet.
“Oh, en we hadden ook een Miss Piggy”, zei een kassa-mevrouw. Ik had haar willen slaan met een plastic Darth Vader-pop, maar die waren dinsdag ook meteen verkocht.
CHANTALL AND THE AMAZING TECHNICOLOR WEDDING DRESS
Op 5 augustus 2026 gaan Ruud en ik trouwen. En we geven een feestje op 8 augustus. Ruud is de man die ik misschien 25 jaar geleden al had moeten ontmoeten. Dan was mijn leven heel anders gelopen. En dat van hem ook. Maar de realiteit is; we hébben elkaar 25 jaar geleden al ontmoet. Online weliswaar, maar toch. We weten al 25 jaar van elkaars bestaan en we hebben elkaar tussendoor zelfs een keer in het echt gezien. Maar ondertussen hadden we levens. Relaties. Huwelijken.
Ik hou van deze man en het feit dat hij de eerste man is die ik online bij z’n volledige naam noem, zegt genoeg.
Nu is het traditie dat de man de bruidsjurk van z’n vrouw pas ziet op de trouwdag zelf, maar daar hebben wij schijt aan. We zijn geen 18 meer. Ik ben 50 en Ruud is 58 als we trouwen.
Ik ga m’n trouwjurk zelf maken. Of eerder; assembleren. Samenstellen.
Ik koop een zwarte jurk. Van boven strak, V-hals, tieten. Daaronder is-ie lang. En wijd. Daaronder komt een petticoat. Het is een jurk die nu nog weinig zegt, behalve dan die tieten, en dat hij ruimte heeft. En die ruimte ga ik vullen.
Met stofjes, textiel, dingetjes. Herinneringen.
Ik heb babykleertjes van mezelf, in een doos, maar wat moet ik ermee? Ik kan alles bewaren en the Lord knows dat ik heel veel heb bewaard in m’n leven. Dit hele huis en de garage ligt vol, maar ik ga die babykleertjes, die m’n moeder 50 jaar geleden zelf heeft gemaakt, kapot knippen en aan de jurk naaien, borduren, vastmaken. Ik denk dat m’n moeder heel trots zou zijn, want haar advies was: “Als ik er niet meer ben, dan moet je alles gewoon weggooien.” Lekker advies mamma, als je zelf die prachtige babykleertjes jaren en jaren hebt bewaard en ik iedere keer moet janken als ik ze zie.
Maar ik heb ook nog oude kleding van mezelf. Die niet meer past, maar waar toch een herinnering aan hangt. Waarom bewaren? Ik heb de trouwjurk van mijn moeder nog, wit met blauwe polkadotjes. Daar gaat sowieso een stukje van op de jurk. En ik wil er een zakdoek van m’n vader in, want als iets me herinnert aan mijn ouders is het mijn moeder die alles zo ontzettend keurig streek. En mijn vader is een man die altijd een zakdoek bij zich heeft. Zo’n ouderwetse met ruitjes. En die zakdoeken lagen altijd keurig, zo ontzettend keurig, 4 x 4 gevouwen, in de kast. Ik wil dat de kinderen van Ruud iets geven. Z’n moeder, z’n zussen, z’n broer. Mijn stiefmoeder, haar kinderen, en haar kleinkinderen. M’n vrienden en vriendinnen. Een stukje, een randje, een voering, een detail.
Maar ik wil meer! Want MORE IS MORE, LESS IS A BORE!
Ik wil ook jou vragen om iets op te sturen.
Lezers. Vrienden. Familie. Mensen die mij alleen online kennen. Mensen die al jaren bij me meelezen. En ik weet dat er mensen zijn die mij, net als Ruud, ook al 25 jaar online kennen. En mijn online community heeft me al 25 jaar door zoveel periodes heen geholpen. Jullie hebben niet alleen meegelezen, maar ook vaak gereageerd met lieve berichtjes. Zoveel lieve berichtjes! Ik verwacht geen perfecte stoffen. Geen dure materialen. Al is het een oude theedoek, een washandje, een gehaakt bloemetje, iets dat je niet meer draagt, een oud armbandje, een kraal, een bedeltje, een haarelastiekje. Iets. Een dingetje.
