web analytics

LUNA WIL GRAAG EEN HULPLIJN INZETTEN

Het kwam ineens uit het niets. Ik had een heerlijke werkdag gehad bij Mail & Female. Alleen maar leuke klanten, alles liep helemaal op rolletjes en na werktijd at ik nog een patatje met m’n collega’s en daarna rookte ik met collega N. nog stiekem een sigaretje. Ik stapte daarna in de metro richting Amsterdam Zuid en van daaruit in de trein richting Utrecht. En toen kwam ineens het besef; ik ben blij. Ik heb een hele fijne dag gehad. En toen begon ik zachtjes te huilen. Want ik had niemand om het aan te vertellen. Althans, zo voelde het, want ik heb genoeg vrienden en vriendinnen om te bellen, faxen, mailen en ik heb Godverdomme heel Instagram en Facebook en m’n eigen site om van alles op te zetten, maar dit was anders. Dit was een; ik ga zo naar huis en er is niemand die op me wacht. Ik heb niemand om bij thuis te komen. Niemand die een wijntje voor me inschenkt en een toastje voor me maakt en me vraagt hoe m’n dag was.

Ik wil iemand om bij thuis te komen.

Het zachtjes huilen veranderde bij m’n overstap van station Utrecht CS richting Tiel in een wat harder huilen, maar ik had mezelf en m’n ademhaling nog onder controle. Maar toen ik uitstapte in Tiel en richting huis liep ging het mis. Er was geen houden meer aan. Het was janken. En janken. En janken. En het boeide me helemaal geen reet meer dat andere mensen me zouden kunnen zien, want er was gewoon écht geen houden meer aan.

Het enige dat ik wilde was omdraaien. Omdraaien en in een trein stappen richting hem, ook al had ik hem al maanden niet gezien. En aangezien het janken echt niet meer stopte werd het tijd om een Weekend Millionairs-hulplijn in te zetten. Ik ging voor de ‘50/50’. ‘Twijfel je? Laat dan twee foutieve antwoorden wegstrepen. De keuze wordt zodoende een beetje gemakkelijker.’ En ik wist heus wel dat welk contact dan ook met hem het aller-, allerstomste was dat ik zou kunnen doen, maar m’n verdriet ging niet weg. M’n ademhaling ging inmiddels wel op standje hyperventilatie, dus het was tijd voor een andere Weekend Millionairs-hulplijn; de hulplijn: Bel een vriend’. Dus ik belde vriendinnetje F., altijd zeer geschikt om een ander even helemaal naar de tering te schelden.

“F. je moet me er even bij halen, want ik draai me zo om en ik ga naar hem toe en ik ben helemaal overstuur en ik zie het hele leven niet meer zitten.”
“Jij gaat helemaal niet naar hem toe, want het is een klootzak.”
“Oh ja.”
“Jij gaat gewoon naar huis, naar de poesjes en hij is een eikel en hij is niet goed voor je geweest.”
“Oh ja.”
“Het is een fucking lul en hij verdient jou niet en jij verdient beter.”
“Oh ja.”
“Het is een teringlijer.”
“Oh ja, het is een kutlul.”

En na dit gesprekje kwam ik keurig ademend thuis, maar vertrok voor de zekerheid wel meteen naar bed, want als je slaapt kun je niet janken.

De volgend ochtend voelde ik me alleen nog veel slechter dan de avond ervoor. Ik bleef huilen en huilen en huilen en ik vond mezelf de allerzieligste van de hele wereld en ik kreeg mezelf echt niet meer onder controle. De enige controle die ik nog had was het gebruiken van de ‘Weekend Millionairs-hulplijn; Bel een vriend’. En dat heb ik dan ook een paar dagen gedaan. Ik heb van me af gejankt en gepraat. Vrienden zijn me van mijn bank komen plukken om op hun bank neer te zetten, ze hebben me naar de kinderboerderij genomen, naar de dierentuin, naar de ijssalon, naar de manicure. Ze hebben ervoor gezorgd dat er nog iets van eten in me ging, inclusief wat wijntjes, want soms is wijn dus zeker wél een goed idee.

