web analytics

JE KAN BETER IN 1 KEER DOOD ZIJN

Ik heb m’n moeder maar een paar keer zien huilen. De laatste keer dat ik haar zag huilen was ook meteen de laatste keer dat ze bij mij thuis was. Ze was moe. Ze was op. Het werd tijd voor het bespreken van wat belangrijke zaken, maar ja, hoe begin je over de naderende dood van je moeder met je moeder? Uiteindelijk door er gewoon maar over te beginnen. Ondanks je verdriet. Ondanks het feit dat je helemaal niet wil dat je moeder doodgaat.

“Wil je zo lang mogelijk thuisblijven? Wil je naar een hospice? Wil je euthanasie? En als je dan euthanasie wil, wil je dat dan thuis? Of toch in een hospice? Maar ja, een hospice is ook weer zo wat, want dan moet je toch afscheid nemen van je huis en dat wordt ook weer zo’n emotioneel moment. En thuis, wil je dat dan in bed? Dat is misschien niet zo heel prettig voor pappa, want die moet daarna nog in dat bed slapen, is ook weer zo’n dingetje. En wanneer is het voor jou genoeg? Wat is jouw grens?”

“Je kan beter in 1 keer dood zijn”, huilde m’n moeder met de handen voor haar ogen geslagen.

En m’n vader en ik huilden met haar mee, want we snapten heel goed dat zij het liefst gewoon in 1 keer dood zou willen zijn. Klaar met al het gezeik. Met al het gedoe. Met alle pillen, zalfjes, gesprekken met artsen, scans, kuren, afspraken in het ziekenhuis, gesprekken over doodskisten, gesprekken over het hospice, gesprekken over euthanasie. Gewoon klaar. Rust. Doei.

Mijn moeder was er niet de vrouw naar om in een bed in de woonkamer te liggen wegkwijnen: “En dan kom ik zo voor het raam te liggen? Nee, hoor, doe me dan maar een spuitje.” Dus we spraken uiteindelijk met de huisarts af dat als m’n moeder niet meer zelfstandig de trap op en af zou kunnen dat er dan een SCEN-arts langs zou komen en dan zou binnen maximaal 2 tot 3 dagen het leven van m’n moeder beëindigd kunnen worden. Als ze dat dan nog zou willen. Ik downloadde een euthanasieverklaring, m’n moeder tekenende die en mijn vader en ik zetten er ook onze handtekeningen onder. Mijn moeder sprak bij een volgend huisarts-bezoek nog een keer haar wens tot euthanasie uit.

Een paar weken later was het moment daar dat m’n moeder met veel moeite nog wel naar de slaapkamer op de eerste verdieping was gekomen, maar de kracht niet meer had om de volgende ochtend naar beneden te gaan.

Het was tijd.

Of misschien wat het al te laat, want m’n moeder wilde uiteindelijk toch naar een hospice, want dat bed in de woonkamer, dat zag ze echt niet zitten. Maar ja, het hospice bleek vol. Vol én met een wachtlijst van 3 personen. En dan? Dan bel je de huisarts, maar omdat het een huisartsenpraktijk betreft met 4 parttime werkende huisartsen was het niet mogelijk dat de eigen huisarts kwam, want die was vrij. Er kwam een andere huisarts die we nog nooit hadden gezien.

“Het hospice zit vol en mijn moeder wil euthanasie”, zei ik.
“Maar dat het hospice vol zit wil niet zeggen dat je dan maar tot euthanasie over moet gaan”, zei deze huisarts, “en je moeder zit nog helemaal niet aan de maximale pijnmedicatie.”
“Eh.”

Niet meer zelfstandig de trap op en af kunnen doet pijn.
Niet meer naar het toilet kunnen doet pijn.
Een glas niet meer op kunnen tillen doet pijn.
Kanker hebben doet pijn.
De naderende dood in de ogen kijken doet pijn.
Niet meer kunnen slikken doet pijn.
De kracht niet meer hebben om te praten doet pijn.
Dingen niet meer kunnen die je gisteren nog wel kon doet pijn.

Pijnlijk.

Het werd uiteindelijk toch dat bed in de woonkamer, een ophoging van de medicatie en deze huisarts zou gaan overleggen met de andere huisartsen en ervoor zorgen dat de SCEN-arts alvast langs zou komen. Dat zou een geruststelling moeten zijn.

Die SCEN-arts is er nooit gekomen. Want, de feestdagen, want, steeds een andere huisarts, want, het weekend, want er was echt nog heel veel mogelijk qua pijnmedicatie.