Iets met een verhaal. Zodat mijn trouwjurk ook een jurk wordt met een verhaal. Een amazing technicolor wedding dress
in alle kleuren van de regenboog! Een verzamelplaats. Van levens. Mijn leven. Fases. Van de mensen in mijn leven. En die van Ruud.
De komende 6 maanden neem ik je mee in het hele proces. Van wat ik ontvang. Hoe ik alles erop naai. Ik heb nog een doosje vol met oud DMC-borduurgaren van mijn oma, de moeder van mijn moeder. En daarmee ga ik alles op en aan de jurk naaien.
Dit wordt mijn jurk. Maar hij wordt dus niet alleen van mij. Ook een beetje van jou.
Je zou mij, en Ruud, heel, heel, erg blij maken als je iets opstuurt.
Dat kan naar:
Chantall van den Heuvel
De Hulk 20
4002 GB Tiel
LUNA EN DE WEKENDE PANNEN
Ik heb in m’n leven met een aantal mannen samengewoond en, hoe geëmancipeerd ik ook ben, het huishouden kwam, en komt, altijd grotendeels op mijn naam. Nu ben ik van origine eigenlijk helemaal geen goede huisvrouw en ik heb er ook een teringhekel aan, maar als het moet gebeuren, dan doe ik het. Al kan ik over het algemeen ook heel erg goed om rommel, kattenharen, rondvliegende stofwolken of een stapel was van 1,5 maand heen kijken. En ook door vieze ramen kun je, na 2 jaar geen sopje te hebben gehad, nog prima zien dat het buiten takkeweer is.
Waar ik wel heel goed in ben en ook altijd heb gedaan, zonder zeuren of zeiken, is het neerzetten van een overheerlijke maaltijd. Boodschappen doen vind ik leuk en koken vind ik leuk. Ik ben een hoarder van allerlei ingrediënten en met mijn goed gevulde koelkast en diepvries kan er dagelijks een heel voetbalelftal voor de deur staan en dan nog heeft iedereen genoeg te eten.
De afwas is een heel ander verhaal. Want ook daar heb ik een hekel aan, maar tijdens het koken probeer ik toch altijd alvast zoveel mogelijk bakjes, bestek, pannetjes, borden en glazen in de afwasmachine te zetten, omdat ik naast sta.
Nu deden de meeste mannen waarmee ik samenwoonde ook heus wel hun best door hun lege bordjes of lege glazen richting de keuken te brengen. Stond de vaatwasser dan nog vol met schone vaat, ja, dan moest die vaat eerst nog even heel, heel, heel goed drogen voordat alles in de kastjes geruimd kon worden. En als de afwasmachine nog niet gedraaid had, maar meestal werd dat niet eens gecheckt, dan belandde zo’n bordje of glas nog wel eens tussen de rest van de vuile vaat en… dan werd de afwasmachine aangezet! Hoera! Daarna moest ik natuurlijk van deze uitzonderlijke actie op de hoogte worden gebracht; “Ik heb de afwasmachine aangezet.”
Wow!! Ik ben de hele dag bezig met die afwasmachine volladen, meneer zet er een bordje of bakje bij en ‘tadaaaaaaa’; hij heeft een prestatie van wereldformaat geleverd. Denkt-ie. Want wie staat de volgende ochtend die volledige afwasmachine weer uit te ruimen? Ik! Terwijl ik bezig ben met het in elkaar draaien van een soepje, stamppot, Indiase maaltijd of vislasagne doe ik dat in- en uitladen er gewoon bij. Peanuts.
Het ergste, en ik weet het, not all men, maar alle mannen met wie ik heb geleefd deden en doen het; het laten weken van de pannen. De pannen worden niet leeggeschept in de vuilnisbak en daarna afgespoeld en in de vaatwasser gezet, neen. De pannen worden voorzien van een laagje water. Of in het ergste geval; volledig onder water gezet, alsof ze een religieuze doop ondergaan, zodat ze éxtra goed kunnen weken. Daarna worden de pannen vergeten, zodat ik ze alsnog de volgende ochtend of ‘s avonds kan schrobben, want The Lord knows dat zo’n laagje water, of laag, helemaal geen reet uitmaakt.
