web analytics

Auteur: Luna

LUNA EN DE ZELFSCAN-KASSA BIJ DE LIDL

Hé Channie, moeten we je even op komen halen om boodschappen te doen?”, vroeg m’n vader aan de telefoon. “Addy en ik gaan zo naar de LIDL, dan pikken we je even op.”
“Is goed”, zei ik, want op m’n fiets naar de supermarkt is momenteel niet te doen met al die sneeuw. En m’n vader had m’n stukje gelezen over m’n wandeling in de sneeuw richting de supermarkt. Ik haat sneeuw. Ik haat gladde straten. Ik haat kou. Ik haat naar buiten.

Ik was vergeten dat ik de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL ook haat en dat ik er daarom al maanden niet was geweest.

Ze hebben tegenwoordig bij alle supermarkten een zelfscan-kassa en ik vind ze eigenlijk allemaal kut. Er valt sowieso heel wat slechts van zelfscan-kassa’s te zeggen, maar bij de LIDL hebben ze het helemaal bont gemaakt. De zelfscan-kassa’s bij de LIDL werken namelijk op gewicht.

De eerste keer dat ik kennis maakte met de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL sloeg ik volledig op tilt. En ik was niet de enige, want de zelfscan-kassa sloeg ook op tilt. Het was een loopje waar we allebei niet uitkwamen en waar een persoon met een pasje meerdere keren aan te pas moest komen om mij en de kassa uit het loopje te halen. Het systeem van die nieuwe zelfscan-kassa’s op gewicht klinkt heel simpel; ‘je legt je tas op de weegschaal, je scant een product, je plaatst het product in die tas op de weegschaal en daarna scan je pas je volgende product’. En dit werkt misschien voor mensen zonder ADHD, mensen die precies doen wat de bedoeling is, maar het werkt niet voor mij. Het zelfscannen suggereert dat je het lekker allemaal zelf mag doen, autonomie, efficiëntie, maar het is een leugen. Niets maakt me zo opgejaagd en onhandig als de zelfscan-kassa van de LIDL die begint te piepen als ik een zak spruitjes niet op de weegschaal heb gelegd, maar nog steeds in m’n hand heb en alvast begonnen ben met het scannen van een zak afbakbroodjes.

‘Het geplaatste artikel is niet goedgekeurd door de weegschaal. Plaats het juiste artikel of vraag een medewerker om hulp.’

En ik weet dan niet meer of ik nu de spruitjes nog een keer moet scannen of de afbakbroodjes. Op tilt. Volledig op tilt.

Mijn stiefmoedertje Addy, die al 10 minuten met m’n vader met hun afgerekende boodschappen stond te wachten, zag het van een afstandje gebeuren en kwam me redden. Mijn licht-ontvlambare karakter heb ik van m’n vader en Addy zag die spruitjes en de afbakbroodjes al door de hele LIDL gaan. Addy scande uiteindelijk de spruitjes en de afbakbroodjes en er moest nog steeds meerdere keren een persoon met een pasje aan te pas komen om de rest van de boodschappen door de controle heen te krijgen, maar er zijn in ieder geval geen gewonden gevallen.

Ik hoef geen autonomie bij mijn boodschappen. Ik hoef geen technologie die mij opvoedt. Ik wil gewoon keurig betalen en naar huis. En als dat betekent dat ik weer netjes in de rij ga staan bij een kassa met een echt mens, dan voelt dat ineens verrassend modern.

4

UNA EN HET VOORSPEL DAT JE AANTREKT

“Hou je die broek aan?”, vroeg ik aan Ruud. We zaten ‘s avonds op de bank en hij had z’n strakke, zwarte broek nog aan.
“Eh, ja”, zei hij.
“Heb je geen joggingbroek? Of een huispak?”
“Nee.”

Hij zei gewoon ‘nee’. Het was alsof ik water zag branden. Hoe kan een man van 57 geen joggingbroek hebben? Geen huispak? Hoe kan een volwassen man zich ‘s ochtends aankleden in strak zittende kleding en dat dan de hele dag dragen tot hij gaat slapen? Mindblowing!