Deze sticker zat ooit bij Flow Magazine en zit al jaren op een tegeltje in mijn toilet en op een tegeltje in het toilet van m’n ouders. De tekst heb ik op de rouwkaart van m’n moeder gezet.

Hoewel m’n moeder zelf nooit in een ziekenhuisbed in de woonkamer wilde liggen heeft ze me in die laatste 2 weken geleerd wat overgave, loslaten en vertrouwen is. Misschien is het wat ik als dochter nodig had.

Ik heb m’n moeder zien veranderen.
Van hard naar zacht.
In gewoon maar een vrouw.
In gewoon maar een mens.
In uiteindelijk gewoon maar een lichaam.

Ik ben, achteraf, blij dat ze niet in 1 keer dood was.

6

LUNA IS EEN DATA-HOARDER

M’n pc deed het al maanden niet echt lekker. Updates konden niet meer worden uitgevoerd, ik kreeg regelmatig een blauw scherm te zien, grote bestanden kon ik niet meer bewerken in Photoshop zonder dat er iets heel onheilspellend in m’n pc-kast begon te rammelen en ik kon al helemaal geen video’s bewerken, wat zeg ik; er was geeneens ruimte op m’n pc meer om een video-bewerkings-programma te installeren. Het was dus de hoogste tijd voor een nieuwe pc waar ik dan ook eindelijk Windows 10 op kon laten draaien, want m’n oude pc draaide, zij het ietwat instabiel, nog op Windows 7.

Maar ja, ik was zelf ook een beetje instabiel in 2019 en alleen al van de gedachte aan een nieuwe pc of een nieuw besturingssysteem werd ik nog instabieler. Ik houd niet van veranderingen en al helemaal niet van veranderingen aan m’n pc. Ik word al zenuwachtig van een nieuwe wallpaper op de achtergrond of als ik ineens moet werken met een nieuw toetsenbord of een nieuwe muis en dan ineens álles nieuw? De. Hel.

Maar de gedachte dat m’n oude pc er ineens voorgoed mee zou kunnen stoppen en ik al m’n data kwijt zou zijn deed me uiteindelijk toch besluiten om een nieuwe pc te bestellen. Of bestellen? Bestellen? Ik vroeg of ex S., de man die me al zo’n 25 jaar helpt met m’n pc’s, er eentje voor me kon samenstellen en in elkaar kon zetten. Kon-ie. Deed-ie.

Nu had ik dit ook allemaal met mijn eigen M. kunnen regelen, want computers zijn dus zeg maar echt zijn ding, maar sommige dingen moet je als partner van mij, niet willen. Dit is zo’n ding.

Dus zo kwam het dat ex S. gisteren samen met mijn nieuwe computer, een AMD Ryzen 3700x processor met een 280mm AIO koeler in een BeQuiet Darkbase 500 behuizing, Asus Prime X570-PRO moederbord met 32GB 3600Mhz geheugen, een 1TB Adata SX8200PRO SSD en een Gigabyte Geforce 1660 Super videokaart inclusief een Corsair RM550x-voeding in Tiel arriveerde.

“Oh, wat leuk, hij heeft regenboog-lichtjes”, zei ik.

Daarna gingen ex S. en M. samen aan de slag om alle data van mijn oude pc over te zetten naar de nieuwe pc. Ik had beloofd om rustig te blijven, niet te gaan huilen en te vertrouwen op twee nerds van bijna 50 die heus wel vaker wat computer-data hadden overgezet.

“Dit heb ik nog nooit gezien”, zei ex S., doelend op de hoeveelheid stof die er in m’n oude pc zat, “het is een wonder dat dit ding het nog deed.”
“Het is niet heel slim om een Word-document op je bureaublad te hebben staan met de titel ‘wachtwoorden’, als je wordt gehackt, dan ben je alles kwijt”, zei ex S., maar M. zegt dit zo ongeveer elke week, dus nieuwe informatie was dit niet.
“Je moet echt beter gaan back-uppen hoor”, zeiden ze. Meerdere keren. Hoorde ik de afgelopen jaren ook wel vaker.
“Dit kan wel even duren”, zei ex S.
“Alles komt goed”, zei M.

En uiteindelijk kwam alles ook goed. Althans, m’n nieuwe pc is aangesloten, al m’n programma’s zijn geïnstalleerd en ik heb al m’n data (en dat was nogal wat) ook weer ergens op de nieuwe pc staan, al is het nog een grote chaos en werkt alles voor m’n gevoel helemaal anders.