Na een paar dagen was het ineens klaar met m’n gejank. Ik werd wakker en besefte dat er nog een andere Weekend Millionairs-hulplijn is; ‘Vraag het publiek.’ En nu is het voor mij niet zozeer ‘vragen aan het publiek’, maar meer ‘delen met het publiek’. Tijd om die in te zetten. Vanaf het moment dat ik weer begon met schrijven gaat het een stuk beter met me.

Schrijven was altijd mijn hulplijn.

5

LUNA EN A SHITLOAD OF RAGE AND SILENCE

Ik noemde een column hiervoor heel stoer ‘LUNA EN BYE BYE BAMBI’, maar waarschijnlijk is het helemaal niet zo dat ik m’n Bambi-modus ben kwijtgeraakt. Want ik heb ‘m al jaren. En jaren. En jaren. Mijn reactie op een schreeuwende man is; lief doen.

Om er even lekker een stukje psychologie in te gooien; er zijn 3 bekende ‘trauma-responses’; fight, flight or freeze. Op het moment dat je met trauma te maken krijgt, dan gaat je lichaam automatisch in een ‘response’; vechten, wegrennen of bevriezen. Allemaal reacties die zijn ontstaan vanuit vroeger, heel vroeger. Stond er een leeuw voor je of een ander agressief beest, een slang, een beer of een fel-oranje-gekleurd kikkertje met een gifgroen tongetje, dan kon je gaan vechten, wegrennen of bevriezen. En je lichaam maakt die response voor jou. Die beslist wat de beste optie is. Heb je verder geen enkele controle over. Maar… duizenden jaren later is er vanuit de evolutie een nieuwe ‘trauma-response-reactie’ bijgekomen; fawn. Oftewel; de Bambi-modus. Heb je te maken met een leeuw die voor je staat, dan kun je wel zeggen; ‘Ach, lief leeuwtje, doe eens niet’, maar de kans dat de leeuw je alsnog als een snack ziet is zo ongeveer 100%, dus de beste optie is dan nog steeds vechten, wegrennen of bevriezen. Maar heb je te maken met een agressief persoon tegenover je, dan is ‘lief doen’ best een heel veilige keuze. En die Bambi-modus, oftewel ‘fawn’, is mijn gebruikelijke reactie. De Bambi-modus is mijn trauma-response.

Nu krijg ik, als ik heel eerlijk ben, al helemaal kots-neigingen van het woord ‘trauma’, maar een man die tegen me schreeuwt is voor mij toch wel een traumaatje. Ik wil zo snel mogelijk dat hij stopt met schreeuwen en boos doen. Nu is dit overigens anders bij een onbekende man, want dan ga ik wél in de fight-modus. Als in; ‘Je moet nou Godverdomme je bek dichthouden, mafkees.’ In het geval van een schreeuwende man van wie ik houd is het een ander geval, want dan wil ik nog maar 1 ding; dat hij weer van me houdt. Dat hij ook weer lief doet.

Waarschijnlijk kregen allebei mijn J.-exen een trauma-reponsje als een vrouw iets deed wat hen niet zinde, als ze het ergens niet mee eens waren, als een vrouw om iets kleins vroeg, zoals het buiten zetten van de kliko of het opruimen van de garage, als een vrouw ergens meer verstand van leek te hebben dan zij, of, nee, nee, nee, als een vrouw ergens meer verstand van had dan zij, óf als een vrouw aangaf niet blij te zijn met bepaalde aspecten binnen de relatie.

Ik heb echt een shitload of rage en een shitload of silence over me heen gehad om de allerkleinste dingen, maar ook om de, voor mij, allergrootste dingen. En ik ben te vaak, oh, zoveel, oh, zo vaak, in loopjes, in cirkeltjes, terecht gekomen. Ik lief, hij boos, ik lief, hij boos, ik lief, hij boos, tot ik er zelf geen ene reet meer van snapte. Maar allebei mijn J.-exen riepen tijdens die ruzies; ‘Ja, het zal wel weer mijn schuld zijn, ik zal het wel weer gedaan hebben, het is altijd mijn schuld.’