Ik keek hem aan alsof hij me zojuist had verteld dat hij geen tandenborstel had. Of dat hij altijd met schoenen aan in bed gaat liggen. Het hebben van een joggingbroek is toch een soortement van basisuitrusting. Dit leer je toch ergens onderweg? ‘En dan nu lekker in een joggingbroek of pyjama op de bank met een bakje chips en een glaasje cola stomme televisie kijken.’ Dekentje erbij waar je allebei onder past. Een strakke broek is kut. Ondergoed is kut. Een panty is kut. En laten we vooral niet vergeten; een bh is kut. Van alle kledingstukken is een bh toch wel het allermeeste kut. En ik snap dat ze de boel net even een stukje omhoog trekken, maar comfortabel, hoe goed aangemeten ook; neen. Lekker los is altijd beter. Hetzelfde geldt voor piemels; los is beter.

“De meeste vrouwen vinden mannen in een grijze joggingbroek dus heel geil hè?”, zei ik.
“Oh, is dat zo?”, vroeg Ruud.
“Zo’n strakke broek biedt toch ook geen easy access als je samen op de bank hangt?”
“Oh”, zei Ruud en ik merkte dat er ergens een lampje ging branden.

Het moet geen Al Bundy-achtige toestand worden, maar een strakke broek met riem zegt: ik moet zo nog ergens heen. Ik moet nog iets doen. Een joggingbroek zegt: ik blijf hier lekker bij jou zitten of liggen.

Nu werk ik de hele dag thuis, dus ik heb makkelijk praten. Ik slaap naakt, maar leef in m’n Disney-pyjama’s. Zeker in de winter. Een nieuwe Disney-pyjama is het ultieme, comfortabele cadeautje dat ik mezelf elk jaar geef. En de Primark heeft elk jaar, wat zeg ik, waarschijnlijk elke maand, een nieuwe collectie met fluffy, zachte pyjama’s. Je kon mij dit jaar uittekenen in m’n Elmo-pyjama of Gizmo-pyjama.

Maar Ruud had dus geen joggingbroek. Geen pyjama. Geen enkel kledingstuk dat met als enig doel heeft; niks doen. Hangen op de bank. De deur niet meer uit hoeven.

“Ik kan gewoon niet zo goed ontspannen”, zei Ruud.
“Oh, maar dat kan ik juist uitstekend”, zei ik.

Ontspannen blijkt soms gewoon een kledingkeuze. Inmiddels heeft Ruud 4 joggingbroeken. En een lekkere fluffy pyjama. Voor ‘s avonds op de bank. Niet voor in bed. Voorspel begint met ontspanning. Niks hoeven. Of een grijze joggingbroek die zegt: ik ga nergens heen.

0

LUNA IS NIET VOOR DE WINTER GEMAAKT

Ik zal als klein meisje vast wel eens met veel plezier in de sneeuw hebben gespeeld. Een kwartiertje waarschijnlijk. En ik zal heus wel eens een sneeuwpop hebben gemaakt. Maar 1 van de herinneringen aan sneeuw en kou is dat ik met m’n moeder naar haar moeder, mijn oma, ging. Omdat het zo erg had gesneeuwd en nog steeds vroor, moesten we lopen en konden we niet met de fiets. In die tijd hadden mijn ouders geen auto. Tijdens de wandeling van zo’n 20 minuten begon ik halverwege te huilen dat ik het zo koud had. M’n moeder vond dat ik niet zo moest zeuren en ik moest maar gewoon doorlopen, dan werd ik vanzelf wel warm. Eenmaal bij m’n oma aangekomen zag ik dat m’n moeder schrok, omdat ik m’n vingers en voeten echt niet meer kon bewegen en dat ik niet had overdreven.

Wintersport. Nooit begrepen. Toen ik een jaar of 17 was ging ik met m’n toenmalige schoonouders naar Holzgau in Oostenrijk. Hartstikke lief natuurlijk dat ze mij ook meenamen, maar toen was de kou nog steeds niet aan mij besteed. We gingen een avondje rodelen, nog zoiets waarvoor je mij eigenlijk nooit zou moeten vragen, maar aan het einde van de avond waren mijn tenen ijs- en ijskoud. Ik zat huilend op de bank en ik herinner me dat mijn schoonmoeder een half uur bezig was om m’n voeten weer warm te wrijven in het vakantiehuisje.

Tijdens de jaarwisseling van 1999 naar 2000 ging ik met ex-partner P. en een groep vrienden naar Val Thorens in Frankrijk. Ook iets met wintersport. Terwijl iedereen ging snowboarden of skiën, bleef ik in m’n eentje in de vakantiebungalow en las ik een boek. Of 10. Ik was blij dat na een paar dagen iemand met z’n snowboard was gevallen en de pistes niet meer op kon. We hebben de rest van de week bij de open haard zitten Playstationnen.

