LUNA EN DE DINO DAKPAN MOUNTAIN
Ruud en ik trouwen over een maand en nou ja, het begint allemaal wel heel dichtbij te komen. Over het met hem trouwen heb ik 0,0 twijfels, maar of we ons huwelijksfeestje nou wel in ons eigen huis en in onze eigen tuin hadden moeten plannen. Daar slaat de twijfel dus wel toe. Het hele leven is me sowieso momenteel en over het algemeen al te veel, maar als ik eraan denk wat er allemaal nog moet gebeuren, dan schiet ik in een volledige paniek-modus. En vroeger schoot paniek of stress of ellende bij mij naar buiten, naar actie, naar dingen doen. Nu zit ik op de bank te wachten en hopen tot ik weer in een actie-modus schiet. Gebeurt bijna nooit.
“Ik kan je woensdag of vrijdag komen helpen met de tuin”, appte vriendin M.
“Ehm, eh, eh, woensdag?”
Je hebt mensen in je leven nodig die duidelijk communiceren. Die heb ik altijd al nodig gehad, maar misschien nu nog wel even meer. Helder. No bullshit. Niet ‘als ik iets moet doen, moet je het zeggen’, maar ‘ik kom je nu helpen met de tuin’. En dan nog vind ik het moeilijk om hulp te accepteren, want ergens in m’n achterhoofd blijft altijd dat stemmetje dat zegt dat ik het zelf moet doen, dat ik het heus wel zelf kan, als ik maar weer in een actie-modus zou schieten. Maar qua huis, tuin, schuur is die actie-modus al tijden heel erg ver te zoeken.
Maar vriendin M. kwam, zag en overwon het grootste gedeelte van het onkruid en de chaos in de tuin.
“Chantall, je was net bezig met die takken in zakken te stoppen, dus dat moet je even blijven doen”, zegt vriendin M. terwijl ik word afgeleid door een roze potje met een gat erin dat ik eventueel wel of niet ergens voor zou kunnen gebruiken.
“Chantall, je moet nu die zakken even bij de voordeur gaan zetten, dan kan het naar de stort.”
“Chantall, we doen nu eerst dit stuk en dan dat andere stuk.”
“Chantall, ik denk dat je deze struik nu wel genoeg hebt afgesnoeid.”
“Okay.”
In een paar uur heeft vriendin M. de tuin volledig trouwfeest-klaar gemaakt. En ik heb heus wel iets gedaan, maar dat iets was vooral in totale verbijstering aanschouwen hoe een vrouwtje van 1.50, en net als ik geen 18 meer, zo voortvarend, gedreven en actief de hele boel aan kant kreeg. Ondertussen reed m’n vadertje van 73 met z’n kleinzoon 2 keer naar de stort om al het tuinafval te dumpen.
“We wilden daar eigenlijk een soort photo booth gaan neerzetten tijdens het trouwfeest”, zeg ik tegen vriendin M. en ik wijs op een stapel dakpannen. “Die liggen al 15 jaar in dat hoekje en ze zijn al 15 jaar een doorn in m’n oog, maar ja, als er ooit dakpannen van het huis af vliegen, dan moet je wel nieuwe hebben, dus, ehm, eh, eh.”
“Zullen we ze in de schuur leggen?”, vraagt vriendin M.
En terwijl ik naar de opgeknapte tuin keek, kwam er ook weer wat ruimte in m’n hoofd.
“Nee, we gaan die dakpannen in de tuin leggen! En dan komen alle plastic dinosaurussen die we vragen voor ons huwelijk daar bovenop!”
Ruud en ik willen geen ingewikkelde trouwcadeaus, geen enveloppen, geen toestanden. In plaats daarvan hebben we aan onze gasten gevraagd om plastic dino’s bij de kringloop te scoren. Omdat ook plastic dino’s een tweede leven verdienen. En die wilden we sowieso in de tuin gaan zetten.
“En als er allemaal dakpannen liggen, dan komt er ook geen onkruid meer, of in ieder geval een heel stuk minder, dus dat scheelt me heel veel tijd en stress in de toekomst. Hoera!”
Vriendin M. en ik sleepten de hele stapel dakpannen van het hoekje naar een leeg stuk in de tuin. Ik zette er de plastic dinosaurussen die al aanwezig waren bovenop.
Dino Dakpan Mountain was geboren.