“Ik vind dat je het heel knap gedaan hebt vandaag”, zei M.
“Ik moest maar 1 keer bijna huilen”, zei ik.

Mijn computer is klaar voor de toekomst.
Nu ik nog.

 

Ex S. en ik go waaaaaayyy back! Ik vond in m’n archief wat eerdere columns over nieuwe pc’s, gecrashte pc’s en de hulp van ex S. die ik daarbij kreeg: #15 – TRUST ME, LUNA HOUDT NIET VAN AFHANKELIJKHEID, LUNA EN EEN GECRASHTE PC, LUNA KRIJGT WAT ZE VERDIENT.

LUNA VERGEET 4 FEBRUARI NOOIT MEER

“En ik wil dan een mooie urn.” M’n vader zei dit al toen m’n moeder nog leefde en m’n moeders reactie was altijd; “Dat moet jij weten.” Mijn reactie was altijd: “Neeeeeeeeee, dat is echt freaky, dat is raar en dan staat ze daar en als jij er dan ooit ook niet meer bent dan zit ik met die urn opgescheept en die kan ik dan natuurlijk nooit weggooien of uitstrooien en dan zit ik de rest van m’n leven met zo’n urn waar ik tegenaan moet kijken!”

Maar toen het moment eenmaal daar was en m’n vader online naar wat urnen keek , wilde ik ineens ook een urn. Ik bedoel; hij een urn, ik een urn. Het voelde gewoon helemaal de bedoeling! Ik heb ook de as van al m’n katten in blikjes en de as van m’n moeder zou daar prima en gezellig bij kunnen staan.

We maakten een afspraak om bij de urnenwinkel van DELA te gaan kijken en m’n vader koos voor een stenen urn in 2 kleuren grijs en met een zilveren hartje in het midden. Ik kon in de urnenwinkel niks vinden, ik vond ze te vaasachtig, te pathetisch, te vlinderig, te kitsch, te stenig, te blauwig, te zwartig, te bruinig, te traditioneel, te saai, te decoratief, te keramisch, te druppelig, kortom, teveel op een urn lijken. Maar uiteindelijk werd ik online verliefd op een beeldschoon wit messing vogeltje met gesloten oogjes.

Het is voor een crematorium wettelijk verplicht om de as van een overleden persoon 1 maand en 1 dag te bewaren. Het mag ook langer, tot een half jaar, maar mijn vader wilde m’n moeder zo snel mogelijk weer in huis hebben. Mijn moeder’s crematie was op 3 januari, dus 4 februari mochten we haar halen.

Dingen waar m’n moeder een hekel aan had; mensen die op Facebook alles maar klakkeloos kopiëren en dan vooral berichtjes als ‘dit kaarsje brandt voor iedereen die iemand is verloren aan die vreselijke ziekte’, ‘kopieer dit bericht als je ook iemand kent die strijdt tegen kanker’ en ‘ik ben tegen kanker, wedden dat niet iedereen dit op z’n eigen timeline durft te zetten’. Maar het bericht dat haar het meeste irriteerde en dat op zo ongeveer alle dagen van het jaar wel eens voorbij kwam; ‘Vandaag is het Wereldkankerdag, ik brand dit kaarsje voor iedereen die tegen kanker strijdt en voor iedereen die het gevecht tegen deze ziekte heeft verloren.’ ‘Het is vandaag geen Wereldkankerdag’, reageerde m’n moeder dan.’ En er soms achteraan; ‘En kanker is geen strijd.’

Toen ik vanmorgen Facebook opende zag ik een foto van een 3 brandende kaarsen voorbij komen met de tekst: ‘VANDAAG IS HET WERELDKANKERDAG, EEN KAARSJE VOOR IEDEREEN DIE DE STRIJD TEGEN DEZE ZIEKTE HEEFT VERLOREN, EEN KAARSJE VOOR HEN DIE NU LEVEN TUSSEN HOOP EN VREES, EEN KAARSJE VOOR FAMILIE’S EN VRIENDEN DIE HET OOK ZO MOEILIJK HEBBEN, EEN KAARSJE IN DE HOOP DAT HET TOT STEUN MAG ZIJN’. Oh, lekker dan die kapitalen en lekker dan die kaarsen en lekker dan weer zo’n berichtje over strijden en verliezen, het is geen wedstrijd, Godverdomme, en het is vandaag ook geen Wereldkankerdag, hou toch op, dacht ik. Tot ik nog zo’n berichtje voorbij zag komen, en nog eentje. Ik Google’de en kwam erachter dat 4 februari, vandaag dus, écht Wereldkankerdag is. Zelfs ik, die bijna 8 jaar een moeder had met kanker, heb het nooit onthouden.