Gisteren dacht ik dat ik wel even kattenvoer kon gaan halen bij de supermarkt. Wandelend. Door de sneeuw. Want, toegegeven, het geluid van knisperende sneeuw onder je voeten vind ik wel iets hebben. Maar ik heb geen snowboots meer, geen dikke winterlaarzen met rubberen zolen. Die hebben de katten ergens vorig jaar volledig onder gepist. Dus ik ging op m’n sneakertjes. Het was afschuwelijk en op de helft van de heenweg had ik al spijt. De sneeuw was zo hoog dat bij elke stap die ik zette een hoopje sneeuw aan de achterkant van m’n sneakers m’n beenwarmers en maillot nat maakte. M’n voeten bevroren. De zool van de sneakers liet los, waardoor er ook sneeuw tussen de zool en de rest van de schoen kwam te zitten. Veel later dan een normaal supermarkt-bezoekje zou moeten duren kwam ik thuis aan.

“Ik dacht dat je bij je vader koffie was gaan drinken”, zei Ruud.

“Ik doe dit nooit meer. Nooit. Nooit. Nooit. En ik wil nooit met je op wintersport. Ik wil nergens naartoe waar het koud is, ik wil niet meer naar buiten de komende dagen, ik ga geen boodschappen meer doen totdat die sneeuw weg is”, zei ik toen ik m’n jas, m’n sjaal, m’n muts, m’n bevroren schoenen en m’n handschoenen van mezelf af pelde. “Ik doe het niet, ik doe het niet. Sneeuw is iets voor op een schilderijtje van Anton Pieck, of om gewoon vanuit je raam te bekijken. Ik ga de deur niet meer uit. Nooit meer.”

“Okay”, zei Ruud.

1

LUNA EN DE NIEUWJAARS-DUIK JE BED IN

Je hebt wel tijd voor elkaar, want je bent samen en je leeft je leven samen, maar wanneer heb je nou écht tijd voor elkaar? Tijd voor elkaar, tijd samen, moet je maken. En dat gebeurt vaak op een weekendje weg, of op vakantie, of heel eventjes op zondagochtend, zaterdagavond. Ondertussen moet er gewerkt worden, ondertussen heb je sociale verplichtingen.

In het geval van Ruud en mij moesten er in 2025 nogal wat belangrijke beslissingen genomen worden. Samenwonen? Trouwen? Financiën? Ruud gaat heel stabiel bij z’n nieuwe baan, maar mijn pogingen tot een nieuwe baan, sollicitaties, liepen allemaal uit op niets. Of niets? Veel huilen op de bank.

Vorig jaar tijdens de jaarwisseling van 2024 naar 2025 lagen Ruud en ik al om 20:00 in bed. Het was heerlijk. We hadden ook geen zin in visite, of op visite gaan, geen verplichtingen, geen lauwe champagne, geen mensen om ons heen. Gewoon lekker met z’n tweeën in bed.

En als je iets herhaalt, wordt het vanzelf een traditie. Je kan als traditie elk jaar op Eerste Kerstdag bij je ouders of schoonouders gaan eten. Je kan je kinderen elk jaar een staatslot geven. Of je kan vrienden uitnodigen en dan allemaal een paar uur in de keuken staan om zo voor een voorgerecht, tussengerecht, hoofdgerecht of nagerecht te zorgen. Je kan met z’n allen vuurwerk afsteken om 0:00 op 31 december. Omdat het zo hoort.

Of je ligt al om zes uur ’s avonds in bed.

“Ruud, ik wil gewoon de hele dag in bed met jou, het liefst 24 uur achter elkaar”, zei ik.
“Okay”, zei Ruud, die zelf ook best wel moe was van het afgelopen jaar.

Dus wij lagen om 18:00 in bed op 31 december. We konden in alle rust samen het jaar doornemen. Tijd om te vrijen. Vuurwerk. Vonken. Smeulend vuurtje. En de tijd om tussendoor in slaap te vallen. Om om 0:00 elkaar een heel fijn nieuwjaar met elkaar te wensen. En dan hopelijk de komende jaren zonder vuurwerk. Al moet ik toegeven; het was dit jaar nog even heerlijk om samen op de rand van het bed naar buiten te kijken en te zien hoeveel duizenden euro’s er aan prachtige Moontravellers, Sky Thunders, Sky Screams, Peony’s, Chrysanthemums en Horda’s was uitgegeven. Er was geen Oudjaarsconference, er was geen aftellen, wij lagen gewoon lekker samen te liggen te leggen in ons bed. Meer hadden we niet nodig.