Gisteren maakte Ruud het wel heel bont door een ovenschaal met daarin nog een kwart van de ‘loaded fries’ onder water te zetten in de gootsteen.
“Ja, ik dacht; ik laat het even weken”, zegt hij.
“Maar dan haal je toch eerst alle frietjes eruit?”, zeg ik terwijl ik vol verbazing van de zwemmende frietjes in de ovenschaal en dan naar hem kijk.
“Oh, ja, dat was misschien wel handig geweest.”
Eén keer raden wie uiteindelijk die frietjes uit het gore, lauwe water stond te vissen om ze in de vuilnisbak te gooien en daarna de ovenschaal met een schuursponsje stond te schrobben.
LUNA EN HOE JE WAKKER KUNT LIGGEN VAN EEN BITTERBAL
Ik hou van Ruud. Ik hou ook van Ruud als-ie snurkt, maar dan toch net ietsje minder. De Snorban die Ruud ‘s nachts draagt werkt prima, maar dan moet-ie ‘m wel in doen en vooral in houden (LUNA EN DE SNURKENDE MAN). Door sommige omstandigheden, moeheid, irritatie, vergeetachtigheid of gewoon nog even wat gezegd willen hebben, want het is nogal moeilijk praten met een bitje in, wordt de Snorban nog wel eens verwaarloosd. Ook een verkoudheid of 2 biertjes teveel hebben effect op het gewenste effect van de Snorban.
In slaap vallen is voor mij nooit een probleem. Ik zie ons heerlijke bed, ik krul me op tussen de dekens, ik hou Ruud vast als een Monchhichi en ik ben binnen een minuut vertrokken. Als ik echter wakker word, vaak 2 uurtjes later, dan kom ik nooit meer in slaap. Soms probeer ik dan een serietje te kijken, soms ga ik gewoon maar wat kettingen maken en soms ga ik beneden op de bank bij de katers liggen. Het is wat het is en de menopauze helpt ook niet echt mee qua slapeloze nachten.
Gisteren heb ik geen oog dicht gedaan, wegens een opkomende verkoudheid of misschien wel een licht griepje van Ruud. Iets met hoesten. Iets dat zelfs de Snorban niet meer kon verhelpen. Het was een afschuwelijke situatie. Voor mens en dier.
Ik vertrok naar de bank beneden en zocht een stukje on-interessante pulp-tv waarvan m’n ogen hopelijk vanzelf zouden dichtvallen. Ik zag dat er een nieuwe Nederlandse serie was toegevoegd op Netflix; Blind Sherlock. En zoals de titel van deze serie al doet vermoeden; de serie gaat over een blinde man. Die blinde man gaat met zijn uitzonderlijk goede gehoor de afluisterunit van de Rotterdamse politie helpen. Dat doet hij in 6 afleveringen van zo’n 45 minuten, dus goed voor 4,5 uur kijkplezier, dacht ik. Prima om een nachtje mee door te komen en ook zeker een aanrader, maar ik ga de boel hier even spoileren.
Want… en ik voelde dit al aankomen na de eerste aflevering en ik ga dit in kapitalen schrijven en dat mag in dit geval; DE HOND GAAT DOOD. Er is een hele site gewijd aan films en series die je moet vermijden omdat de hond dood gaat (www.doesthedogdie.com), maar in dit geval is het ook nog een blindengeleidehond. DE BLINDENGELEIDEHOND GAAT DOOD. Dan ben je als regisseur, als scenarioschrijver, als producent, gewoon een slecht mens. Hoe kun je nou een blindengeleidehond dood laten gaan? Door een vergiftigde bitterbal! Een bitterbal!!! Ik ben hier de hele nacht van van slag geweest! Nu kon ik sowieso al niet slapen, maar die dode blindengeleidehond gaf me net het zetje van helemaal geen oog meer dicht doen.
Ruud heeft daarentegen een keurige 8 uur gemaakt, al dacht hij zelf dat hij ook wel een tijdje wakker heeft gelegen.