Maar vanaf vandaag zal ik het nooit meer vergeten, want vandaag is ook de dag dat we de as van m’n moeder hebben opgehaald. Ze is weer een soort van thuis.

Ze had het zelf niet beter kunnen plannen.

8

LUNA EN HET ZWARTE GAT

“Je zult hierna wel in een groot, zwart gat vallen.”

Het is zowel tegen mij als m’n vader gezegd de afgelopen weken. Ik vind het weinig bemoedigende woorden voor de toekomst. Ze zullen vanuit goede bedoelingen worden uitgesproken, want iemand moeten missen waar je zo dichtbij stond, waar je zoveel van hebt gehouden, is een groot gemis. Maar vallen? In een zwart gat? Dat zit niet in me. Ook niet in m’n vader trouwens. Die reageert op het zinnetje ‘je zult nu wel in een zwart gat vallen’, net als ik met een ‘nou, dat was ik eigenlijk niet van plan’.

Mocht er een hiernamaals bestaan en mocht er vanuit dat hiernamaals de mogelijkheid zijn om de levenden nog even wat boodschappen door te geven dan weet ik zeker dat m’n moeder meteen zou komen melden dat bij de pakken neer gaan zitten niet de bedoeling is, dat we ons niet zo aan moeten stellen en dat ze ons dit niet zo heeft geleerd.

Je valt niet in een groot, zwart gat.
Je valt in een ruimte.
Er ontstaat ruimte.
Een ruimte zonder mijn moeder.
En in die ruimte is tijd.
Een tijd zonder mijn moeder.

En die tijd zal gewoon weer gevuld worden met de normale, dagelijkse dingen. Je moet uiteindelijk toch eten. Je zal toch weer gewoon moeten gaan koken. Je moet toch weer boodschappen gaan doen. Je moet zorgen voor voldoende toiletpapier, voor genoeg hondenvoer en voor genoeg kattenvoer. Je zal de hond gewoon moeten uitlaten en de kattenbakken zullen ook gewoon moeten worden gedaan. En je zal gewoon weer moeten werken, want de rekeningen zullen ook gewoon weer moeten worden betaald.

Ik wilde laatst m’n moeder even bellen.
“Weet je wie er dood is?
Jij.”

LUNA EN HÉT VERHAALTJE VOOR HET SLAPENGAAN

Toen Michael en ik elkaar net leerden kennen sliep ik slecht. Michael opperde om een luisterboek aan te zetten, want met een beetje gewauwel op de achtergrond is het een stuk makkelijker in slaap vallen, dacht hij. Het was het proberen waard.

We hadden een korte zoektocht naar het ideale luisterboek. Want, welke stem is fijn om naar te luisteren en welk verhaal is boeiend genoeg? We kwamen er al snel achter dat we een vrouwenstem allebei niks vonden. Ook vonden we een Nederlands gesproken boek niet prettig om naar te luisteren en een roman of thriller vonden we ook niks. Het werd uiteindelijk ‘A Short History Of Nearly Everything‘ van Bill Bryson, ingesproken door Richard Matthews.

Nu, zo’n 3 jaar verder is naast ‘welterusten’ en ‘ik hou van jou’ mijn meest uitgesproken zinnetje in bed; ‘Wil je het verhaaltje aanzetten?’ En ook Michael zegt regelmatig, als hij merkt dat ik naast hem lig te draaien en woelen; ‘Zal ik het verhaaltje voor je aanzetten?’

Het luisterboek van ‘A Short History Of Nearly Everything’ duurt 18 uur en 13 minuten. We begonnen 3 jaar geleden keurig bij hoofdstuk 1, Michael zette de timer steeds op 30 of 45 minuten en als we ’s nachts wakker werden zette hij ‘m soms nog een keer aan en luisterden we verder waar we gebleven waren. Toen we het boek uit hadden zijn we gewoon weer opnieuw begonnen. En weer. En weer. En weer. We hebben dit boek de afgelopen jaren waarschijnlijk zo’n 60 keer van begin tot einde gehoord.

Het is een geweldig boek vol met heerlijke feitjes over, nou ja, zo ongeveer alles wat met de aarde te maken heeft en het verveelt zelfs na 3 jaar nog niet, omdat je sommige stukken gewoonweg niet onthoudt of misschien niet hoort in je slaap. Al kan ik sommige stukken inmiddels wel dromen. Zo heb ik voor m’n gevoel al 100 keer het stukje gehoord over Yellowstone Park en dat het daar eigenlijk een soort tijdbom is. Dat Bob Evans supernova’s kan spotten met het blote oog heb ik ook al heel vaak horen vertellen. En ook het stukje over de papieren van Madame Curie en dat die nog steeds zo radioactief zijn niemand ze mag aanraken zonder een beschermd pak te dragen, komt regelmatig voorbij.