Misschien is dit wel onze nieuwjaarsduik. Niet het koude water in, want ik moet er dus echt niet aan denken om op 1 januari, of op welke dag dan ook, een ijskoude rivier, plas of zee in te rennen.

Wij doken om 0:00 samen de warmte van 2026 in.

0

LUNA EN EEN ONVERWACHTS VERJAARDAGSCADEAU

Voor m’n 50ste verjaardag besloot ik maar gewoon een uitnodiging op Facebook te zetten. Sommige mensen in m’n omgeving waren bang voor ‘Project X’-achtige toestanden, maar ik heb dit soort dingen wel vaker gedaan en het is altijd goed gekomen. De mensen die komen zijn vaak mensen die ik sowieso wel eens heb gezien en ik ben niet zo heel bang aangelegd.

Het feestje zou op zondag zijn, maar ik werd zaterdagochtend gebeld via Facebook Messenger. Het was Sammy.

“Hallo schat, ik wilde morgen wel komen, maar ik ben zelf ook jarig. Is het goed dat ik vandaag even langskom?”, vroeg ze.
“Eh, jawel hoor”, zei ik.
“En ik wilde saoto-soep voor je maken, maar dat is lastig met de trein, dus ik heb bami gemaakt.”
“Eh, wat?”
“Bami. Maar het is teveel om te dragen, kan iemand me van het station komen halen?”
“Ehhhhhh, natuurlijk, ik stuur je even mijn 06-nummer, dan kun je appen als je aankomt op het station.”

Sammy ontmoette ik een jaar eerder in de winkel in Amsterdam waar ik toen werkte. We hadden een leuk gesprek, ik hielp haar met haar aankopen en ik gaf haar een zelfgemaakt armbandje.

“Schatje, wat vind jij lekker”, vroeg ze daarna.
Ze doelde niet op wat ik lekker vond in bed.
“Ehhhhhh”, zei ik.
“Saoto, bami, nasi?”
“Eh, saoto-soep staat toch wel in mijn top 10 van lekkerste gerechten.”
“Ik ga dat voor je maken.”

En nu denk ik bij heel veel mensen die ik ontmoet; ach, het was een leuk gesprek, een leuke interactie en waarschijnlijk zie ik deze persoon nooit meer terug. En dat is helemaal okay. Maar dat gold niet voor Sammy. Die stond een week later in de winkel met 2 XXL porties homemade saoto-soep. De soep zelf in grote potten. Alle losse dingetjes op schaaltjes met een plastic folietje eromheen. Inclusief sambal in een klein bakje. En ook nog een groot stuk homemade rum-pruimen-cake. Ik moest ervan huilen. Zo lief.

Sinds dat moment zijn Sammy en ik Facebook-vrienden. En op de zaterdag voor mijn verjaardagsfeestje ging Sammy dus op weg van Amsterdam naar Tiel, met de trein, minstens 2 uur, met een bak bami. Ik was er compleet door overrompeld, maar toen had ik nog niet gezien waar Sammy mee de trein uitstapte. Deze bijzondere dame kwam met een trolley vol heerlijk, zelfgemaakt eten.

Eenmaal thuis stond er een bak van minstens 2,5 kilo bami, een grote bak kippenpootjes, een bak pom, diverse potjes sambal, een bak zoetzuur en nou ja, het was te veel om op te noemen, op m’n aanrecht. En ik kreeg ook nog een flesje Chanel-parfum!

Een paar uur later zaten Sammy, vriendin S., Ruud en ik te genieten van al het lekkers dat Sammy had meegenomen. Daarna bracht Ruud haar weer naar het station richting Amsterdam, inclusief een door mij gemaakte kerstkrans en een kerst-ketting. Ruud en ik hebben nog dagen, zowel ‘s ochtends als ‘s avonds kunnen genieten van allerlei heerlijke gerechten.

Sommige mensen brengen bloemen mee. Sammy bracht liefde in bakjes.

3

LUNA EN DE ONTMANTELING VAN EEN HUIS

Een paar weken geleden zou het huis van Ruud op Funda komen en daarvoor moesten we het huis eerst Funda-proof maken. Zijn huis was op z’n mildst gezegd een typisch en donker mannenhuis. Een chaotisch, creatief mannenhuis. En dat moest veranderd worden in een licht huis dat het lekker doet op foto’s. Dus ik haalde bij de Action 3 tassen vol met beige accessoires; beige kussentjes, beige kaarshoudertjes, een beige plaid, beige handdoeken en wat nepplantjes in beige potjes.