“Ik heb de halve nacht wakker gelegen”, zei hij.
“Jongen, ik hoorde je beneden nog snurken”, zei ik.
Vanavond eten we bitterballen.
LUNA EN DE RING DOORBELL
Ruud, pragmatische man als hij is, kocht na de anonieme telefoontjes, die dus eigenlijk helemaal niet zo anoniem waren, meteen een ‘Ring doorbell’. Ik heb me nog nooit onveilig gevoeld in m’n eigen huis, op geen enkele plek waar ik heb gewoond, maar aangezien de dakloze vrouw zich waarschijnlijk niet begeeft tussen apothekersassistentes, pedicures, yoga-leraren of meisjes die vrijwilligerswerk doen bij het dierenasiel, leek het zowel Ruud als mij een goed idee om zo’n ‘Ring doorbell’ te installeren. Mocht er dan onverhoopt toch een vaag figuur voor de deur staan, dan hebben we meteen extra bewijs dat we aan de politie kunnen overhandigen.
Daarnaast blijkt zo’n ‘Ring doorbell’ ook zeer geschikt om op afstand met pakketbezorgers te communiceren. Als er wordt aangebeld, maar ik ben niet thuis, dan kan ik via een intercom-systeem wel roepen dat hij het pakketje gewoon voor de deur kan leggen. Het is een aanwinst voor dit volledige huishouden.
Het bleek echter geen aanwinst voor onze directe buren.
Nu moet zo’n ‘Ring doorbell’ natuurlijk goed afgesteld worden en er zullen vast wel regels en wetten zijn, maar onze deur en de deur van de directe buren staan tegenover elkaar. Onze voordeuren zitten niet, zoals bij de meeste huizen, aan de voorkant, maar aan de zijkant. Met onze opritten ertussen. En het is dus niet te vermijden dat onze ‘Ring doorbell’ ook aanslaat als de buren op hun oprit lopen. Nu interesseert het mij werkelijk geen hol wanneer zij de deur uitgaan om boodschappen te doen, of om een wandelingetje te maken of hun stoep aanvegen om de herfstbladeren of sneeuw weg te werken, maar de buren waren niet blij met het blauwe lichtje van de ‘Ring doorbell’ die aanging als ze langs liepen.
Dat zag ik op de beelden van de ‘Ring doorbell’.
Dus ik bel aan bij hun ouderwetse deurbel: “Hé, als jullie problemen hebben met onze nieuwe bel, of vragen hebben, waarom kom je dan niet gewoon even langs?”
De buurman wordt bijna meteen boos en ik kan nog steeds niet tegen boze mannen. Waar ik vroeger in de Bambi-modus schoot, ga ik momenteel meteen in de mij-maak-je-niks-en-je-moet-me-ook-niks-proberen-te-maken-modus. “Hoe zou jij het vinden als ik hier een heel groot apparaat neer zou zetten, op jouw voordeur gericht?”, vraagt de buurman. “Dat zou me geen ene reet interesseren”, zeg ik. Misschien schreeuwde ik het. “En ik ga nu naar binnen en ik kom morgen wel terug als we allemaal weer rustig zijn.” En ik ga naar binnen. Adem in en adem uit.
Tien minuten later staat de buurvrouw voor de deur. Net als ik aangedaan door de hele situatie. Ik vraag of ze binnenkomt, ik leg uit waarom we die ‘Ring doorbell’ hebben geïnstalleerd en ik begin te huilen. “Maar waarom vertel je ons dat niet eerder?”, vraagt ze. “Omdat ik jullie niet onnodig bang wil maken en omdat het niemand wat aangaat wat er in m’n privéleven gebeurt”, zeg ik. “En omdat ik me dom en stom voel over de hele situatie.”
De buurvrouw snapt het.
“Kom hier, geef me een knuffel”, zeg ik, “ik ben blij dat je even langs kwam.” Soms is een knuffel genoeg om te begrijpen wat woorden alleen niet oplossen. Dat was met de buurman niet gelukt.
HOE HET SOMS BETER IS OM NIKS TE ZEGGEN
Ik werd gebeld door een anoniem nummer. Ik nam niet op.
