LUNA EN HOE JE WAKKER KUNT LIGGEN VAN EEN BITTERBAL
Ik hou van Ruud. Ik hou ook van Ruud als-ie snurkt, maar dan toch net ietsje minder. De Snorban die Ruud ‘s nachts draagt werkt prima, maar dan moet-ie ‘m wel in doen en vooral in houden (LUNA EN DE SNURKENDE MAN). Door sommige omstandigheden, moeheid, irritatie, vergeetachtigheid of gewoon nog even wat gezegd willen hebben, want het is nogal moeilijk praten met een bitje in, wordt de Snorban nog wel eens verwaarloosd. Ook een verkoudheid of 2 biertjes teveel hebben effect op het gewenste effect van de Snorban.
In slaap vallen is voor mij nooit een probleem. Ik zie ons heerlijke bed, ik krul me op tussen de dekens, ik hou Ruud vast als een Monchhichi en ik ben binnen een minuut vertrokken. Als ik echter wakker word, vaak 2 uurtjes later, dan kom ik nooit meer in slaap. Soms probeer ik dan een serietje te kijken, soms ga ik gewoon maar wat kettingen maken en soms ga ik beneden op de bank bij de katers liggen. Het is wat het is en de menopauze helpt ook niet echt mee qua slapeloze nachten.
Gisteren heb ik geen oog dicht gedaan, wegens een opkomende verkoudheid of misschien wel een licht griepje van Ruud. Iets met hoesten. Iets dat zelfs de Snorban niet meer kon verhelpen. Het was een afschuwelijke situatie. Voor mens en dier.
Ik vertrok naar de bank beneden en zocht een stukje on-interessante pulp-tv waarvan m’n ogen hopelijk vanzelf zouden dichtvallen. Ik zag dat er een nieuwe Nederlandse serie was toegevoegd op Netflix; Blind Sherlock. En zoals de titel van deze serie al doet vermoeden; de serie gaat over een blinde man. Die blinde man gaat met zijn uitzonderlijk goede gehoor de afluisterunit van de Rotterdamse politie helpen. Dat doet hij in 6 afleveringen van zo’n 45 minuten, dus goed voor 4,5 uur kijkplezier, dacht ik. Prima om een nachtje mee door te komen en ook zeker een aanrader, maar ik ga de boel hier even spoileren.
Want… en ik voelde dit al aankomen na de eerste aflevering en ik ga dit in kapitalen schrijven en dat mag in dit geval; DE HOND GAAT DOOD. Er is een hele site gewijd aan films en series die je moet vermijden omdat de hond dood gaat (www.doesthedogdie.com), maar in dit geval is het ook nog een blindengeleidehond. DE BLINDENGELEIDEHOND GAAT DOOD. Dan ben je dan als regisseur, als scenarioschrijver, als producent, gewoon een slecht mens. Hoe kun je nou een blindengeleidehond dood laten gaan? Door een vergiftigde bitterbal! Een bitterbal!!! Ik ben hier de hele nacht van van slag geweest! Nu kon ik sowieso al niet slapen, maar die dode blindengeleidehond gaf me net het zetje van helemaal geen oog meer dicht doen.
Ruud heeft daarentegen een keurige 8 uur gemaakt, al dacht hij zelf dat hij ook wel een tijdje wakker heeft gelegen.
“Ik heb de halve nacht wakker gelegen”, zei hij.
“Jongen, ik hoorde je beneden nog snurken”, zei ik.
Vanavond eten we bitterballen.
LUNA EN DE RING DOORBELL
Ruud, pragmatische man als hij is, kocht na de anonieme telefoontjes, die dus eigenlijk helemaal niet zo anoniem waren, meteen een ‘Ring doorbell’. Ik heb me nog nooit onveilig gevoeld in m’n eigen huis, op geen enkele plek waar ik heb gewoond, maar aangezien de dakloze vrouw zich waarschijnlijk niet begeeft tussen apothekersassistentes, pedicures, yoga-leraren of meisjes die vrijwilligerswerk doen bij het dierenasiel, leek het zowel Ruud als mij een goed idee om zo’n ‘Ring doorbell’ te installeren. Mocht er dan onverhoopt toch een vaag figuur voor de deur staan, dan hebben we meteen extra bewijs dat we aan de politie kunnen overhandigen.
Daarnaast blijkt zo’n ‘Ring doorbell’ ook zeer geschikt om op afstand met pakketbezorgers te communiceren. Als er wordt aangebeld, maar ik ben niet thuis, dan kan ik via een intercom-systeem wel roepen dat hij het pakketje gewoon voor de deur kan leggen. Het is een aanwinst voor dit volledige huishouden.
Het bleek echter geen aanwinst voor onze directe buren.