We brachten 6 aanhangwagens vol met troep weg naar de stort en zetten het huis vol met de beige dingetjes. Het huis van Ruud zag eruit als een beige eenheidsworst, het was afschuwelijk, maar hé, dat is wat mensen die een huis gaan kopen blijkbaar willen, want zijn huis was binnen een paar weken verkocht.

Daarna kon het echte ontmantelen beginnen. En zo ongeveer alles kon weg. Want wat heb je aan 2 banken, 2 eettafels, 2 bedden en 2 compleet ingerichte keukens? Niets. Veel dingen hadden heus nog wel een tweede leven verdiend, maar onze ervaringen met Marktplaats-verkopen of zelfs ‘gratis af te halen’-advertenties deden besluiten; het kan beter gewoon allemaal naar de stort, want het kost meer tijd en energie om die dingen te verkopen of te laten afhalen dan ze weg te gooien.

Dus de kasten moesten leeg, de laatjes moesten open, meubels moesten worden gedemonteerd, waaronder 3 bedden, een bankstel, een grote stellingkast, een wasmachine, een koelkast. Ik had ondertussen het gevoel alsof er iemand dood was, want je pelt laag voor laag een leven af. Foto’s van een baby-Ruud, foto’s van z’n diensttijd, trouwfoto’s, spelletjes van zijn kinderen, foto’s van z’n kinderen, dozen vol cd’s waar Ruud vroeger waarschijnlijk veel geld voor heeft betaald en toen trots op was, maar die nu geen hol meer waard zijn, liefdesbriefjes van exen, boeken die hij nooit meer wilde herlezen, tientallen speeltjes van Mickey onder de bank.

“Ruud, ik dacht dat ik de kinky persoon van ons tweeën was”, zeg ik tegen hem, als ik ‘m een seksspeeltje laat zien dat ik uit z’n nachtkastje heb getrokken.
“Ah, joh, je probeert weleens wat”, zegt hij.

Terwijl volgens de relatiewetten verhuizen eigenlijk stressvol hoort te zijn, deden wij het zonder drama. Zonder snauwen. Zonder passief-agressieve opmerkingen. In 3 dagen brachten we een volledig huis, een volledig leven, in 10 aanhangwagens naar de stort. Er zijn mensen die vinden dat je in een relatie goed ruzie moet kunnen maken. Ik denk dat het belangrijker is dat je samen moeilijke dingen kunt doen zonder elkaar kapot te praten. Een huis leegtrekken. Een leven reduceren tot wat meegaat. Besluiten wat toekomst heeft en wat niet meer.

Je leert iemand niet kennen tijdens een romantisch diner, maar terwijl je samen 10 aanhangwagens naar de stort brengt. Eergisteren reden wij in volledige harmonie de muziekwijk in Capelle aan den IJssel uit. Richting Tiel. Nog net op tijd om de kerstboodschappen te doen.

2

LUNA EN RUUD ZIJN VERSTANDIGE VOLWASSENEN

Als een vriendin zou zeggen dat ze na een paar maanden al zou gaan samenwonen, zou ik vragen: ‘Joh, is dat nou wel een verstandige beslissing?’ Mijn eigen ervaringen met te hard van stapel lopen zijn immers ook niet echt op succesjes uitgelopen. Maar nadat Ruud en ik een paar maanden een relatie hadden, besloten we toch on-officieel te gaan samenwonen. In mijn huis.

Tijdens een videocall had ik eerder nog geopperd om ergens in april 2025 een maandje te gaan proef-samenwonen, en vooral geen maanden eerder. Dan hoefde hij mijn winterdepressie niet meteen mee te maken. Je wil je toch van je beste kant laten zien, maar ook eerst samen alle seizoenen meemaken voordat je grote beslissingen neemt. Samenwonen. Trouwen. Een nieuwe kitten. Je haar afknippen. Een tatoeage in je nek.