LUNA EN DE BESTE THERAPIE
Ruud is een keurige en Christelijk opgevoede jongen en ik heb hem in de bijna 2 jaar dat we samen zijn precies 1 keer het woordje ‘kut’ horen zeggen. Verder scheldt hij nooit. Never. Nooit. Niet. Ik vind het onvoorstelbaar, maar het is wel een mooi contrast met mij, want soms is ‘Godverdomme’ het eerste woord dat ik zeg als ik opsta. “Godverdomme, weer een dag, daar gaan we weer, Jesus Christus, wat is het teringheet, van mij hoeft dit allemaal niet, ik ben nu alweer moe, kutzooi.” En daarna moet ik altijd wel lachen, want zo erg is het natuurlijk nooit, maar schelden is wel zo’n beetje een onderdeel van mijn dagelijkse vocabulaire.
Nu heb ik de afgelopen weken, maanden, een hoop meegemaakt op m’n werk en Ruud is er altijd met een luisterend oor en advies en liefde en als ik wilde janken kon ik janken, maar je hebt ook mensen in je leven nodig die je altijd kunt bellen om even lekker van je af te schelden. En die persoon in mijn leven is F., tevens getuige bij mijn huwelijk straks.
Ik denk dat ik F. de afgelopen maanden bijna dagelijks heb gebeld. “Heb je even 5 minuten?” En die heeft ze altijd. En na een minuut of 5 ongefilterd schelden en ook lekker ongefilterd terugschelden op de wereld, de maatschappij, regeltjes, wetten, kutwijven, eikels en klootzakken voel ik me over het algemeen een stuk beter.
“Slaat helemaal nergens op.”
“Mongolen.”
“Klootzak.”
“Kutlul.”
“Kangoeroes, het zijn allemaal kangoeroes!!!!”
“Ik zet ze allemaal op de lijst.”
Maar F. was op vakantie.
En ik ben een keurig opgevoed meisje en ging haar niet lastig vallen met mijn problemen terwijl zij de ene na de andere goed-belegde pizza zat weg te eten. Dus ik had mijn scheldkanonnades omtrent arbo-artsen, vage gesprekken, regeltjes, wetten, plichten, managers en loonstrookjes opgespaard terwijl zij op vakantie was.
“Heb je even een kwartiertje?”
Had ze.
De wereld wordt momenteel overspoeld met allerlei coaches. Hormoon-coaches, lifestyle-coaches, mindset-coaches, ademhalings-coaches, cortisol-coaches, intuïtie-coaches en purpose-coaches die vinden dat je je innerlijk kind wat vaker een lollie moet geven.
Ik denk dat er veel meer vraag is naar een meescheld-coach. Iemand die niet zegt dat je je rust moet nemen, goed voor jezelf moet zorgen, moet in- en uitademen en moet proberen om alles los te laten. Ik moet Godverdomme helemaal niks! Ik wil iemand, die net als ik, al is het maar voor 5 minuten per dag, vindt dat iedereen gewoon helemaal de tering kan krijgen.
LUNA EN ANDIJVIE MET EEN PAPJE MET EEN PAPJE
Ik probeer iedere week een rondje te maken langs de bewoners om te vragen wat ze de volgende week graag zouden eten. Ik kan natuurlijk niet met iedereen rekening houden, want de een wil elke dag een AGV’tje en de ander heeft wel graag regelmatig iets met pasta of rijst, maar over het algemeen is het antwoord; ‘Ach meisje, maak maar wat, ik vind alles lekker wat je maakt.’ Toch wel een succesje wat ik de afgelopen maanden heb bereikt! Daarnaast heb ik inmiddels een aantal top-recepten in m’n repertoire zitten die het altijd goed doen bij alle bewoners; witlof met ham en kaas uit de oven, cottage pie, spaghettisaus met zelfgemaakte gehaktballetjes, nasi met saté, m’n Chinese tomatensoep met mini-loempiaatjes uit de oven valt ook bij iedereen steeds in de smaak en m’n zuurkoolschotel heb ik inmiddels al 6 keer gemaakt.
Nu vroeg Joop, de man uit mijn stukje ‘LUNA EN EEN COMPLIMENTJE VOOR DE KOK’ iedere keer als ik vroeg wat hij wilde eten om andijvie met een papje. Want zijn vrouw maakte dat vroeger ook altijd zo lekker. “Oh Joop, ik zou dat met alle liefde voor jullie klaar willen maken, maar dan moet ik met meer dan 10 kilo andijvie aan de slag en dat vind ik best wel heftig hoor, ik weet niet of ik dat kan.” En iedere keer zag ik de teleurstelling in z’n ogen. Hoe klote moet het zijn om afhankelijk te zijn van zorgmedewerkers die voor jou bepalen wat je eet terwijl je dat je leven lang zelf kon bepalen en terwijl je misschien wel 60 jaar verwend bent door een heerlijk-kokende vrouw die er nu niet meer is?