Nu moet zo’n ‘Ring doorbell’ natuurlijk goed afgesteld worden en er zullen vast wel regels en wetten zijn, maar onze deur en de deur van de directe buren staan tegenover elkaar. Onze voordeuren zitten niet, zoals bij de meeste huizen, aan de voorkant, maar aan de zijkant. Met onze opritten ertussen. En het is dus niet te vermijden dat onze ‘Ring doorbell’ ook aanslaat als de buren op hun oprit lopen. Nu interesseert het mij werkelijk geen hol wanneer zij de deur uitgaan om boodschappen te doen, of om een wandelingetje te maken of hun stoep aanvegen om de herfstbladeren of sneeuw weg te werken, maar de buren waren niet blij met het blauwe lichtje van de ‘Ring doorbell’ die aanging als ze langs liepen.
Dat zag ik op de beelden van de ‘Ring doorbell’.
Dus ik bel aan bij hun ouderwetse deurbel: “Hé, als jullie problemen hebben met onze nieuwe bel, of vragen hebben, waarom kom je dan niet gewoon even langs?”
De buurman wordt bijna meteen boos en ik kan nog steeds niet tegen boze mannen. Waar ik vroeger in de Bambi-modus schoot, ga ik momenteel meteen in de mij-maak-je-niks-en-je-moet-me-ook-niks-proberen-te-maken-modus. “Hoe zou jij het vinden als ik hier een heel groot apparaat neer zou zetten, op jouw voordeur gericht?”, vraagt de buurman. “Dat zou me geen ene reet interesseren”, zeg ik. Misschien schreeuwde ik het. “En ik ga nu naar binnen en ik kom morgen wel terug als we allemaal weer rustig zijn.” En ik ga naar binnen. Adem in en adem uit.
Tien minuten later staat de buurvrouw voor de deur. Net als ik aangedaan door de hele situatie. Ik vraag of ze binnenkomt, ik leg uit waarom we die ‘Ring doorbell’ hebben geïnstalleerd en ik begin te huilen. “Maar waarom vertel je ons dat niet eerder?”, vraagt ze. “Omdat ik jullie niet onnodig bang wil maken en omdat het niemand wat aangaat wat er in m’n privéleven gebeurt”, zeg ik. “En omdat ik me dom en stom voel over de hele situatie.”
De buurvrouw snapt het.
“Kom hier, geef me een knuffel”, zeg ik, “ik ben blij dat je even langs kwam.” Soms is een knuffel genoeg om te begrijpen wat woorden alleen niet oplossen. Dat was met de buurman niet gelukt.
HOE HET SOMS BETER IS OM NIKS TE ZEGGEN
Ik werd gebeld door een anoniem nummer. Ik nam niet op.
Ik werd meteen daarna weer gebeld door een anoniem nummer. Ik nam weer niet op.
Ik werd meteen daarna weer gebeld door een anoniem nummer. Ik nam op en hoorde ruis. Ik hoorde een auto. Ik hoorde van alles, maar verstond niks. Ik hing op.
Ik werd weer gebeld. Ik nam op.
Er begon iemand te praten met een hele rare stem. Ik herkende de stem niet. Het zou een vervormer kunnen zijn. Daar heb je blijkbaar App’s voor tegenwoordig.
Maar alles in mijn lijf wist meteen: dit is de dakloze vrouw die me op de een of andere manier een kutgevoel probeert te geven.
“Jij hebt je kerstboom toch nog staan?”
“Ik reed er net langs.”
“Jij test toch seksspeeltjes?”
“Ja, ik zag je kerstboom staan.”
“Jij hebt toch poezen?”
En ik verloor heel even m’n rust, ik had meteen op moeten hangen, maar dat deed ik niet. Ik flipte ‘m en zei dat (…) me met rust moest laten.
Wat daarna volgde waren dagelijkse anonieme telefoontjes. En met dagelijks bedoel ik ‘s morgens, ‘s middags, ‘s avonds, ‘s nachts.
“Ik weet helemaal niet wie (…) is, maar ik las een berichtje op Telegram. Daar staat dat (…) jou niet mag en dat ze achter jou aanzit.”
“Ze wil jou pakken.”
“Zij mag jou niet.”
“Zeg eens wat terug.”
“Ben je verlegen?”
“Chantall, Chantalleke, zeg eens wat, waarom zeg je niks?”
“(…) zit hier ook.”
“Mag jij Chantall?”
“Waarom moest ik haar bellen?”
Geen reactie is de beste reactie.
En ik heb inmiddels m’n telefoon uitgezet qua geluid.