Met ‘verstandig’ bedoelen mensen meestal: voorspelbaar. Volgens de planning. Zoals het hoort. Als ik alles wat ik in mijn leven heb gedaan eerst had laten goedkeuren door de categorie ‘verstandig’, dan had ik nu waarschijnlijk een rustiger leven gehad. Maar een stuk minder leuk. De dingen waar ik het meest van heb geleerd, begonnen niet per se verstandig. Ze begonnen impulsief en vaak tegen beter weten in. Niet al m’n relaties waren verstandige keuzes. De tatoeages op m’n vingers en handen waren misschien ook niet heel slim, maar ik heb er nooit spijt van gehad. De nachten vol drank en drugs; niet verstandig. Sommige Tinder-dates; niet verstandig. Naar bed gaan zonder je tanden te poetsen; niet verstandig. Maar verstandigheid is geen garantie voor geluk. Soms is het gewoon een excuus om niets te durven.

En omdat we na een paar maanden moesten toegeven dat we eigenlijk geen dag of nacht meer zonder elkaar wilden, besloten we al onze bezwaren van ons af te werpen. Dan maar onverstandig.

Het was ook niet heel handig gepland allemaal, want Ruud had net een nieuwe baan in Rotterdam en zijn eigen huis stond nog in Capelle aan den IJssel. Dat betekent voor hem bijna twee uur extra reistijd per dag. Al een jaar lang staat hij elke ochtend om 6:00 op om om 7:00 richting zijn werk te gaan. En al een jaar lang sta ik met hem op om koffie, ontbijt en lunch te maken. En als hij rond 19:00 thuiskomt, zorg ik voor het avondeten. Niet omdat dat moet, maar omdat ik dat wil. En als het me niet is gelukt om iets te koken, interesseert dat Ruud ook geen ene reet. Dan haalt hij wel een frietje op de terugweg.

Is het verstandig om na een relatie van iets meer dan een jaar te besluiten om je huis te verkopen? Ook dat zou ik geen enkele vriendin aanraden. Maar Ruud deed het wel. Hij zette een paar maanden geleden zijn huis in Capelle aan den IJssel te koop, omdat we geen zin hadden om nog jaren dubbele lasten te betalen. Hij daar, ik in Tiel. En dat hoeft ook niet meer. Zijn huis is verkocht en per 1 januari 2026 wonen we niet alleen on-officieel, maar ook officieel samen in Tiel.

Onverstandig. Werkt prima.

5

LUNA EN DE DEUR DIE DICHT MOEST

Dit jaar kwam ik op straat iemand tegen die ik nog kende van vroeger.
“Ik ben dakloos”, zei ze.
“Wat is er gebeurd?”, vroeg ik.

De dakloze vrouw bleek tijdelijk bij een drugsdealer te verblijven en ze vertelde dat ze bang was. Voor hem. Dat ze van hem eigenlijk de deur niet uit mocht. Ik overlegde met Ruud en we besloten haar in huis te nemen met de gedachte dat het tijdelijk was.

Ik zat zelf op dat moment ook niet erg lekker in m’n vel, maar ik deed wat ik altijd doe; mezelf zien als Florence Nightingale 2.0. Ik ga voor een ander zorgen, de ander belangrijker maken dan ikzelf, ik kocht alles voor haar wat ze nodig had, mijn vriendinnen doneerden kleding in haar maat tot ze uiteindelijk meer kleding had dan ik en ik maakte een kamer vrij voor haar.

Ik belde 2 weken lang alle instanties en instellingen af waar ze misschien terecht zou kunnen, maar uiteindelijk kwam ik erachter dat ze nergens meer welkom was. En dat bleek, achteraf, volledig haar eigen schuld. De dakloze vrouw heeft met haar agressie, met haar persoonlijkheid, overal, bij alle instanties, bij alle instellingen, bij familie, alles kapot gemaakt, zodat ze nergens meer welkom is. Ik zei dan ook regelmatig tegen haar; “Waarschijnlijk is dit je laatste kans op een normaal leven, dus doe je best, ik kan het niet voor je doen.”

Maar ik deed uiteindelijk wel heel veel.

Ik regelde dat ze weer een huisarts kreeg. Dat haar voormalige psychiater haar weer terugnam in zijn praktijk. Ik zorgde ervoor dat ze haar medicijnen weer kreeg en innam, ik zorgde ervoor dat ze een paar dagen per week vrijwilligerswerk kon doen. Ik kookte voor haar, ik deed haar was, ik deed de afwas. En Ruud betaalde haar schulden af bij haar zorgverzekeraar, zodat ze nog wel verzekerd zou blijven.