“Meneer Joop”, zei ik vorige week, “vandaag is het uw geluksdag, want ik heb speciaal voor u andijvie mét een ouderwets papje gemaakt. De rest krijgt gewoon prei met een roomsausje zoals op het weekmenu, maar dit bakje mag u helemaal alleen opeten.”
Voor mijn dienst was ik naar de supermarkt gefietst en had voor Joop een zak andijvie gehaald. Van m’n eigen geld. Terwijl ik een grote pan prei met een roomsausje voor de rest van de bewoners klaar maakte, kookte ik voor Joop andijvie met een papje.
“Nou Joop, de kok heeft wel een oogje op je hoor”, grapte Karel, de bewoner tegenover Joop, toen ik al het eten in schalen kwam brengen. Karel gaf me een dikke knipoog.
“Klopt Karel”, zei ik, “maar vandaag heb ik een oogje op Joop en morgen misschien wel op u”, en ik gaf hem een dikke knipoog terug.
Ik werd 2 dagen later in de ochtend gebeld door een collega. “Ja, ik wilde je even vertellen dat Joop vanmorgen is overleden, zodat je niet schrikt als je straks komt werken, want ik weet dat je wel iets speciaals met Joop had.”
Slik.
“Is het je nog gelukt om een keer andijvie voor ‘m te koken?”
LUNA EN EEN BLOEDERIGE TOESTAND
Het is vrijdag en die dag kook ik vaak voor 2 of 3 dagen. Voor vandaag staat er een zuurkoolschotel op de planning, voor zaterdag een cottage pie en voor zondag, op verzoek van de bewoners en ondanks het warme weer, een bruine bonensoep. En omdat ik bijna alles altijd vers bereid, is er een hoop te doen. Showtime!
Tjop.
Oh, kut.
Kut.
Dat was geen ui, maar een stukje van mijn vinger. Geen paniek! Geen paniek! Rustig blijven. Ik wikkel m’n vinger in 10 vellen huishoudpapier en maak ondertussen het aanrecht en de vloer schoon van het bloed. Ik heb wel vaker wat incidentjes gehad in de keuken, waaronder een stukje van m’n linkerduim gesneden, brandplekjes van de oven op diverse vingers en pols en ik heb ooit een stuk van m’n rechterduim geschaafd, maar niks wat met een blauwe HACCP-pleister niet op te lossen was. Vandaag voelt het toch iets minder prettig en het bloed komt na een minuut alweer door het huishoudpapier. Oh, kut.
Ik loop naar het kantoor waar 2 collega’s en de zorgmanager zitten. “Meiden, ik heb een probleem”, zeg ik terwijl ik m’n inmiddels bebloede hand laat zien. Een collega die deze week net haar verpleegkundige-diploma heeft gehaald springt meteen op om de boel te bekijken. Het ziet er allemaal niet zo lekker uit. Terwijl ze m’n vinger bestudeert en de bloeding probeert te stelpen, begint het toch ook wel een pijnlijke situatie te worden.
“Au”, zeg ik.
“Knijp maar in m’n hand”, zegt een andere collega die erbij is komen staan.
“Ik vind dit helemaal kut”, zeg ik.
M’n vinger wordt verbonden met gaasjes en pleisters, maar het blijft bloeden. De zorgmanager wordt erbij gehaald, er worden foto’s gemaakt, m’n vinger wordt nog een keer verbonden en ze vinden het toch verstandig dat ik even langs de huisarts ga, want het ziet er dus niet heel lekker uit. Oh, kut.
Even later geef ik m’n collega’s, een leerling en 2 bewoners instructies om de groenten te snijden, de aardappels te schillen en de zuurkoolschotel in elkaar te draaien, zodat er in ieder geval vanavond wat te eten is.
De huisarts concludeert dat het er inderdaad allemaal niet lekker uitziet, maar dat het niet gehecht kan worden. “Het is in ieder geval niet tot op het bot, maar als de rest van je vinger nou rood wordt, dan moet je dit weekend even terugkomen.” Oh, kut. M’n vinger wordt voor de derde keer verbonden en een half uurtje later sta ik weer in de keuken. Daar zie ik dat de meiden de zuurkoolschotel voor die avond al helemaal keurig klaar hebben staan in 5 ovenschalen. Hoera! Ik tik 2 paracetamolletjes weg, ik knip een stuk van een plastic handschoen en wikkel dat om het verband om m’n vinger en plak het vast. Een waterdichte constructie! Nog een keer showtime!