Maar sommige stukken lijk ik ineens voor de eerste keer te horen, ook al heb ik alles dus al minstens 60 keer, bewust of onbewust gehoord. Dan word ik de volgende ochtend wakker en dan is er ineens iets blijven hangen over Darwin, dinosaurussen, een meteoorinslag, de homo erectus, microben of DNA. Of dan vertelt Michael iets en dan herinner ik me ineens ‘dat dat vannacht bij het verhaaltje was’.

In de laatste weken voor m’n moeders dood sliep ik slecht. Ik sliep wel in, want stress, ellende, gedoe en slapeloze nachten zorgen ervoor dat je aan het einde van de dag kapot bent. Ik werd echter na een paar uurtjes weer wakker om daarna te liggen malen.

“Wil je het verhaaltje aanzetten?”

In 1 van die nachten hoorde ik onderstaand stukje voor de eerste keer.

‘Every atom you possess has almost certainly passed through several stars and been part of millions of organisms on its way to becoming you. We are each so atomically numerous and so vigorously recycled at death that a significant number of our atoms – up to a billion for each of us, it has been suggested – probably once belonged to Shakespeare. A billion more each came from Buddha and Genghis Khan and Beethoven, and any other historical figure you care to name. (…) When we die, our atoms will disassemble and move off to find new uses elsewhere – as part of a leaf or other human being or drop of dew. Atoms themselves, however, go on practically forever.’

Ik vind deze wetenschap een enorme geruststelling en een enorme troost om bij in slaap te vallen.

LUNA EN ‘DE OUDE WEBLOGKLIEK’

Gisteren stonden m’n vader, Michael en ik op het punt om de deur uit te gaan om even een hapje te gaan eten toen er werd aangebeld. Die ochtend hadden we mamma, zoals zij dat wilde, met z’n drietjes weggebracht. M’n moeder hield van sober en van haar had zelfs de hele condoleance de dag ervoor niet gehoeven, maar wat waren wij blij dat er zoveel meer mensen kwamen dan we hadden verwacht. Ik ben sowieso volledig overdonderd en verrast door alle lieve berichtjes, kaartjes, sms-jes, app-jes, reacties en DM’s die ik en mijn vader de afgelopen weken heb ontvangen. Je voelt je even enorm gedragen.

Terug naar gistermiddag. Voor de deur stond een mannetje met een bos bloemen. Precies eenzelfde soort bos die ik bijna 3 jaar lang elke zaterdag samen met Michael bij m’n moeder bracht. Elke zaterdag kochten wij bloemen bij Jungerius en Michael maakte elke zaterdag een foto van mij met de bloemen om op zijn Instagram-pagina te zetten. Op sommige foto’s zie je mij van de achterkant met de bloemen, op sommige foto’s moest ik even keurig poseren en op sommige foto’s zie je 1 van mijn ouders, of allebei, in de deuropening staan terwijl ik de bloemen overhandig. Dierbare foto’s dwars door de seizoenen heen.

Toen ik deze week de laptop van m’n moeder opende zag ik dat ze alle ‘#bloemenmeisje-foto’s’ had gedownload en in een mapje had gezet. Wist ik niet.

Bij de bloemen die ik gisteren kreeg zat een brief. Een brief van bijna 50 bloggers uit ‘de oude weblogkliek’. Mensen die, net als ik, bij de eerste bloggers van Nederland horen.

‘We waren bij jullie de afgelopen tijd. De ene blogger wellicht wat dichterbij dan de andere. We lazen de berichten, de teksten, we leefden mee. We wilden wat achterlaten in de comments, hoewel niet voor iedereen even makkelijk. Woorden voldoen niet altijd, vind maar eens de juiste toon, iets puurs, iets herkenbaars, iets waar je zeker van bent dat de ander daar iets aan heeft. Waar onze woorden tekortschoten hebben we besloten om jullie de komende tijd te laten weten dat we in gedachten bij jullie en jullie verlies zijn. In de vorm van bloemen, die zo veel beter kunnen spreken in moeilijke tijden waar een mens vaak sprakeloos staat.’