Maar ik kon zelf nergens heen, want ik wilde haar niet alleen laten. Ik vertrouwde haar niet alleen in huis, behalve als ik een kleine boodschap ging doen, dus ze moest overal mee. Mee naar het huis van Ruud om dat leeg te trekken en schoon te maken, mee naar mijn vader, mee naar m’n schoonouders. Ik sprak niet meer met vriendinnen af, al kwam er een keer een vriendin hier, maar ook die ontmoeting wist de dakloze vrouw te verpesten met haar negativiteit. Ik kon niet vrijuit meer praten met Ruud en ik lag nachten wakker over hoe ik in Godsnaam met deze situatie om moest gaan. Het zorgen voor haar begon te voelen als overleven voor mij.

Uiteindelijk bestond elke dag uit ruzie. Uit drama. Alle gesprekken gingen bijna 2 maanden lang alleen nog maar over haar.

Tijdens onze laatste ruzie stond ze schreeuwend tegenover me op een paar meter afstand en riep dat ik haar niet aan moest raken. Het laatste wat ze tegen me zei was: “Jij bent egoïstisch.” En dat was voor mij de druppel. De dakloze vrouw liep boos de deur uit en ik wist: ik doe die deur niet meer voor haar open.

Terwijl ik hyperventilerend op de bank zat heb ik vrienden gebeld en zij hebben al haar kleren en spullen in vuilniszakken gedaan en weggebracht. Ik had dat zelf zowel mentaal als fysiek niet gekund, maar ik ben ze eeuwig dankbaar.

Ook nadat ze weg was, zat ze nog minstens twee maanden in mijn lijf, mijn hoofd en mijn huis. Wat tijdelijk had moeten zijn, heeft meer impact op me gehad dan ik had kunnen overzien. Haar de deur uitzetten voelde als falen, maar haar hier nog 1 dag langer houden had mij en misschien wel m’n relatie kapot gemaakt.

3

LUNA EN DE SNURKENDE MAN

In Nederland wordt 1 op de 8 dagen een vrouw vermoord door haar partner. Waarschijnlijk omdat ze de aardappels heeft laten aanbranden, een praatje maakte met de buurman, z’n biertje niet op tijd naast ‘m neerzette of omdat ze die dag gewoon nét iets te veel make-up op had gedaan.

Ik snap niet dat er niet elke dag een man vermoord door z’n vrouw. Omdat-ie snurkt. Een keertje snurken, na een nachtje doorhalen, een biertje of wijntje te veel, ach, dat trek je over het algemeen nog wel. Maar een paar nachten wakker liggen van een snurkende man? Neen. Dan wil je die snurkende partner het liefst met je blote handjes z’n strot dichtknijpen. Of er gewoon een kussen op leggen en er dan met je dikke reet op gaan zitten. “Jij wil toch altijd dat ik op je gezicht kom zitten? Nou, hier heb je het!”

Het was de tweede nacht dat Ruud en ik samen sliepen en ik hem midden in de nacht wakker maakte.

“Jouw gesnurk gaat een dingetje worden”, zei ik.
“Ik kan wel op de bank gaan slapen”, zei Ruud.
“Nee, dat wil ik helemaal niet, ik wil tegen jou aan slapen.”

Ruud zag het al helemaal misgaan met onze relatie en de volgende ochtend bestelde hij meteen een Snorban. Dat is een soort plastic dingetje dat je in kokend water doet, daarna in je mond stopt en een paar minuten later heb je dan een op maat gemaakt ‘bitje’ dat ervoor zorgt dat je niet snurkt. En dit klinkt heel simpel, maar het werkt perfect. Meestal dan.

Soms word ik alsnog midden in de nacht wakker van het gesnurk van Ruud. En dat zijn geen zachte, lieve snurkjes, nee, dit zijn snurks waardoor ik recht overeind in bed zit.

“Liefje, heb je je bitje in?”
“Eh, nee, die heb ik nog in m’n hand.”
Op het moment dat hij z’n bitje in doet is hij weer in slaap gevallen en lig ik nog een kwartier wakker met hartkloppingen.

“Liefje, heb je je bitje in?”
“Nee.”
En daarna gaat Ruud soms 10 minuten zoeken tussen het beddengoed, onder de kussens, naast het bed en onder het bed om erachter te komen dat de Snorban nog gewoon keurig in het doosje op het nachtkastje zit. Hij valt meteen in slaap als-ie ‘m in doet. Ik blijf klaarwakker.