Een dochter van een bewoner helpt daarna mee met het uitserveren van de zuurkoolschotel, de dochter van een collega wordt gebeld om te helpen in de spoelkeuken en ondanks dat ik mijn linkerhand niet kan gebruiken lukt het om alsnog voor de zaterdag en de zondag te koken. ‘We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar! Te hellepe nietwaar!’ Als alles klaar is krijg ik een koffie met een chocolaatje en word ik met een paar rolletjes verband en een setje pleisters naar huis gestuurd.
Laat ik het zo zeggen; er is geen betere plek op de wereld om een stuk van je vinger af te snijden dan in een zorginstelling.
LUNA EN EEN LIEDJE EN EEN DANSJE
Het klinkt allemaal heel leuk en gezellig ‘koken voor 20 bejaarden’, maar in de realiteit is het keihard werken. Respect voor de meiden op de werkvloer die me elke dag helpen om het eten aan 20 bewoners uit te serveren, inclusief een toetje, en daarna alle pannen, borden, bakjes, schalen en bestek in een teringhete spoelkeuken weer schoon krijgen om alles daarna weer terug in de kasten te tillen. Ook respect voor mezelf, want ik werk inmiddels al 3 maanden 5 dagen per week ‘buiten de deur’, ‘voor een baas’ en ‘met collega’s’ terwijl ik 25 jaar in m’n eentje thuis heb gewerkt. Als je dagelijks met 20-liter-pannen loopt te slepen en minstens10.000 stappen maakt in 5 uur heb je geen sportschool meer nodig.
En respect voor iedereen die werkt in de zorg en dat, ondanks het vaak keiharde werken, met een glimlach blijft doen. Respect voor iedereen die een standje en tandje harder loopt dan eigenlijk de bedoeling is, omdat ze willen dat degenen voor wie ze zorgen een fijne dag hebben. Respect voor degenen die juist iets extra’s doen of regelen, ook al kost dat vaak ook extra tijd en wordt die tijd vaak niet doorbetaald.
Gisteren was er een jazz-duo geregeld om op te treden in de woonkamer en de keuken waar ik sta te koken bevindt zich in de woonkamer, dus ik had het beste uitzicht van allemaal. En al heb ik teringhekel aan jazz, toch was het heerlijk om bijna alle bewoners beneden te zien, in afwachting van het eerste liedje. Naast me stond een leerling van 16 die eigenlijk al naar huis had gemogen, maar toch nog even wilde blijven om te luisteren naar het jazz-duo.
De zangeres had nog geen 2 regels van ‘On the sunny side of the street’ gezongen of een bewoner stond op, vroeg een dame ten dans en binnen 10 seconden stonden ze samen te dansen. Oh, Lord. Bam. Raak. Recht in m’n hart.
“Ooooh, ik kan hier helemaal niet tegen hoor”, zeg ik tegen de leerling, “m’n hart, kijk nou toch hoe lief.” Ik loop de keuken uit om even een paar traantjes te laten. “Maar als jij gaat huilen, moet ik ook bijna huilen hoor”, zegt de leerling. “Maar dit is toch te lief! Zo schattig! Kijk nou!”, zeg ik.
Terwijl ik het avondeten verder aan het voorbereiden ben zie ik de bewoner bij elk liedje een andere dame ten dans vragen, maar ja, de meeste dames zijn niet zo goed ter been, behalve als ze achter hun rollator lopen, dus de bewoner krijgt ook een paar keer een beleefde ‘nee’ te horen. M’n hart! Oh. Mijn hart.
Laat me alsjeblieft nooit vergeten dat het in het leven om deze kleine dingen gaat.
Een dansje.
Een liedje.
Ik hoop dat de leerling dit moment ook nooit vergeet; een kok die staat te huilen van ontroering, de kookplaten lager zet en zelf ook even gaat dansen met een bewoner. Ik hoop dat zij elke dag genoeg kleine, lieve dingen in de zorg meemaakt en zich altijd blijft realiseren; oh ja… daarom wilde ik dit werk gaan doen.
p.s. De afbeelding is door AI gegenereerd…
LUNA EN EEN COMPLIMENTJE VOOR DE KOK
Sinds een week of 5 werk ik als kok in een particuliere zorginstelling. Ik wilde al jaren ‘terug de zorg in’, maar ik wist al die jaren niet dat een baan als dit bestond en dat dit eigenlijk de baan is waar ik al die jaren naar heb gezocht. In de tussentijd heb ik van alles geprobeerd, ik heb zelfs nog een maandje in een friettent gewerkt, maar deze baan, het koken voor zo’n 20 bewoners van toch wel gemiddeld 80+, is alles wat ik ervan verwacht had en alles wat ik hoopte.