Ik zal de naam van de dakloze vrouw nooit online zetten, maar ik heb inmiddels wel meerdere meldingen gedaan bij de politie. Geen spoed, maar wel een klotesituatie. De wijkagent belde me vandaag terug. Op het moment dat ik me onveilig voel, kan ik bellen en dan staan er meteen mannetjes (M/V) voor de deur. Ik heb alle belachelijke telefoontjes opgenomen en uitgeschreven qua datum en tijd. De gevevens van de dakloze vrouw zijn bekend bij de instanties die dat moeten weten. Ruud heeft dit weekend een ‘ring-door-bell’ opgehangen, zodat ik gewoon nog de deur open kan doen als er een Temu-bestelling met spiegeltjes en kraaltjes voor de deur staat.
Ik laat me niet monddood maken. En zeker niet door (…).
LUNA NAAR DE VAN DER VALK TOCO IN TIEL
Ruud wilde vieren dat z’n huis verkocht was, dat al het papierwerk, het geld, het gedoe, dat alles achter de rug was én dat we nu dan echt ook officieel samenwonen in Tiel. Hij had al wat restaurantjes bedacht, maar ik zei: “Joh, laten we naar de Van der Valk gaan, daar is sinds vorig jaar een soort tapas-restaurant geopend. De menukaart van Toco ziet er lekker uit en voor € 39,95 kun je 3 uur lang alles bestellen wat je wil en we kunnen er lopend naartoe, dan kun jij ook een cocktailtje doen!”
Het duurde zo’n 10 minuten voordat ons gevraagd werd of we iets wilden drinken. Het duurde daarna nog eens 20 minuten voor onze mojito en gin-tonic voor ons werden neergezet.
Ik kan een gin-tonic maken in onder de minuut en dat is inclusief het uitsnijden van sterretjes, hartjes, konijntjes of kleine piemeltjes en kutjes uit een reep komkommer die ik in plakken heb gesneden met een kaasschaaf. Je gooit er een paar peperkorrels bij, een flinke scheut gin, een flesje superdeluxe tonic met een chique etiket, een paar ijsblokjes, een plastic rietje of een metalen rietje en je hoort niemand klagen. Mij niet.
Waar ik wel even over wil klagen is het eten van de Toco van de Van der Valk. Alle gerechtjes worden op de menukaart gepresenteerd als een soort van chique, maar zijn in werkelijkheid van een middelmatigheid waar een grijze muis nog van van kleur zou verschieten.
De ‘reuzengamba’s met honing-mosterdsaus, rettichsalade en zwart sesamzaad’ is in werkelijkheid 1 gefrituurde garnaal in een panko-jasje. En deze garnalen kun je gewoon kopen bij elke gemiddelde toko. Oh, wacht, misschien komt daar de naam ‘Toco’ vandaan? Want de inktvisringen waren ook gewoon ingekocht en te lang gefrituurd. En dat hoeft geen enkel probleem te zijn, als je er maar genoeg saus bij hebt om het allemaal weg te kauwen en slikken, maar onder de 3 inktvisringen zat zo’n ‘met een kwastje aangebrachte chique streep’ met net genoeg ‘aioli saus’ voor 1 hapje. De limoen die de menukaart me beloofde lag nergens bij.
De ‘little gem salad’ had geen jalapeñopepers, zoals belooft op de menukaart, maar gewone rode pepertjes en keiharde, smakeloze stukken avocado. De ‘tartaar van zalm, wasabimayonaise en kroepoek van inktvis’ had helemaal geen kroepoek van inktvis maar een gefrituurd nori-velletje en ik zou het geen ‘tartaar’ durven noemen maar meer een liefdeloos bij elkaar geduwd hapje van restjes zalm.
Over zalm gesproken; de ‘ceviche van zalm met citrussoorten, spaghetti van zoete aardappel en queso fresco’ was waar ik vooral op aansloeg om hier te gaan eten. Want; ceviche, in citrus gegaarde vis, staat toch zeker in mijn top 10 van snacks alle tijden! De ceviche van Toco zal ik ook niet snel vergeten, al komt die in mijn top 10 van culinaire teleurstellingen. Ik ben dan geen topchef, maar wel een connaisseur qua ceviche en dit gerecht leek op ontdooide diepvrieszalm met een shotje citroensap eroverheen gedrapeerd en een paar uur later geserveerd. En dan ook nog zonder de beloofde zoete aardappel en zonder de queso fresco. Wel met een blaadje rucola, hoera.
Ook de ‘geitenkaaskroketjes’ kregen weer zo’n streep saus, maar dan harissamayonaise en dit was eigenlijk best een lekker gerechtje, maar na even wat research van Ruud; deze geitenkaaskroketjes worden gewoon ingekocht bij de HANOS. Net als de ‘bitterbal van kreeft’ trouwens. Helemaal niks mis mee, maar waarom op je website koketteren met ‘geniet in tapas-stijl van verfijnde, seizoensgebonden gerechten, bereid door onze chefs in de open keuken. Van klassiekers tot verrassende creaties – steeds vers en met passie geserveerd’? Ik weet dat dat ook maar gewoon een lulverhaaltje is om gasten binnen te krijgen, maar ‘vers, seizoensgebonden, verrassend, verfijnd’, nou nee.