Ik werd meteen daarna weer gebeld door een anoniem nummer. Ik nam weer niet op.
Ik werd meteen daarna weer gebeld door een anoniem nummer. Ik nam op en hoorde ruis. Ik hoorde een auto. Ik hoorde van alles, maar verstond niks. Ik hing op.
Ik werd weer gebeld. Ik nam op.
Er begon iemand te praten met een hele rare stem. Ik herkende de stem niet. Het zou een vervormer kunnen zijn. Daar heb je blijkbaar App’s voor tegenwoordig.
Maar alles in mijn lijf wist meteen: dit is de dakloze vrouw die me op de een of andere manier een kutgevoel probeert te geven.
“Jij hebt je kerstboom toch nog staan?”
“Ik reed er net langs.”
“Jij test toch seksspeeltjes?”
“Ja, ik zag je kerstboom staan.”
“Jij hebt toch poezen?”
En ik verloor heel even m’n rust, ik had meteen op moeten hangen, maar dat deed ik niet. Ik flipte ‘m en zei dat (…) me met rust moest laten.
Wat daarna volgde waren dagelijkse anonieme telefoontjes. En met dagelijks bedoel ik ‘s morgens, ‘s middags, ‘s avonds, ‘s nachts.
“Ik weet helemaal niet wie (…) is, maar ik las een berichtje op Telegram. Daar staat dat (…) jou niet mag en dat ze achter jou aanzit.”
“Ze wil jou pakken.”
“Zij mag jou niet.”
“Zeg eens wat terug.”
“Ben je verlegen?”
“Chantall, Chantalleke, zeg eens wat, waarom zeg je niks?”
“(…) zit hier ook.”
“Mag jij Chantall?”
“Waarom moest ik haar bellen?”
Geen reactie is de beste reactie.
En ik heb inmiddels m’n telefoon uitgezet qua geluid.
Ik zal de naam van de dakloze vrouw nooit online zetten, maar ik heb inmiddels wel meerdere meldingen gedaan bij de politie. Geen spoed, maar wel een klotesituatie. De wijkagent belde me vandaag terug. Op het moment dat ik me onveilig voel, kan ik bellen en dan staan er meteen mannetjes (M/V) voor de deur. Ik heb alle belachelijke telefoontjes opgenomen en uitgeschreven qua datum en tijd. De gevevens van de dakloze vrouw zijn bekend bij de instanties die dat moeten weten. Ruud heeft dit weekend een ‘ring-door-bell’ opgehangen, zodat ik gewoon nog de deur open kan doen als er een Temu-bestelling met spiegeltjes en kraaltjes voor de deur staat.
Ik laat me niet monddood maken. En zeker niet door (…).
LUNA NAAR DE VAN DER VALK TOCO IN TIEL
Ruud wilde vieren dat z’n huis verkocht was, dat al het papierwerk, het geld, het gedoe, dat alles achter de rug was én dat we nu dan echt ook officieel samenwonen in Tiel. Hij had al wat restaurantjes bedacht, maar ik zei: “Joh, laten we naar de Van der Valk gaan, daar is sinds vorig jaar een soort tapas-restaurant geopend. De menukaart van Toco ziet er lekker uit en voor € 39,95 kun je 3 uur lang alles bestellen wat je wil en we kunnen er lopend naartoe, dan kun jij ook een cocktailtje doen!”
Het duurde zo’n 10 minuten voordat ons gevraagd werd of we iets wilden drinken. Het duurde daarna nog eens 20 minuten voor onze mojito en gin-tonic voor ons werden neergezet.
Ik kan een gin-tonic maken in onder de minuut en dat is inclusief het uitsnijden van sterretjes, hartjes, konijntjes of kleine piemeltjes en kutjes uit een reep komkommer die ik in plakken heb gesneden met een kaasschaaf. Je gooit er een paar peperkorrels bij, een flinke scheut gin, een flesje superdeluxe tonic met een chique etiket, een paar ijsblokjes, een plastic rietje of een metalen rietje en je hoort niemand klagen. Mij niet.