“Liefje, heb je je bitje in?”
“Nee.”
Waarna vervolgens het dekbed bruusk van me wordt afgetrokken, het grote licht van de iPhone helemaal CSI aan onder de dekens, hij blij met wat hij ziet, lekker wijf, maar nergens een bitje, ik helemaal wakker van al dat licht en dan ook nog linksom, rechtsom moeten draaien, want misschien ligt die Snorban wel tussen m’n tieten en voor de zekerheid moet er ook wel even overal gevoeld worden. De conclusie; waarschijnlijk hebben de katten de Snorban gepakt en weet ik veel waar naartoe gesleept en we kijken morgen wel. Nog geen minuut later; Ruud alweer aan het snurken. Ik al m’n levenskeuzes aan het overdenken.

Voor de duidelijkheid: Ruud leeft nog. Dat lijkt me liefde.

 

Zo’n Snorban is te koop via Bol.com! Ze zijn niet goedkoop, maar ze werken dus écht heel goed. Als je ‘m draagt. Een Snorban kan je relatie redden! En je leven! 

4

LET LUNA’S LOVE SHINE A LIGHT

Vanaf het moment dat ik hier in dit huis, in deze straat kwam wonen, botert het niet echt tussen de overbuurvrouw en mij. Dat hoorde ik via andere buren. Nooit rechtstreeks. Het begon met: “Nou, dan komen ze hier wonen en dan komen ze zich niet eens even voorstellen.” Ik wist niet dat dat moest, in m’n mooiste jurkje met een vers gebakken appeltaart een rondje door de straat maken.

Jarenlang versierde ik het huis niet van buiten, maar ergens ging er een lampje bij mij van binnen en aan de kozijnen van buiten branden. Ik hing lichtjes voor de ramen én ik zette 20 plastic flamingo’s buiten in de voortuin. Tussen de flamingo’s hing ik gekleurde lichtjes. Het was beeldschoon! Het was een genot om naar te kijken. Maar niet voor de overbuurvrouw. Die sprak er toch wel een klein beetje schande van.

En daarna ging het voor de overbuurvrouw van kwaad tot erger, maar van mij van kwaad tot beter. Mijn huis transformeerde langzaam in een roze glitterpaleis met 100 knuffelbeesten en mijn kerstboom kon ik prima het hele jaar laten staan. Want het is mijn huis. En mijn kerstboom.

“Wanneer ga je de kerstboom weghalen?”, vroeg de overbuurvrouw het tweede jaar dat de kerstboom nog in april stond. “Nooit”, zei ik, “want ik word er blij van.” Kon ze niet tegen. Want doordat ik mijn kerstboom 365 dagen per jaar laat staan ‘verpest ik haar kerstgevoel’ en ze wordt ‘gek van het geknipper’. Met dat geknipper valt het wel mee, want ik heb m’n kerstboom alleen aan op zon- en feestdagen en meestal met de luxaflex dicht. Maar aan of uit, overdag of ‘s avonds; mijn permanente kerstboom blijft een dennetak in haar oog.

Dit jaar had ik het snoer van de buitenlichtjes nog geen minuut in het stopcontact of de buurvrouw kwam al klagen. Of de buitenlichtjes wel alsjeblieft in januari weer weg konden. “Maar als je er zo’n last van hebt, dan kun je toch de gordijnen dicht doen?”, zei ik. “Ja, maar ik ga mijn gordijnen niet dicht doen voor jou”, zei de overbuurvrouw.

Vorige week zette ik m’n buitenlichtjes aan om een uur of 18:00 en nog geen 5 minuten later stond de overbuurman voor de deur. “Ga je die lichtjes nog een keer normaal zetten?”, vroeg hij op boze toon. En ik schrok. Want ik kan niet tegen boze mannen. Dus ik liep met de overbuurman mee naar buiten om te checken of het allemaal nou echt zo erg was. Dat was het niet. De buitenlichtjes vloeiden langzaam van roze naar geel en van geel naar groen en dan naar blauw. Het was een prachtig schouwspel.

“Nee”, zei ik.

“Dus je gaat het niet doen?”, vroeg de overbuurman, nog steeds boos. “Nee, nee, nee, je vrouw is geobsedeerd door mijn lichtjes en m’n kerstboom”, zei ik. “En dat is ze al jaren en ik ben er klaar mee, ik vind het mooi. De lichtjes staan niet op standje epilepsie, het is een vloeiende overgang van kleurtjes. Doe de gordijnen maar dicht.”

“Ik vind het een kermis.”
“Dat is precies wat ik wil.”

3