En die ‘open keuken’? Als ik naar links keek kon ik inderdaad 2 mannetjes bezig zien. Ik zag alleen hun hoofd, maar wat ze aan het doen waren? Geen idee, maar waarschijnlijk met het frituren van allerlei diepgevroren items. En ach, dat mag je best ‘het bereiden van gerechten’ noemen.
Mijn laatste gerechtje was een ‘mini slliptong, gebakken op de wijze van Van der Valk’ en Godallemachtig, ik moest nog net niet huilen. Wat een treurigheid. Het leek wel alsof het sliptongetje iets te lang gebakken, maar waarschijnlijk ‘op de Van der Valk-wijze’ gefrituurd was, en dat de kok daarna het zwarte velletje eraf had geschraapt. Het partje citroen kon het sliptongetje allang niet meer redden.
Middelmatige gerechtjes moet je over het algemeen gewoon wegspoelen met enorme hoeveelheden wijn, bier, of gin-tonics, maar hoewel de serveersters en serveerders bijna 2,5 uur linksom en rechtsom langs ons liepen en wij echt heel hard hebben gekeken en gezwaaid hebben we maar 2 keer een drankje kunnen bestellen. Ruud wilde weer een mojito, ik dit keer een gin-tonic met rood fruit.
“Vind u het erg als er geen rood fruit in de gin-tonic zit?”, vroeg een meisje nadat we onze bestelling al een kwartier daarvoor hadden doorgegeven..
“Eh, maar het is een gin-tonic met rood fruit”, zei ik.
“Ja, dat hebben we niet, we hebben wel citroen en komkommer.”
“Doe me dan maar gewoon dezelfde gin-tonic als ik hiervoor had.”
Vervolgens kreeg ik een gin-tonic zonder gin en met een paar plakjes komkommer. Ook in de mojito van Ruud was de rum ver, zeer ver, te zoeken. Of misschien ook wel niet aanwezig.
“Ik had nog makkelijk kunnen rijden”, zei Ruud toen we naar huis liepen.
“We hadden beter een fles gin, een fles rum, een bosje munt, een komkommer, een bak rood fruit en 3 flessen Spa rood en 3 flessen tonic kunnen kopen en een diepvries-pizza in de oven kunnen doen.”
LUNA EN EEN ROMPSLOMP VAN 7 KILO
In een zeer donkergrijs verleden werden er op Climaximaal.nl nog wel eens sekstoys getest voor mannen. Of voor mensen met een piemel. Of prostaat. In datzelfde donkergrijze verleden kreeg ik van Motsutoys.nl een aantal zeer grote, zware masturbatoren toegestuurd. Dus dan heb ik het niet over een masturbator van bijvoorbeeld Tenga, die zijn over het algemeen zeer handzaam. Nee, ik heb het over masturbatoren waarbij je eerst even moet nadenken over hoe je ze gaat oppakken, waar je ze neerzet of hoe je ze gaat gebruiken..
Ik kreeg toen ook een levensgrote romp. Nu moet ik toegeven; ik heb dit soort toys persoonlijk nooit begrepen, maar hé ieder z’n kink. Ik snap niet dat je je piemel in een romp met afgehakte ledematen wil stoppen, maar hé, nogmaals; ieder z’n kink en als het jouw kink is om dat te doen? Lekker doen! Als ik dit soort gedachten verder trek dan stop ik graag een afgehakte, stijve piemel in de vorm van een vibrator of een dildo in me, dus wie ben ik om te oordelen?
Tijdens de totalitaire opruimactie van m’n sekstoy-kantoor kwam ik die romp weer tegen. Al zijn het er eigenlijk 3; een Jeans Girl van 2,2 kilo, een Skirt Girl van 2,4 kilo en dus een levensgrote romp van 7 kilo. En met romp bedoel ik een siliconen reet en heupen met een stukje buik eraan en 2 hele kleine stompjes van bovenbenen. Nogmaals; deze toy weegt 7 kilo.
“Ruud, heb jij behoefte aan een romp?”, vroeg ik toen ik de ‘KYO 7 Sins heup masturbator’ z’n kantoor in tilde.
“Nou, ik ben nu even bezig”, zei Ruud.
“Maar wat moet ik hier mee?”
“Verkopen?”
“Ja, aan wie? En waar?
“Er is vast een markt voor.”
“Ik kan toch geen sekstoy-romp Marktplaats zetten?”