Van deze ‘oude weblogkliek’ krijg ik een jaar lang elke 2 weken een bos bloemen thuisbezorgd door Jungerius. Op zaterdag. Van zo’n bijzonder cadeau ben ik sprakeloos.

Ik vind termen als ‘het raakt me tot in het diepste van m’n ziel’ ontzettend overdreven, maar dit raakt me. Het raakt me ontzettend. Het raakt me in m’n herinneringen, aan waar ik vandaan kom en aan dat wat ik belangrijk vind.

Het raakt me op de plek die liefde heet.

DE SOUNDTRACK VAN MIJN MOEDERS DOOD

Eerste Kerstdag om 8:00 begon de Top2000 op Radio 2. In mijn ouderlijk huis stond vanaf dat moment de televisie zachtjes aan in de woonkamer, zodat we niet alleen konden luisteren naar de nummers van 2000 tot 1, maar ook mee konden kijken naar de stroom van mensen die het Top2000-huis bezocht. De dj’s draaiden de plaatjes, de wereld draaide gewoon door, terwijl mijn wereld een beetje stil stond.

Mijn moeder keek vanaf het ziekenhuisbed mee. Ze wees af en toe naar het scherm, glimlachte soms, gaf nog een keer een knipoog, maar had steeds vaker allebei haar ogen dicht.

Ze was er nog wel, maar ook weer niet.
Ze zweefde tussen hier en daar.

De nacht van 27 op 28 december besloot ik bij m’n moeder beneden op de bank te slapen. Ze had de hele dag haar ogen niet meer open gehad en je voelt, je hoort en je ziet gewoon dat het einde nadert. Vergeet alle Hollywood-films die je ooit zag met stervende mensen, want de naderende dood is not a pretty sight and sound.

Als mamma het van tevoren had geweten, dan had ze het misschien niet zo gewild, maar dingen lopen soms anders. ‘Life is what happens when you’re busy making other plans’, een zinnetje uit het liedje ‘Beautiful Boy’ van John Lennon. Een liedje dat overigens niet in de Top2000 staat. Als ik het allemaal van tevoren had geweten, dan had ik gedacht dat ik het niet zou kunnen. Niet aan zou kunnen. Tot het zover is en je de dingen gewoon doet. Omdat het moet. En omdat je uiteindelijk niet anders wíl dan je moeder tot het einde begeleiden.

Ik luisterde die nacht samen met haar naar de Top2000. Soms dommelde ik een liedje in, om bij een volgend liedje weer wakker te schrikken van een harde ademhaling van m’n moeder. Al vanaf dat de Top2000 startte had ik me afgevraagd met welk nummer ze zou gaan.

Mij leek nummer 1154, ‘All You Need Is Love’ van de Beatles wel geschikt. Werd het niet. Dolly Parton met ‘I Will Always Love You’ op 1147 was ook bijzonder geweest. Werd het niet. Ook ‘If You Don’t Know Me By Now’ van Simply Red op 1135 werd het niet. Ik had zelf ‘Heaven For Everyone’ van Queen op 1120 wel mooi gevonden. Mijn ouders en ik zijn alle drie een groot Queen-fan en deze leek me wel toepasselijk. Die werd het ook niet.

Ik stond af en toe bij haar bed, hield haar hand vast en depte haar lippen met wat water. Je wil zo graag iets doen, maar je kan zo weinig doen. Ik zei dat ze mocht gaan, dat ze alles los mocht laten wat er maar los te laten viel en dat het allemaal goed was, maar het was haar tijd die nacht nog niet.

Uiteindelijk koos m’n moeder een paar uur later voor Christina Aquilera met ‘Hurt’ op nummer 1016, ook al valt er waarschijnlijk niks echt te kiezen, want je gaat wanneer je gaat. Maar precies op deze 4 regels ademde mijn moeder voor het laatst in en uit.

I would hold you in my arms
I would take the pain away
Thank you for all you’ve done
Forgive all your mistakes

“Ze is weg”, zei m’n vader.
“Ja”, zei ik.

En hoewel de naderende dood dus not a pretty sight and sound is, maakte deze 4 regels op de achtergrond het voor mij tot een groot spiritueel cadeau.

Mijn geweldige moeder is zaterdag 28 december rond 11:30 overleden terwijl mijn vader en ik haar hand vasthielden. Vol liefde hebben wij haar, samen met Michael, tot het allerlaatste moment thuis verzorgd en liefgehad. Ik ben dankbaar dat ik de laatste jaren, weken, dagen en vooral de allerlaatste nacht zo intens met mijn moeder door kon brengen. Dat is iets waar ik de rest van mijn leven trots op zal zijn.