Tijdens mijn eerste dagen werd ik gewaarschuwd dat ik wel met een kritisch publiek te maken zou hebben en dat ze heus niet alles lekker zouden vinden. “Daar ben ik wel op voorbereid hoor, je kan niet iedereen gelukkig maken”, zei ik, “en ik heb een brede rug en een grote glimlach en ik denk dat het daardoor allemaal wel goed zal komen.”
“De mensen aan die tafel zijn het meest kritisch”, hoorde ik vaak. En van de mensen aan die tafel was Joop, ik noem hem even Joop, degene die het meest kritisch zou zijn. Joop is 91.
Eergisteren vertelde Joop me dat hij de dag erna misschien niet op tijd zou zijn voor het avondeten, dus dat ik voor hem geen bordje klaar hoefde te zetten. “Maar zal ik wel even wat voor u apart houden dan?”, vroeg ik, “dan kan de avonddienst het misschien nog voor u opwarmen later op de avond?”
Dus ik zette gisteren een schaaltje met Boeuf Bourguignon apart die ik de dag ervoor al had laten stoven. Ik zette een schaaltje sperzieboontjes met een vleugje nootmuskaat apart, samen met een schaaltje zelfgemaakte aardappelpuree, uiteraard met een klontje roomboter. Ik had die middag een abrikozen-tiramisu gemaakt en ook dat deed ik in een schaaltje.
Terwijl ik de keuken aan het schoonmaken was na de avondmaaltijd kwam Joop binnen en ik vroeg of hij nog trek had en dat ik alles wel even voor ‘m in de magnetron zou zetten. Een paar minuten later bracht ik hem de bakjes aan tafel en liet hem rustig eten.
Toen hij klaar was ging ik bij hem zitten en vroeg of hij lekker had gegeten, want ik was zelf nogal behoorlijk verrukt geweest over m’n Boeuf Bourguignon.
“Nou, je hebt me echt verwend hoor, dankjewel”, zei Joop.
“Dat was ook de bedoeling”, zei ik.
“Jij bent een aanwinst in mijn leven”, ging hij verder, “en ik ben ontzettend blij dat je hier bent gekomen. Je bent niet alleen een aanwinst in mijn leven, maar ook voor deze locatie. Sinds jij hier kookt heb ik weer zin om naar beneden te komen om te eten en dat heb ik gisteren nog tegen m’n zoon gezegd. Ik heb altijd last van m’n darmen, maar sinds een maand niet meer en daardoor slaap ik ook een stuk beter. Mijn kwaliteit van leven is enorm vooruit gegaan en dat geeft me ook rust in m’n hoofd.”
Ik keek hem aan.
“U heeft me net misschien wel 1 van de mooiste complimenten ooit gegeven”, zei ik.
“Ik meen het echt hoor”, zei Joop, “en je bent ook nog eens een heel vrolijke verschijning.”
CHANTALL’S DRESS OF MANY COLORS, PART 2
Waar andere vrouwen die gaan trouwen naar een bruidsmodezaak gaan om daar verschillende jurken te passen, moodboards maken, bruidsmode-tijdschriften kopen voor inspiratie, klinkt dat voor mij allemaal als de hel op aarde. Ik heb sowieso een hekel aan kledingwinkels, maar naar een bruidsmodezaak gaan om daar verschillende jurken te passen? Het zweet breekt me al uit als ik eraan denk. Daarnaast; ik hoef geen jurk van € 1000,- met pailletten en kant en zijde. Nee, ik zoek een zwart canvas dat ik daarna kan voorzien van allerlei stofjes uit mijn verleden, heden en toekomst!
Wat ik verwacht van dat zwarte canvas; van boven strak, V-hals, tieten. Daaronder is-ie lang. En wijd. Want daaronder komt nog een petticoat. En nu had ik naar diverse Nederlandse winkels kunnen gaan. Op zoek naar dat zwarte canvas, die zwarte jurk, nee, dé zwarte jurk. Daar had ik uren aan kunnen besteden. Ik had op Vinted kunnen zoeken, iets wat ik voor al mijn andere vintage, bloemetjes-jurken wél altijd doe. Ik had ook iemand het canvas kunnen laten maken, wat zeg ik; ik had die zwarte jurk ook zélf kunnen maken.
Heb ik niet voor gekozen.
Ik koos voor praktisch. Ik koos ervoor om 6 jurken te bestellen bij Shein en TEMU. Scheelt geld, scheelt tijd, scheelt uiteindelijk ook veel benzine om diverse kringlopen te bezoeken, maar bovenal; het scheelt mij enorm veel stress. En stress is het allerlaatste dat ik er op dit moment in mijn leven bij kan hebben. Ik bestelde er meteen 2 petticoats bij. Of eerder 1 petticoat, die meteen 2 maten te klein bleek en waardoor ik me als een soort Michelin-vrouwtje voelde en in augustus trouwen met een te strakke petticoat, niet mijn idee van ja-zeggen. Maar de hoepelrok die ik bestelde was perfect. Helemaal perfect.