“Waarom niet?”
“Omdat het een romp is van 7 kilo.”
“Dus?”
“Ik wil geen vage types aan de deur en ook geen vage gesprekken hoeven te voeren over hoe diep het kutje van de romp is. Hij heeft trouwens wel 2 gaten en een soort van afwateringssysteem om de boel schoon te maken, echt wel goed over nagedacht. Weet je wat dit ding kost?”
“Eh, 250 euro?”
“Ja, 259 euro!”
“Daar zou je toch nog wel 100 euro voor kunnen vragen? Hij zit nog helemaal dicht in de verpakking en hij is nooit gebruikt”
“Ah, nee, dat zie ik echt niet zitten hoor.”
Ik zag mezelf al mailen met iemand die ‘oprecht geïnteresseerd’ is in een siliconen romp van 7 kilo. Of zoals het op de verpakking staat ‘7 kilo pleasure’. En dan vragen beantwoorden. Foto’s maken. Afspreken. Iemand aan de deur treffen die net iets te enthousiast is; “Jij hebt ook een best setje heupen, lijkt de toy een beetje op jouw reet?”
Dus. Ik moest ‘m naar de ondergrondse container tillen. Ik kon dit Ruud niet aandoen. Dus doos open, romp eruit en in een vuilniszak proberen te proppen. Daarna ging ik met de romp onder m’n arm op weg naar de container. Niet naar een nieuwe eigenaar, niet op weg naar een review, maar richting de vergetelheid.
Ergens ligt nu een siliconen reet te wachten op niemand.
LUNA EN DE ZELFSCAN-KASSA BIJ DE LIDL
Hé Channie, moeten we je even op komen halen om boodschappen te doen?”, vroeg m’n vader aan de telefoon. “Addy en ik gaan zo naar de LIDL, dan pikken we je even op.”
“Is goed”, zei ik, want op m’n fiets naar de supermarkt is momenteel niet te doen met al die sneeuw. En m’n vader had m’n stukje gelezen over m’n wandeling in de sneeuw richting de supermarkt. Ik haat sneeuw. Ik haat gladde straten. Ik haat kou. Ik haat naar buiten.
Ik was vergeten dat ik de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL ook haat en dat ik er daarom al maanden niet was geweest.
Ze hebben tegenwoordig bij alle supermarkten een zelfscan-kassa en ik vind ze eigenlijk allemaal kut. Er valt sowieso heel wat slechts van zelfscan-kassa’s te zeggen, maar bij de LIDL hebben ze het helemaal bont gemaakt. De zelfscan-kassa’s bij de LIDL werken namelijk op gewicht.
De eerste keer dat ik kennis maakte met de nieuwe zelfscan-kassa’s van de LIDL sloeg ik volledig op tilt. En ik was niet de enige, want de zelfscan-kassa sloeg ook op tilt. Het was een loopje waar we allebei niet uitkwamen en waar een persoon met een pasje meerdere keren aan te pas moest komen om mij en de kassa uit het loopje te halen. Het systeem van die nieuwe zelfscan-kassa’s op gewicht klinkt heel simpel; ‘je legt je tas op de weegschaal, je scant een product, je plaatst het product in die tas op de weegschaal en daarna scan je pas je volgende product’. En dit werkt misschien voor mensen zonder ADHD, mensen die precies doen wat de bedoeling is, maar het werkt niet voor mij. Het zelfscannen suggereert dat je het lekker allemaal zelf mag doen, autonomie, efficiëntie, maar het is een leugen. Niets maakt me zo opgejaagd en onhandig als de zelfscan-kassa van de LIDL die begint te piepen als ik een zak spruitjes niet op de weegschaal heb gelegd, maar nog steeds in m’n hand heb en alvast begonnen ben met het scannen van een zak afbakbroodjes.
‘Het geplaatste artikel is niet goedgekeurd door de weegschaal. Plaats het juiste artikel of vraag een medewerker om hulp.’
En ik weet dan niet meer of ik nu de spruitjes nog een keer moet scannen of de afbakbroodjes. Op tilt. Volledig op tilt.
Mijn stiefmoedertje Addy, die al 10 minuten met m’n vader met hun afgerekende boodschappen stond te wachten, zag het van een afstandje gebeuren en kwam me redden. Mijn licht-ontvlambare karakter heb ik van m’n vader en Addy zag die spruitjes en de afbakbroodjes al door de hele LIDL gaan. Addy scande uiteindelijk de spruitjes en de afbakbroodjes en er moest nog steeds meerdere keren een persoon met een pasje aan te pas komen om de rest van de boodschappen door de controle heen te krijgen, maar er zijn in ieder geval geen gewonden gevallen.