DAGEN ZONDER DATUM

“Het lijkt wel winter”, zegt m’n moeder ineens als ze naar buiten kijkt.
“Het is ook winter”, zeg ik.

Ze ligt in het ziekenhuisbed in de woonkamer, naast het raam. Ze kan naar buiten kijken of naar de televisie, maar meestal heeft ze haar ogen dicht.

“Het is geen winter”, zegt ze.
Ik kijk op m’n telefoon om de datum te checken. Ik weet al een tijdje niet meer wat voor dag het is. Maandag, zondag, dinsdag, november, december, Eerste Kerstdag. Alles loopt door elkaar. Het zijn dagen zonder datum.
“Je hebt gelijk”, zeg ik, “het is 20 december, de winter begint morgen.”
Ze kijkt me aan met een ik-ben-nog-lang-niet-gek-blik.

Praten kost haar steeds meer moeite. Ze is stil.

Het heeft tijd, veel teveel tijd, gekost om de juiste hoeveelheid pijnmedicatie geregeld te krijgen. Van die pillen naar andere pillen en van weer andere pillen naar pleisters. Het heeft tijd, veel teveel tijd, gekost om de huisartsen de urgentie van de situatie te doen inzien. En het heeft ook tijd, teveel tijd, gekost om de thuiszorg op de rit te krijgen. Het regelen van euthanasie kost trouwens ook tijd. Daarnaast; mijn moeder is nog nooit terminaal geweest, mijn vader heeft nog nooit met een terminale vrouw te maken gehad en ik niet met een terminale moeder. Wij weten ook niet wat we moeten doen of wat de bedoeling is. We doen maar wat. We doen wat wij denken dat het beste is voor m’n moeder. Dat het eind december is, werkt ook niet echt mee.

Ik belde huilend met een huisarts: “Ik voel me gewoon ontzettend in de steek gelaten door de gezondheidszorg.”

Hoeveel mooie zinnen ik er ook over zou willen schrijven; dit laatste stukje leven, dit stukje zo ontzettend dicht bij de dood, dit stukje is lelijk. Er is geen ander woord voor. Het is lelijk en het voelt oneerlijk en vooral als niet de bedoeling.

“Het komt zoals het komt”, fluisterde m’n moeder gisteren.

Het zijn dagen zonder datum. Het zijn dagen dat m’n moeder er nog is. Tot er weer een dag met datum komt. De dag waarop m’n moeder sterft.

HET GAAT ALLEMAAL HEEL HARD NU

Het zijn van die verhalen die je hoort op straat. Of in de supermarkt. Of leest in een tijdschrift. ‘Toen hij eenmaal in het ziekenhuis lag, toen ging het hard.’ ‘Ze ging voor iets kleins naar de dokter en daarna is het eigenlijk heel hard gegaan.’

Het zijn vooral alle laatste keren die hard voorbij gaan.

Laatste keer met z’n drieën naar de LIDL.
Laatste keer wandelen.
Laatste keer bij mij eten.
Laatste keer naar buiten.
Laatste keer in haar stoel.
Laatste keer in haar eigen bed slapen.

En juist omdat al die laatste keren elkaar zo snel opvolgen heb je op het moment zelf niet in de gaten dat het allemaal laatste keren waren. En dat is maar goed ook, want anders blijf ik aan het huilen. Al is er eigenlijk weinig tijd om te huilen of om te lang stil te staan bij de situatie, want alle laatste keren worden opgevolgd door allerlei eerste keren die geregeld moeten worden. En in het regelen van al die eerste keren gaat veel tijd en vooral heel veel geduld met de huisartsen, huisartsassistenten, thuiszorgcentrales en verzekeringsmaatschappijen zitten.

Eerste keer kennis maken met huisarts 1.
Eerste keer kennismaken met huisarts 2.
Eerste keer kennismaken met huisarts 3.
Eerste keer slapen in een ziekenhuisbed in de woonkamer.
Eerste keer je moeder naar het toilet brengen.
Eerste keer een morfinepleister plakken.
Eerste keer bezoek van de thuiszorg.

M’n moeder wilde eigenlijk nooit in een ziekenhuisbed in de woonkamer komen te liggen, maar omdat het allemaal zo hard gaat is dit de enige oplossing.

Het is wat het is.
Het gaat zoals het gaat.
En het gaat hard.