Ruud wordt overigens al weken gek van mijn online zoektocht naar dé perfecte zwarte jurk, of gek? Nee. Deze man is niet gek te krijgen. Maar voor een man die zo ontzettend creatief en oplettend is, heeft hij een opvallende blinde vlek voor zwarte, lange jurken. Voor zijn gevoel heeft hij al 100-en dezelfde zwarte jurken voorbij zien komen.
“Wat vind je van deze?” vroeg ik terwijl ik mijn iPhone onder zijn neus duwde. “En van deze? Die dan, met die strik op de achterkant? En deze heeft wel van die rushes aan de onderkant, maar daar komen toch dingen overheen. Met knoopjes aan de voorkant misschien?”
“Ze zijn allemaal hetzelfde”, zei Ruud.
Toen ik uiteindelijk mijn eigen selectie van 6 jurken aantrok die waren gearriveerd vanuit China, Oezbekistan of Pakistan en hem om z’n mening vroeg zei hij; ‘Ja, ik zie gewoon 1 zwarte jurk. En tieten.’
Weten we meteen waarom-ie met me wil trouwen.
p.s. Voor mijn idee achter deze ‘Technicolor Wedding Dress’; KLIK voor part 1!
p.s. Alle kleding die ik niet pas of ga dragen doneer ik aan Klesteo, de kleding- en speelgoedbank Rivierenland in Tiel.
LUNA EN HET PERFECTE DEKBED
Eind vorig jaar was ik op de verjaardag van de dochter van een vriendin. De dochter werd 10, er was taart, er waren chipjes, er was wijn, er waren blokjes kaas en plakjes worst, maar bovenal waren er echte mensen! En met echte mensen bedoel ik; geen influencers.
“Oooooooh, ik slaap zo slecht”, zei ik. “Dat Ruud af en toe snurkt is al kut, maar ik lig soms uren wakker omdat m’n dekbed naar beneden is gezakt en dat lig ik me daar de rest van de nacht aan te irriteren en te woelen tot in de ochtend, en dan ook de menopauze en zweten en heet en koud en het is gewoon allemaal kut.” Het spreekt voor zich dat ik het woord ‘kut’ niet uitsprak in de buurt van de kinderen die de verjaardag bezochten, al ben ik daar niet volledig zeker van.
“Wij hebben zo’n kant-en-klaar-dekbed gekocht”, zei iemand.
“Ja, die hebben wij ook”, zei een ander iemand.
“Ik ook”, zei weer een ander iemand.
Dus, ik was op een verjaardag met echte mensen, geen influencers, die allemaal zo’n kant-en-klaar-dekbed hadden. Deze mensen werden niet betaald voor hun mening. Deze mensen kregen geen commissie, geen percentage van de omzet, geen VVV-bonnen, nee, helemaal niks om mij te vertellen dat die kant-en-klare-dekbedden fantastisch waren. Ideaal zelfs.
“Je gooit ‘m zo over het bed en hij gaat zo in de was en hij is zo droog”, zei iemand.
“En hij is warm in de winter, maar voelt ook koel in de zomer”, zei een ander iemand.
“Ik wil nooit meer wat anders”, zei weer een ander iemand.
Ik appte Ruud vanuit de verjaardags-situatie; ‘Ruud, we moeten zo’n kant-en-klaar-dekbed, het is de oplossing van al onze problemen.’ Nog geen 10 minuten later appte Ruud terug dat hij 2 dekbedden had besteld en dat alles goed zou komen. Uiteindelijk bleek Ruud per ongeluk 5 kant-en-klare-dekbedden te hebben besteld, want het was 2-halen-1-betalen en iets met knopjes en enthousiasme dat z’n aanstaande vrouw nu eindelijk wél eens zou kunnen doorslapen. En zoals een oud Rotterdams gezegd luidt; ‘een uitgeslapen wijf telt voor vijf.’
Nu ben ik een influencer op heel andere gebieden en ook dat gebied zorgt hier vaak voor een goede nachtrust, maar ik wil nu ook graag even die kant-en-klare-dekbedden aanprijzen. Die kant-en-klare-dekbedden zijn fantastisch! Ik wil nooit meer wat anders. Ze zijn ideaal. En omdat we er 5 hebben, waaronder 2 zebra-print-exemplaren, konden we er ook eentje gebruiken om op te liggen in plaats van onder. En dat maakt de situatie momenteel nóg aangenamer.