Waar ik wel even over wil klagen is het eten van de Toco van de Van der Valk. Alle gerechtjes worden op de menukaart gepresenteerd als een soort van chique, maar zijn in werkelijkheid van een middelmatigheid waar een grijze muis nog van van kleur zou verschieten.
De ‘reuzengamba’s met honing-mosterdsaus, rettichsalade en zwart sesamzaad’ is in werkelijkheid 1 gefrituurde garnaal in een panko-jasje. En deze garnalen kun je gewoon kopen bij elke gemiddelde toko. Oh, wacht, misschien komt daar de naam ‘Toco’ vandaan? Want de inktvisringen waren ook gewoon ingekocht en te lang gefrituurd. En dat hoeft geen enkel probleem te zijn, als je er maar genoeg saus bij hebt om het allemaal weg te kauwen en slikken, maar onder de 3 inktvisringen zat zo’n ‘met een kwastje aangebrachte chique streep’ met net genoeg ‘aioli saus’ voor 1 hapje. De limoen die de menukaart me beloofde lag nergens bij.
De ‘little gem salad’ had geen jalapeñopepers, zoals belooft op de menukaart, maar gewone rode pepertjes en keiharde, smakeloze stukken avocado. De ‘tartaar van zalm, wasabimayonaise en kroepoek van inktvis’ had helemaal geen kroepoek van inktvis maar een gefrituurd nori-velletje en ik zou het geen ‘tartaar’ durven noemen maar meer een liefdeloos bij elkaar geduwd hapje van restjes zalm.
Over zalm gesproken; de ‘ceviche van zalm met citrussoorten, spaghetti van zoete aardappel en queso fresco’ was waar ik vooral op aansloeg om hier te gaan eten. Want; ceviche, in citrus gegaarde vis, staat toch zeker in mijn top 10 van snacks alle tijden! De ceviche van Toco zal ik ook niet snel vergeten, al komt die in mijn top 10 van culinaire teleurstellingen. Ik ben dan geen topchef, maar wel een connaisseur qua ceviche en dit gerecht leek op ontdooide diepvrieszalm met een shotje citroensap eroverheen gedrapeerd en een paar uur later geserveerd. En dan ook nog zonder de beloofde zoete aardappel en zonder de queso fresco. Wel met een blaadje rucola, hoera.
Ook de ‘geitenkaaskroketjes’ kregen weer zo’n streep saus, maar dan harissamayonaise en dit was eigenlijk best een lekker gerechtje, maar na even wat research van Ruud; deze geitenkaaskroketjes worden gewoon ingekocht bij de HANOS. Net als de ‘bitterbal van kreeft’ trouwens. Helemaal niks mis mee, maar waarom op je website koketteren met ‘geniet in tapas-stijl van verfijnde, seizoensgebonden gerechten, bereid door onze chefs in de open keuken. Van klassiekers tot verrassende creaties – steeds vers en met passie geserveerd’? Ik weet dat dat ook maar gewoon een lulverhaaltje is om gasten binnen te krijgen, maar ‘vers, seizoensgebonden, verrassend, verfijnd’, nou nee.
En die ‘open keuken’? Als ik naar links keek kon ik inderdaad 2 mannetjes bezig zien. Ik zag alleen hun hoofd, maar wat ze aan het doen waren? Geen idee, maar waarschijnlijk met het frituren van allerlei diepgevroren items. En ach, dat mag je best ‘het bereiden van gerechten’ noemen.
Mijn laatste gerechtje was een ‘mini slliptong, gebakken op de wijze van Van der Valk’ en Godallemachtig, ik moest nog net niet huilen. Wat een treurigheid. Het leek wel alsof het sliptongetje iets te lang gebakken, maar waarschijnlijk ‘op de Van der Valk-wijze’ gefrituurd was, en dat de kok daarna het zwarte velletje eraf had geschraapt. Het partje citroen kon het sliptongetje allang niet meer redden.
Middelmatige gerechtjes moet je over het algemeen gewoon wegspoelen met enorme hoeveelheden wijn, bier, of gin-tonics, maar hoewel de serveersters en serveerders bijna 2,5 uur linksom en rechtsom langs ons liepen en wij echt heel hard hebben gekeken en gezwaaid hebben we maar 2 keer een drankje kunnen bestellen. Ruud wilde weer een mojito, ik dit keer een gin-tonic met rood fruit.