Ik hoef geen autonomie bij mijn boodschappen. Ik hoef geen technologie die mij opvoedt. Ik wil gewoon keurig betalen en naar huis. En als dat betekent dat ik weer netjes in de rij ga staan bij een kassa met een echt mens, dan voelt dat ineens verrassend modern.
UNA EN HET VOORSPEL DAT JE AANTREKT
“Hou je die broek aan?”, vroeg ik aan Ruud. We zaten ‘s avonds op de bank en hij had z’n strakke, zwarte broek nog aan.
“Eh, ja”, zei hij.
“Heb je geen joggingbroek? Of een huispak?”
“Nee.”
Hij zei gewoon ‘nee’. Het was alsof ik water zag branden. Hoe kan een man van 57 geen joggingbroek hebben? Geen huispak? Hoe kan een volwassen man zich ‘s ochtends aankleden in strak zittende kleding en dat dan de hele dag dragen tot hij gaat slapen? Mindblowing!
Ik keek hem aan alsof hij me zojuist had verteld dat hij geen tandenborstel had. Of dat hij altijd met schoenen aan in bed gaat liggen. Het hebben van een joggingbroek is toch een soortement van basisuitrusting. Dit leer je toch ergens onderweg? ‘En dan nu lekker in een joggingbroek of pyjama op de bank met een bakje chips en een glaasje cola stomme televisie kijken.’ Dekentje erbij waar je allebei onder past. Een strakke broek is kut. Ondergoed is kut. Een panty is kut. En laten we vooral niet vergeten; een bh is kut. Van alle kledingstukken is een bh toch wel het allermeeste kut. En ik snap dat ze de boel net even een stukje omhoog trekken, maar comfortabel, hoe goed aangemeten ook; neen. Lekker los is altijd beter. Hetzelfde geldt voor piemels; los is beter.
“De meeste vrouwen vinden mannen in een grijze joggingbroek dus heel geil hè?”, zei ik.
“Oh, is dat zo?”, vroeg Ruud.
“Zo’n strakke broek biedt toch ook geen easy access als je samen op de bank hangt?”
“Oh”, zei Ruud en ik merkte dat er ergens een lampje ging branden.
Het moet geen Al Bundy-achtige toestand worden, maar een strakke broek met riem zegt: ik moet zo nog ergens heen. Ik moet nog iets doen. Een joggingbroek zegt: ik blijf hier lekker bij jou zitten of liggen.
Nu werk ik de hele dag thuis, dus ik heb makkelijk praten. Ik slaap naakt, maar leef in m’n Disney-pyjama’s. Zeker in de winter. Een nieuwe Disney-pyjama is het ultieme, comfortabele cadeautje dat ik mezelf elk jaar geef. En de Primark heeft elk jaar, wat zeg ik, waarschijnlijk elke maand, een nieuwe collectie met fluffy, zachte pyjama’s. Je kon mij dit jaar uittekenen in m’n Elmo-pyjama of Gizmo-pyjama.
Maar Ruud had dus geen joggingbroek. Geen pyjama. Geen enkel kledingstuk dat met als enig doel heeft; niks doen. Hangen op de bank. De deur niet meer uit hoeven.
“Ik kan gewoon niet zo goed ontspannen”, zei Ruud.
“Oh, maar dat kan ik juist uitstekend”, zei ik.
Ontspannen blijkt soms gewoon een kledingkeuze. Inmiddels heeft Ruud 4 joggingbroeken. En een lekkere fluffy pyjama. Voor ‘s avonds op de bank. Niet voor in bed. Voorspel begint met ontspanning. Niks hoeven. Of een grijze joggingbroek die zegt: ik ga nergens heen.
LUNA IS NIET VOOR DE WINTER GEMAAKT
Ik zal als klein meisje vast wel eens met veel plezier in de sneeuw hebben gespeeld. Een kwartiertje waarschijnlijk. En ik zal heus wel eens een sneeuwpop hebben gemaakt. Maar 1 van de herinneringen aan sneeuw en kou is dat ik met m’n moeder naar haar moeder, mijn oma, ging. Omdat het zo erg had gesneeuwd en nog steeds vroor, moesten we lopen en konden we niet met de fiets. In die tijd hadden mijn ouders geen auto. Tijdens de wandeling van zo’n 20 minuten begon ik halverwege te huilen dat ik het zo koud had. M’n moeder vond dat ik niet zo moest zeuren en ik moest maar gewoon doorlopen, dan werd ik vanzelf wel warm. Eenmaal bij m’n oma aangekomen zag ik dat m’n moeder schrok, omdat ik m’n vingers en voeten echt niet meer kon bewegen en dat ik niet had overdreven.