Vorig jaar zette ik een half uur voordat ik ging slapen nog m’n elektrische deken aan, omdat ik een koud bed afschuwelijk vind en van kou al helemaal niet kan slapen. Nu glijd ik tussen 2 kant-en-klare-dekbedden en het is zalig. Het is een knuffel tussen 2 lagen. Het is een Winter vol Liefde, maar dan gecreëerd door 2 dekbedden. Het is alles waarvan ik hoopte dat het zou zijn.
Mijn slaapritme en -rust is nog steeds niet perfect, maar dankzij die 5 dekbedden in ieder geval een stuk verbeterd. Moraal van dit verhaal; luister naar echte mensen. En gebruik gerust mijn affiliate-link hieronder. Ruud heeft tenslotte nog 4 dekbedden terug te verdienen.
LUNA EN HAAR EIGEN, LICHT SCHAAMTEVOLLE MUPPET SHOW
Ik kreeg dinsdagavond van meerdere mensen een bericht doorgestuurd dat er bij Het Kringloopcentrum Gorinchem, in, de naam zegt het al, Gorinchem, diverse Muppet Show-knuffels te koop waren. Het Kringloopcentrum Gorinchem had het bericht dinsdag om 14:17 geplaatst, ik kreeg de berichtjes einde middag binnen. Als ik nu nog in de trein richting Gorinchem zou stappen, dan zouden ze al dicht zijn. Ik besloot de volgende ochtend te gaan en als eerste om 9:00 voor de deur te gaan liggen.
Dinsdagavond staarde ik naar de foto’s die Het Kringloopcentrum Gorinchem had geplaatst. Ik wilde die Muppet-knuffels. Ik had ze nodig. Mijn lichaam, mijn hart, mijn ziel, ze hadden ze allemaal nodig. Ik heb ergens een financieel potje voor totaal overbodige aankopen die het kind in mij blij maken. Gezien de staat van de Sesamstraat-styling van m’n huis begint dat potje aardig leeg te raken. Maar! Een Kermit! Een Scooter! Een Rowlf (die ik overigens wel heb, maar die logeert hier alleen maar)! Een Animal (die ik overigens ook heb, maar dan een kleinere versie).
De volgende ochtend liep ik om 7:30 richting station Tiel en pakte de trein richting Geldermalsen. In Geldermalsen stapte ik over in de trein richting Arkel, een dorp waar ik nooit eerder was en laat ik eerlijk zijn; ik denk niet dat ik daar heel treurig om ben. In Arkel moest ik 25 minuten wachten op een bus richting het bedrijventerrein van Gorinchem.
Nu heb je mensen die 25 minuten gaan wachten in de miezer-regen op die bus. En je hebt mensen die totaal geen reet verstand hebben van navigeren, Google Maps, het inschatten van afstanden en liever lopen dan wachten. Ik behoor tot die laatste categorie.
Dus ik ging lopen. Halverwege kwam ik tot de conclusie dat dit niet het allerbeste idee van de dag was. Maar ja, ik was halverwege. Doorlopen was net zo ver als teruglopen en dan moest ik alsnog op de volgende bus wachten. Dus ik liep door. En blijkbaar liep ik door op een doodlopende straat. Die straat ging over in een stuk weiland. Maar ik liep door. Door het weiland. Het begon nu zachtjes te regenen. Ik overwoog om Ruud een berichtje te sturen dat als hij niks meer van me hoorde dat ik dan aangerand langs het Merwedekanaal lag, maar de kans dat ik daar met een gebroken heup zou komen te liggen was vele malen groter. Want het gras was nat. Ik moest door de modder. Ik ben 50. Ik gleed een paar keer uit. Het was een schaamtevolle toestand.
Maar ik had een lege, blauwe IKEA-tas bij me! En de Muppet-knuffels lagen op me te wachten! Die zouden alles goed maken. Zo’n 1,5 uur en 10.000 stappen later, maar vooral pas om 10:00 arriveerde ik bij Het Kringloopcentrum Gorinchem. Om daar 0 Muppet-knuffels aan te treffen. NUL!! Die waren dinsdag meteen al gekocht, nog voordat ze de foto online hadden gezet.
“Oh, en we hadden ook een Miss Piggy”, zei een kassa-mevrouw. Ik had haar willen slaan met een plastic Darth Vader-pop, maar die waren dinsdag ook meteen verkocht.