DON’T FEED THE TROLL

Na bijna 20 jaar delen van lief en leed op internet zou je denken dat negatieve of lullige reacties me niet zoveel meer doen. Integendeel. Ik kan nog net zo pissig worden als 20 jaar geleden wanneer iemand een reactie plaatst, puur bedoeld om te kwetsen. En ik kan me, net als 20 jaar geleden, de hele dag lopen druk maken over wat ik allemaal terug wil zeggen. Nu weet ik ook al 20 jaar dat je maar beter niks terug kunt zeggen, don’t feed the trolls, want dat is precies wat ze willen.

Maar ik kan de laatste reacties van Menno, een man die hier al bijna 20 jaar meeleest, niet naast me neerleggen. Omdat ik gewoon echt niet begrijp waarom iemand moedwillig een nare reactie plaatst onder een column die gaat over de naderende dood van m’n moeder.

Hij schreef onder mijn tekst THE TIME IS NOW: “En kunt u dan uw stervende moeder bezoeken?”, vroeg de dokter. “Zeker”, zei je, ”ik moet dan wel mijn neukertje of mijn oude vader om een lift vragen, want ik heb nog geen rijbewijs en geen auto.” “Goed geregeld dus”, zei de dokter.

Ik heb Menno gemaild met de vraag of deze reactie nu echt nodig was, maar daarop kreeg ik geen antwoord. Ik kreeg 2 weken later wel een reactie onder mijn plog met de Disney-foto’s (LUNA NAAR EURODISNEY (PLOG)): “And you didn’t bring your Mum, who is about to die, right? Maar je kunt altijd schrijven over de kanker van andere mensen, natuurlijk. En poesjes. Moet je niet aan denken, dat de telefoon gaat, dat je vader meteen naar het ziekenhuis moet, omdat zijn lief stervende is, en dat je dan niet even kunt rijden, omdat je pas twaalf jaar weet dat je moeder stervende is, en dus je rijbewijsje niet op tijd hebt kunnen halen. Never mind, er zijn altijd poesjes.”

Niet dat het jou ook maar iets aangaat, Menno, maar mijn moeder woont op 300 meter van mij vandaan en heeft ervoor gekozen om thuis te sterven als zij het daar de tijd voor vindt. Die tijd vindt ze het nu nog niet, omdat ze, met de maximale pijnstilling, nog samen met m’n vader geniet van een voetbalwedstrijd op tv. Of van de zoveelste herhaling van Midsomer Murders. Of van een spannend luisterboek.

Weet je waar m’n moeder ook van genoot? Van mijn foto’s van Eurodisney. Weet je hoe fijn het is voor een moeder om te zien dat je een sterke dochter op de wereld hebt gezet? Een dochter die, ondanks haar verdriet, toch gewoon wél leuke dingen blijft doen? Wél gewoon kitsche kerstballen gaat shoppen in Amsterdam. Wél gewoon op de foto gaat met Baloo in Eurodisney. Weet je hoe hard we met z’n drieën hebben gelachen toen ik vertelde dat ik een uur in de rij tussen de kinderen moest wachten voor die foto, maar dat ik ook echt als een kind zo blij was? Na m’n Eurodisney-foto’s en -verhalen hadden we een gesprek over doodskisten, euthanasie, welke bloemen op de kist en zaten we met z’n drieën te huilen, omdat we het einde alle drie zo graag anders hadden gezien.

Ik ben een dochter die met alle liefde al jaren naast mijn ouders staat, óók tijdens dit laatste, moeilijke stukje. Voorál tijdens dit laatste moeilijke stukje.

En Menno, omdat jij je zorgen maakt of ik er wel op tijd bij zal zijn als m’n moeder sterft; mocht mijn moeder er toch voor kiezen om liever naar een hospice te gaan, dan zit die op een kilometer van mijn huis, een afstand die ik, mocht het nodig zijn, kruipend nog wel aan kan, maar gelukkig heb ik een fiets. En mocht er geen plek zijn in deze hospice, of in het ziekenhuis in Tiel, dan heb ik genoeg geld gespaard om een paar maanden lang elke dag en nacht op en neer te kunnen gaan met de taxi naar welke plek dan ook in Nederland. Wat zeg ik? Ik kan me Godverdomme elke dag met een limousine laten brengen als het moet! Maar gelukkig hoef ik dit allemaal niet in m’n eentje te doen of te dragen, want ik heb genoeg mensen in mijn omgeving die mij met alle liefde, op elk moment van de dag, naar waar dan ook willen brengen.

Dus beste Menno, ik word misschien oud zonder rijbewijs, maar laat mij in Godsnaam nooit zo’n liefdeloze, compassieloze, zure, zielige, zelfingenomen klootzak worden zoals jij.