Wintersport. Nooit begrepen. Toen ik een jaar of 17 was ging ik met m’n toenmalige schoonouders naar Holzgau in Oostenrijk. Hartstikke lief natuurlijk dat ze mij ook meenamen, maar toen was de kou nog steeds niet aan mij besteed. We gingen een avondje rodelen, nog zoiets waarvoor je mij eigenlijk nooit zou moeten vragen, maar aan het einde van de avond waren mijn tenen ijs- en ijskoud. Ik zat huilend op de bank en ik herinner me dat mijn schoonmoeder een half uur bezig was om m’n voeten weer warm te wrijven in het vakantiehuisje.
Tijdens de jaarwisseling van 1999 naar 2000 ging ik met ex-partner P. en een groep vrienden naar Val Thorens in Frankrijk. Ook iets met wintersport. Terwijl iedereen ging snowboarden of skiën, bleef ik in m’n eentje in de vakantiebungalow en las ik een boek. Of 10. Ik was blij dat na een paar dagen iemand met z’n snowboard was gevallen en de pistes niet meer op kon. We hebben de rest van de week bij de open haard zitten Playstationnen.
Gisteren dacht ik dat ik wel even kattenvoer kon gaan halen bij de supermarkt. Wandelend. Door de sneeuw. Want, toegegeven, het geluid van knisperende sneeuw onder je voeten vind ik wel iets hebben. Maar ik heb geen snowboots meer, geen dikke winterlaarzen met rubberen zolen. Die hebben de katten ergens vorig jaar volledig onder gepist. Dus ik ging op m’n sneakertjes. Het was afschuwelijk en op de helft van de heenweg had ik al spijt. De sneeuw was zo hoog dat bij elke stap die ik zette een hoopje sneeuw aan de achterkant van m’n sneakers m’n beenwarmers en maillot nat maakte. M’n voeten bevroren. De zool van de sneakers liet los, waardoor er ook sneeuw tussen de zool en de rest van de schoen kwam te zitten. Veel later dan een normaal supermarkt-bezoekje zou moeten duren kwam ik thuis aan.
“Ik dacht dat je bij je vader koffie was gaan drinken”, zei Ruud.
“Ik doe dit nooit meer. Nooit. Nooit. Nooit. En ik wil nooit met je op wintersport. Ik wil nergens naartoe waar het koud is, ik wil niet meer naar buiten de komende dagen, ik ga geen boodschappen meer doen totdat die sneeuw weg is”, zei ik toen ik m’n jas, m’n sjaal, m’n muts, m’n bevroren schoenen en m’n handschoenen van mezelf af pelde. “Ik doe het niet, ik doe het niet. Sneeuw is iets voor op een schilderijtje van Anton Pieck, of om gewoon vanuit je raam te bekijken. Ik ga de deur niet meer uit. Nooit meer.”
“Okay”, zei Ruud.
LUNA EN DE NIEUWJAARS-DUIK JE BED IN
Je hebt wel tijd voor elkaar, want je bent samen en je leeft je leven samen, maar wanneer heb je nou écht tijd voor elkaar? Tijd voor elkaar, tijd samen, moet je maken. En dat gebeurt vaak op een weekendje weg, of op vakantie, of heel eventjes op zondagochtend, zaterdagavond. Ondertussen moet er gewerkt worden, ondertussen heb je sociale verplichtingen.
In het geval van Ruud en mij moesten er in 2025 nogal wat belangrijke beslissingen genomen worden. Samenwonen? Trouwen? Financiën? Ruud gaat heel stabiel bij z’n nieuwe baan, maar mijn pogingen tot een nieuwe baan, sollicitaties, liepen allemaal uit op niets. Of niets? Veel huilen op de bank.
Vorig jaar tijdens de jaarwisseling van 2024 naar 2025 lagen Ruud en ik al om 20:00 in bed. Het was heerlijk. We hadden ook geen zin in visite, of op visite gaan, geen verplichtingen, geen lauwe champagne, geen mensen om ons heen. Gewoon lekker met z’n tweeën in bed.
En als je iets herhaalt, wordt het vanzelf een traditie. Je kan als traditie elk jaar op Eerste Kerstdag bij je ouders of schoonouders gaan eten. Je kan je kinderen elk jaar een staatslot geven. Of je kan vrienden uitnodigen en dan allemaal een paar uur in de keuken staan om zo voor een voorgerecht, tussengerecht, hoofdgerecht of nagerecht te zorgen. Je kan met z’n allen vuurwerk afsteken om 0:00 op 31 december. Omdat het zo hoort.
Of je ligt al om zes uur ’s avonds in bed.
“Ruud, ik wil gewoon de hele dag in bed met jou, het liefst 24 uur achter elkaar”, zei ik.
“Okay”, zei Ruud, die zelf ook best wel moe was van het afgelopen jaar.