CHANTALL AND THE AMAZING TECHNICOLOR WEDDING DRESS
Op 5 augustus 2026 gaan Ruud en ik trouwen. En we geven een feestje op 8 augustus. Ruud is de man die ik misschien 25 jaar geleden al had moeten ontmoeten. Dan was mijn leven heel anders gelopen. En dat van hem ook. Maar de realiteit is; we hébben elkaar 25 jaar geleden al ontmoet. Online weliswaar, maar toch. We weten al 25 jaar van elkaars bestaan en we hebben elkaar tussendoor zelfs een keer in het echt gezien. Maar ondertussen hadden we levens. Relaties. Huwelijken.
Ik hou van deze man en het feit dat hij de eerste man is die ik online bij z’n volledige naam noem, zegt genoeg.
Nu is het traditie dat de man de bruidsjurk van z’n vrouw pas ziet op de trouwdag zelf, maar daar hebben wij schijt aan. We zijn geen 18 meer. Ik ben 50 en Ruud is 58 als we trouwen.
Ik ga m’n trouwjurk zelf maken. Of eerder; assembleren. Samenstellen.
Ik koop een zwarte jurk. Van boven strak, V-hals, tieten. Daaronder is-ie lang. En wijd. Daaronder komt een petticoat. Het is een jurk die nu nog weinig zegt, behalve dan die tieten, en dat hij ruimte heeft. En die ruimte ga ik vullen.
Met stofjes, textiel, dingetjes. Herinneringen.
Ik heb babykleertjes van mezelf, in een doos, maar wat moet ik ermee? Ik kan alles bewaren en the Lord knows dat ik heel veel heb bewaard in m’n leven. Dit hele huis en de garage ligt vol, maar ik ga die babykleertjes, die m’n moeder 50 jaar geleden zelf heeft gemaakt, kapot knippen en aan de jurk naaien, borduren, vastmaken. Ik denk dat m’n moeder heel trots zou zijn, want haar advies was: “Als ik er niet meer ben, dan moet je alles gewoon weggooien.” Lekker advies mamma, als je zelf die prachtige babykleertjes jaren en jaren hebt bewaard en ik iedere keer moet janken als ik ze zie.
Maar ik heb ook nog oude kleding van mezelf. Die niet meer past, maar waar toch een herinnering aan hangt. Waarom bewaren? Ik heb de trouwjurk van mijn moeder nog, wit met blauwe polkadotjes. Daar gaat sowieso een stukje van op de jurk. En ik wil er een zakdoek van m’n vader in, want als iets me herinnert aan mijn ouders is het mijn moeder die alles zo ontzettend keurig streek. En mijn vader is een man die altijd een zakdoek bij zich heeft. Zo’n ouderwetse met ruitjes. En die zakdoeken lagen altijd keurig, zo ontzettend keurig, 4 x 4 gevouwen, in de kast. Ik wil dat de kinderen van Ruud iets geven. Z’n moeder, z’n zussen, z’n broer. Mijn stiefmoeder, haar kinderen, en haar kleinkinderen. M’n vrienden en vriendinnen. Een stukje, een randje, een voering, een detail.
Maar ik wil meer! Want MORE IS MORE, LESS IS A BORE!
Ik wil ook jou vragen om iets op te sturen.
Lezers. Vrienden. Familie. Mensen die mij alleen online kennen. Mensen die al jaren bij me meelezen. En ik weet dat er mensen zijn die mij, net als Ruud, ook al 25 jaar online kennen. En mijn online community heeft me al 25 jaar door zoveel periodes heen geholpen. Jullie hebben niet alleen meegelezen, maar ook vaak gereageerd met lieve berichtjes. Zoveel lieve berichtjes! Ik verwacht geen perfecte stoffen. Geen dure materialen. Al is het een oude theedoek, een washandje, een gehaakt bloemetje, iets dat je niet meer draagt, een oud armbandje, een kraal, een bedeltje, een haarelastiekje. Iets. Een dingetje.
Iets met een verhaal. Zodat mijn trouwjurk ook een jurk wordt met een verhaal. Een amazing technicolor wedding dress
in alle kleuren van de regenboog! Een verzamelplaats. Van levens. Mijn leven. Fases. Van de mensen in mijn leven. En die van Ruud.
De komende 6 maanden neem ik je mee in het hele proces. Van wat ik ontvang. Hoe ik alles erop naai. Ik heb nog een doosje vol met oud DMC-borduurgaren van mijn oma, de moeder van mijn moeder. En daarmee ga ik alles op en aan de jurk naaien.
Dit wordt mijn jurk. Maar hij wordt dus niet alleen van mij. Ook een beetje van jou.
Je zou mij, en Ruud, heel, heel, erg blij maken als je iets opstuurt.
Dat kan naar:
Chantall van den Heuvel
De Hulk 20
4002 GB Tiel














