LET LUNA’S LOVE SHINE A LIGHT
Vanaf het moment dat ik hier in dit huis, in deze straat kwam wonen, botert het niet echt tussen de overbuurvrouw en mij. Dat hoorde ik via andere buren. Nooit rechtstreeks. Het begon met: “Nou, dan komen ze hier wonen en dan komen ze zich niet eens even voorstellen.” Ik wist niet dat dat moest, in m’n mooiste jurkje met een vers gebakken appeltaart een rondje door de straat maken.
Jarenlang versierde ik het huis niet van buiten, maar ergens ging er een lampje bij mij van binnen en aan de kozijnen van buiten branden. Ik hing lichtjes voor de ramen én ik zette 20 plastic flamingo’s buiten in de voortuin. Tussen de flamingo’s hing ik gekleurde lichtjes. Het was beeldschoon! Het was een genot om naar te kijken. Maar niet voor de overbuurvrouw. Die sprak er toch wel een klein beetje schande van.
En daarna ging het voor de overbuurvrouw van kwaad tot erger, maar van mij van kwaad tot beter. Mijn huis transformeerde langzaam in een roze glitterpaleis met 100 knuffelbeesten en mijn kerstboom kon ik prima het hele jaar laten staan. Want het is mijn huis. En mijn kerstboom.
“Wanneer ga je de kerstboom weghalen?”, vroeg de overbuurvrouw het tweede jaar dat de kerstboom nog in april stond. “Nooit”, zei ik, “want ik word er blij van.” Kon ze niet tegen. Want doordat ik mijn kerstboom 365 dagen per jaar laat staan ‘verpest ik haar kerstgevoel’ en ze wordt ‘gek van het geknipper’. Met dat geknipper valt het wel mee, want ik heb m’n kerstboom alleen aan op zon- en feestdagen en meestal met de luxaflex dicht. Maar aan of uit, overdag of ‘s avonds; mijn permanente kerstboom blijft een dennetak in haar oog.
Dit jaar had ik het snoer van de buitenlichtjes nog geen minuut in het stopcontact of de buurvrouw kwam al klagen. Of de buitenlichtjes wel alsjeblieft in januari weer weg konden. “Maar als je er zo’n last van hebt, dan kun je toch de gordijnen dicht doen?”, zei ik. “Ja, maar ik ga mijn gordijnen niet dicht doen voor jou”, zei de overbuurvrouw.
Vorige week zette ik m’n buitenlichtjes aan om een uur of 18:00 en nog geen 5 minuten later stond de overbuurman voor de deur. “Ga je die lichtjes nog een keer normaal zetten?”, vroeg hij op boze toon. En ik schrok. Want ik kan niet tegen boze mannen. Dus ik liep met de overbuurman mee naar buiten om te checken of het allemaal nou echt zo erg was. Dat was het niet. De buitenlichtjes vloeiden langzaam van roze naar geel en van geel naar groen en dan naar blauw. Het was een prachtig schouwspel.
“Nee”, zei ik.
“Dus je gaat het niet doen?”, vroeg de overbuurman, nog steeds boos. “Nee, nee, nee, je vrouw is geobsedeerd door mijn lichtjes en m’n kerstboom”, zei ik. “En dat is ze al jaren en ik ben er klaar mee, ik vind het mooi. De lichtjes staan niet op standje epilepsie, het is een vloeiende overgang van kleurtjes. Doe de gordijnen maar dicht.”
“Ik vind het een kermis.”
“Dat is precies wat ik wil.”






JOUW feestje! Zure mensen.
You go girl! 💪🏼🎉✨
Zolang t niet constant knippert…..lelker doen wat jij wil !!!!