“Vind u het erg als er geen rood fruit in de gin-tonic zit?”, vroeg een meisje nadat we onze bestelling al een kwartier daarvoor hadden doorgegeven..
“Eh, maar het is een gin-tonic met rood fruit”, zei ik.
“Ja, dat hebben we niet, we hebben wel citroen en komkommer.”
“Doe me dan maar gewoon dezelfde gin-tonic als ik hiervoor had.”
Vervolgens kreeg ik een gin-tonic zonder gin en met een paar plakjes komkommer. Ook in de mojito van Ruud was de rum ver, zeer ver, te zoeken. Of misschien ook wel niet aanwezig.
“Ik had nog makkelijk kunnen rijden”, zei Ruud toen we naar huis liepen.
“We hadden beter een fles gin, een fles rum, een bosje munt, een komkommer, een bak rood fruit en 3 flessen Spa rood en 3 flessen tonic kunnen kopen en een diepvries-pizza in de oven kunnen doen.”
LUNA EN EEN ROMPSLOMP VAN 7 KILO
In een zeer donkergrijs verleden werden er op Climaximaal.nl nog wel eens sekstoys getest voor mannen. Of voor mensen met een piemel. Of prostaat. In datzelfde donkergrijze verleden kreeg ik van Motsutoys.nl een aantal zeer grote, zware masturbatoren toegestuurd. Dus dan heb ik het niet over een masturbator van bijvoorbeeld Tenga, die zijn over het algemeen zeer handzaam. Nee, ik heb het over masturbatoren waarbij je eerst even moet nadenken over hoe je ze gaat oppakken, waar je ze neerzet of hoe je ze gaat gebruiken..
Ik kreeg toen ook een levensgrote romp. Nu moet ik toegeven; ik heb dit soort toys persoonlijk nooit begrepen, maar hé ieder z’n kink. Ik snap niet dat je je piemel in een romp met afgehakte ledematen wil stoppen, maar hé, nogmaals; ieder z’n kink en als het jouw kink is om dat te doen? Lekker doen! Als ik dit soort gedachten verder trek dan stop ik graag een afgehakte, stijve piemel in de vorm van een vibrator of een dildo in me, dus wie ben ik om te oordelen?
Tijdens de totalitaire opruimactie van m’n sekstoy-kantoor kwam ik die romp weer tegen. Al zijn het er eigenlijk 3; een Jeans Girl van 2,2 kilo, een Skirt Girl van 2,4 kilo en dus een levensgrote romp van 7 kilo. En met romp bedoel ik een siliconen reet en heupen met een stukje buik eraan en 2 hele kleine stompjes van bovenbenen. Nogmaals; deze toy weegt 7 kilo.
“Ruud, heb jij behoefte aan een romp?”, vroeg ik toen ik de ‘KYO 7 Sins heup masturbator’ z’n kantoor in tilde.
“Nou, ik ben nu even bezig”, zei Ruud.
“Maar wat moet ik hier mee?”
“Verkopen?”
“Ja, aan wie? En waar?
“Er is vast een markt voor.”
“Ik kan toch geen sekstoy-romp Marktplaats zetten?”
“Waarom niet?”
“Omdat het een romp is van 7 kilo.”
“Dus?”
“Ik wil geen vage types aan de deur en ook geen vage gesprekken hoeven te voeren over hoe diep het kutje van de romp is. Hij heeft trouwens wel 2 gaten en een soort van afwateringssysteem om de boel schoon te maken, echt wel goed over nagedacht. Weet je wat dit ding kost?”
“Eh, 250 euro?”
“Ja, 259 euro!”
“Daar zou je toch nog wel 100 euro voor kunnen vragen? Hij zit nog helemaal dicht in de verpakking en hij is nooit gebruikt”
“Ah, nee, dat zie ik echt niet zitten hoor.”
