UNA EN HET VOORSPEL DAT JE AANTREKT
“Hou je die broek aan?”, vroeg ik aan Ruud. We zaten ‘s avonds op de bank en hij had z’n strakke, zwarte broek nog aan.
“Eh, ja”, zei hij.
“Heb je geen joggingbroek? Of een huispak?”
“Nee.”
Hij zei gewoon ‘nee’. Het was alsof ik water zag branden. Hoe kan een man van 57 geen joggingbroek hebben? Geen huispak? Hoe kan een volwassen man zich ‘s ochtends aankleden in strak zittende kleding en dat dan de hele dag dragen tot hij gaat slapen? Mindblowing!
Ik keek hem aan alsof hij me zojuist had verteld dat hij geen tandenborstel had. Of dat hij altijd met schoenen aan in bed gaat liggen. Het hebben van een joggingbroek is toch een soortement van basisuitrusting. Dit leer je toch ergens onderweg? ‘En dan nu lekker in een joggingbroek of pyjama op de bank met een bakje chips en een glaasje cola stomme televisie kijken.’ Dekentje erbij waar je allebei onder past. Een strakke broek is kut. Ondergoed is kut. Een panty is kut. En laten we vooral niet vergeten; een bh is kut. Van alle kledingstukken is een bh toch wel het allermeeste kut. En ik snap dat ze de boel net even een stukje omhoog trekken, maar comfortabel, hoe goed aangemeten ook; neen. Lekker los is altijd beter. Hetzelfde geldt voor piemels; los is beter.
“De meeste vrouwen vinden mannen in een grijze joggingbroek dus heel geil hè?”, zei ik.
“Oh, is dat zo?”, vroeg Ruud.
“Zo’n strakke broek biedt toch ook geen easy access als je samen op de bank hangt?”
“Oh”, zei Ruud en ik merkte dat er ergens een lampje ging branden.
Het moet geen Al Bundy-achtige toestand worden, maar een strakke broek met riem zegt: ik moet zo nog ergens heen. Ik moet nog iets doen. Een joggingbroek zegt: ik blijf hier lekker bij jou zitten of liggen.
Nu werk ik de hele dag thuis, dus ik heb makkelijk praten. Ik slaap naakt, maar leef in m’n Disney-pyjama’s. Zeker in de winter. Een nieuwe Disney-pyjama is het ultieme, comfortabele cadeautje dat ik mezelf elk jaar geef. En de Primark heeft elk jaar, wat zeg ik, waarschijnlijk elke maand, een nieuwe collectie met fluffy, zachte pyjama’s. Je kon mij dit jaar uittekenen in m’n Elmo-pyjama of Gizmo-pyjama.
Maar Ruud had dus geen joggingbroek. Geen pyjama. Geen enkel kledingstuk dat met als enig doel heeft; niks doen. Hangen op de bank. De deur niet meer uit hoeven.
“Ik kan gewoon niet zo goed ontspannen”, zei Ruud.
“Oh, maar dat kan ik juist uitstekend”, zei ik.
Ontspannen blijkt soms gewoon een kledingkeuze. Inmiddels heeft Ruud 4 joggingbroeken. En een lekkere fluffy pyjama. Voor ‘s avonds op de bank. Niet voor in bed. Voorspel begint met ontspanning. Niks hoeven. Of een grijze joggingbroek die zegt: ik ga nergens heen.