Dus wij lagen om 18:00 in bed op 31 december. We konden in alle rust samen het jaar doornemen. Tijd om te vrijen. Vuurwerk. Vonken. Smeulend vuurtje. En de tijd om tussendoor in slaap te vallen. Om om 0:00 elkaar een heel fijn nieuwjaar met elkaar te wensen. En dan hopelijk de komende jaren zonder vuurwerk. Al moet ik toegeven; het was dit jaar nog even heerlijk om samen op de rand van het bed naar buiten te kijken en te zien hoeveel duizenden euro’s er aan prachtige Moontravellers, Sky Thunders, Sky Screams, Peony’s, Chrysanthemums en Horda’s was uitgegeven. Er was geen Oudjaarsconference, er was geen aftellen, wij lagen gewoon lekker samen te liggen te leggen in ons bed. Meer hadden we niet nodig.
Misschien is dit wel onze nieuwjaarsduik. Niet het koude water in, want ik moet er dus echt niet aan denken om op 1 januari, of op welke dag dan ook, een ijskoude rivier, plas of zee in te rennen.
Wij doken om 0:00 samen de warmte van 2026 in.
LUNA EN EEN ONVERWACHTS VERJAARDAGSCADEAU
Voor m’n 50ste verjaardag besloot ik maar gewoon een uitnodiging op Facebook te zetten. Sommige mensen in m’n omgeving waren bang voor ‘Project X’-achtige toestanden, maar ik heb dit soort dingen wel vaker gedaan en het is altijd goed gekomen. De mensen die komen zijn vaak mensen die ik sowieso wel eens heb gezien en ik ben niet zo heel bang aangelegd.
Het feestje zou op zondag zijn, maar ik werd zaterdagochtend gebeld via Facebook Messenger. Het was Sammy.
“Hallo schat, ik wilde morgen wel komen, maar ik ben zelf ook jarig. Is het goed dat ik vandaag even langskom?”, vroeg ze.
“Eh, jawel hoor”, zei ik.
“En ik wilde saoto-soep voor je maken, maar dat is lastig met de trein, dus ik heb bami gemaakt.”
“Eh, wat?”
“Bami. Maar het is teveel om te dragen, kan iemand me van het station komen halen?”
“Ehhhhhh, natuurlijk, ik stuur je even mijn 06-nummer, dan kun je appen als je aankomt op het station.”
Sammy ontmoette ik een jaar eerder in de winkel in Amsterdam waar ik toen werkte. We hadden een leuk gesprek, ik hielp haar met haar aankopen en ik gaf haar een zelfgemaakt armbandje.
“Schatje, wat vind jij lekker”, vroeg ze daarna.
Ze doelde niet op wat ik lekker vond in bed.
“Ehhhhhh”, zei ik.
“Saoto, bami, nasi?”
“Eh, saoto-soep staat toch wel in mijn top 10 van lekkerste gerechten.”
“Ik ga dat voor je maken.”
En nu denk ik bij heel veel mensen die ik ontmoet; ach, het was een leuk gesprek, een leuke interactie en waarschijnlijk zie ik deze persoon nooit meer terug. En dat is helemaal okay. Maar dat gold niet voor Sammy. Die stond een week later in de winkel met 2 XXL porties homemade saoto-soep. De soep zelf in grote potten. Alle losse dingetjes op schaaltjes met een plastic folietje eromheen. Inclusief sambal in een klein bakje. En ook nog een groot stuk homemade rum-pruimen-cake. Ik moest ervan huilen. Zo lief.
Sinds dat moment zijn Sammy en ik Facebook-vrienden. En op de zaterdag voor mijn verjaardagsfeestje ging Sammy dus op weg van Amsterdam naar Tiel, met de trein, minstens 2 uur, met een bak bami. Ik was er compleet door overrompeld, maar toen had ik nog niet gezien waar Sammy mee de trein uitstapte. Deze bijzondere dame kwam met een trolley vol heerlijk, zelfgemaakt eten.
Eenmaal thuis stond er een bak van minstens 2,5 kilo bami, een grote bak kippenpootjes, een bak pom, diverse potjes sambal, een bak zoetzuur en nou ja, het was te veel om op te noemen, op m’n aanrecht. En ik kreeg ook nog een flesje Chanel-parfum!
Een paar uur later zaten Sammy, vriendin S., Ruud en ik te genieten van al het lekkers dat Sammy had meegenomen. Daarna bracht Ruud haar weer naar het station richting Amsterdam, inclusief een door mij gemaakte kerstkrans en een kerst-ketting. Ruud en ik hebben nog dagen, zowel ‘s ochtends als ‘s avonds kunnen genieten van allerlei heerlijke gerechten.
Sommige mensen brengen bloemen mee. Sammy bracht liefde in bakjes.