Ik zag mezelf al mailen met iemand die ‘oprecht geïnteresseerd’ is in een siliconen romp van 7 kilo. Of zoals het op de verpakking staat ‘7 kilo pleasure’. En dan vragen beantwoorden. Foto’s maken. Afspreken. Iemand aan de deur treffen die net iets te enthousiast is; “Jij hebt ook een best setje heupen, lijkt de toy een beetje op jouw reet?”
Dus. Ik moest ‘m naar de ondergrondse container tillen. Ik kon dit Ruud niet aandoen. Dus doos open, romp eruit en in een vuilniszak proberen te proppen. Daarna ging ik met de romp onder m’n arm op weg naar de container. Niet naar een nieuwe eigenaar, niet op weg naar een review, maar richting de vergetelheid.
Ergens ligt nu een siliconen reet te wachten op niemand.
LUNA EN DE ZELFSCAN-KASSA BIJ DE LIDL
Hé Channie, moeten we je even op komen halen om boodschappen te doen?”, vroeg m’n vader aan de telefoon. “Addy en ik gaan zo naar de LIDL, dan pikken we je even op.”
“Is goed”, zei ik, want op m’n fiets naar de supermarkt is momenteel niet te doen met al die sneeuw. En m’n vader had m’n stukje gelezen over m’n wandeling in de sneeuw richting de supermarkt. Ik haat sneeuw. Ik haat gladde straten. Ik haat kou. Ik haat naar buiten.
Ik was vergeten dat ik de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL ook haat en dat ik er daarom al maanden niet was geweest.
Ze hebben tegenwoordig bij alle supermarkten een zelfscan-kassa en ik vind ze eigenlijk allemaal kut. Er valt sowieso heel wat slechts van zelfscan-kassa’s te zeggen, maar bij de LIDL hebben ze het helemaal bont gemaakt. De zelfscan-kassa’s bij de LIDL werken namelijk op gewicht.
De eerste keer dat ik kennis maakte met de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL sloeg ik volledig op tilt. En ik was niet de enige, want de zelfscan-kassa sloeg ook op tilt. Het was een loopje waar we allebei niet uitkwamen en waar een persoon met een pasje meerdere keren aan te pas moest komen om mij en de kassa uit het loopje te halen. Het systeem van die nieuwe zelfscan-kassa’s op gewicht klinkt heel simpel; ‘je legt je tas op de weegschaal, je scant een product, je plaatst het product in die tas op de weegschaal en daarna scan je pas je volgende product’. En dit werkt misschien voor mensen zonder ADHD, mensen die precies doen wat de bedoeling is, maar het werkt niet voor mij. Het zelfscannen suggereert dat je het lekker allemaal zelf mag doen, autonomie, efficiëntie, maar het is een leugen. Niets maakt me zo opgejaagd en onhandig als de zelfscan-kassa van de LIDL die begint te piepen als ik een zak spruitjes niet op de weegschaal heb gelegd, maar nog steeds in m’n hand heb en alvast begonnen ben met het scannen van een zak afbakbroodjes.
‘Het geplaatste artikel is niet goedgekeurd door de weegschaal. Plaats het juiste artikel of vraag een medewerker om hulp.’
En ik weet dan niet meer of ik nu de spruitjes nog een keer moet scannen of de afbakbroodjes. Op tilt. Volledig op tilt.
Mijn stiefmoedertje Addy, die al 10 minuten met m’n vader met hun afgerekende boodschappen stond te wachten, zag het van een afstandje gebeuren en kwam me redden. Mijn licht-ontvlambare karakter heb ik van m’n vader en Addy zag die spruitjes en de afbakbroodjes al door de hele LIDL gaan. Addy scande uiteindelijk de spruitjes en de afbakbroodjes en er moest nog steeds meerdere keren een persoon met een pasje aan te pas komen om de rest van de boodschappen door de controle heen te krijgen, maar er zijn in ieder geval geen gewonden gevallen.
Ik hoef geen autonomie bij mijn boodschappen. Ik hoef geen technologie die mij opvoedt. Ik wil gewoon keurig betalen en naar huis. En als dat betekent dat ik weer netjes in de rij ga staan bij een kassa met een echt mens, dan voelt dat ineens verrassend modern.