Mijn antwoord had moeten zijn; ‘Ja.’

2

LUNA DRUKT OP WIT IN PLAATS VAN ZWART

Ik had al weken een verrassing geregeld die ik niet aan ‘ex J. nummer 2 geen contact meer mee’ vertelde, want hé, dan was het geen verrassing meer. Ik vertelde alleen dat we op die en die dag ergens een overnachting hadden en dat hij alleen z’n mobiele dj-set mee moest nemen en dat ik voor de rest zorgde.

Ik was helemaal happy met mezelf dat ik ergens in Friesland een kerkje had gevonden dat je volledig af kon huren als een soort Airbnb. De hele kerk voor ons tweeën, met op de grond een matras met beeldschoon beddengoed om op te slapen en verder ook van alle gemakken voorzien. Een hele kerk! EEN KERK!!!!! En… in het kerkje dat ik had gehuurd was een kansel aanwezig en het leek me helemaal geweldig dat hij dan met z’n mobiele dj-set muziek zou gaan maken. Techno in een Fries kerkje! Muziek maken, uitkijkend over een XXXL orgel en over een stukje geschiedenis en we zouden ook eindelijk weer een keer gaan vrijen en ik had van tevoren gehoopt dat we helemaal zouden verbinden.

Het was hartje zomer en de zwaluwen vlogen om ons en de kerk heen terwijl we buiten een biertje dronken en een sigaretje rookten. Het was allemaal precies zoals op de foto’s en J. had al techno-muziek laten klinken vanaf de kansel binnenin de kerk en het was fantastisch. Mogen overnachten in een eeuwenoud kerkje voelde voor mij als iets heel bijzonders.

In de kerk stond een piano en iets na middernacht ging J. daarop spelen. Het klonk geweldig en oooooh, wat hadden we het fijn. In een kerk! Ooooooh, wat was dit een fantastisch idee van mij geweest! Een kerk! Ik ging achter hem staan en hij legde wat uit over knopjes hier en knopjes daar en dat een piano, of keyboard of welk apparaat met toetsen dan ook, eigenlijk meteen goed klinkt als je alleen de zwarte toetsen indrukt. Wat een leuke informatie! Wist ik niet. Dus ik drukte wat zwarte toetsen in en inderdaad; dat klonk helemaal alsof ik een professional was. Beetje dan. Want ik ben natuurlijk geen professional, ik heb 0,0 verstand van muziek, piano’s en toetsen. Maar het klonk best okay. En zeker als een techno-beatje.

J. stond op om een slok van z’n biertje te gaan drinken en ik ging nog even verder op de piano. Want ik was toch wel lichtelijk onder de indruk van m’n eigen zwarte-toets-kwaliteiten die me ineens een techno-pianist-beginner maakte, maar ik wilde ook weten hoe het dan in combinatie met witte toetsen zou klinken. Of dat dan echt zo raar of lelijk zou klinken. Dus ik drukte op wat witte toetsen. Klonk inderdaad lichtelijk kut. Maar vanachter de piano hoorde ik J. schreeuwen: “Bitch, ik zeg je toch dat je de zwarte toetsen moet gebruiken.”

“Noem je mij nou een bitch?”

En dit moment is het enige moment dat hij me heeft zien huilen om de dingen die hij tegen me heeft gezegd of om de dingen die hij wel of niet heeft gedaan. Iets waar ik zo ontzettend naar had uitgekeken en zo ontzettend m’n best voor had gedaan was ineens uitgelopen op een ruzie. Terwijl ik aan het huilen was en m’n spullen begon in te pakken en ondertussen tegen hem begon te schreeuwen of hij wel goed in z’n hoofd was om mij een ‘bitch’ te noemen omdat ik een verkeerde pianotoets indrukte begon hij ook te huilen. Het was zijn huilen in combinatie met nog meer woede en mijn huilen in combinatie met een totale verbijstering dat ik toch besloot om niet vanuit Friesland naar huis te gaan wandelen.

Nu, een jaar later, kan ik op deze situatie terugkijken als; behoorlijk episch. Een uur schelden met ‘bitch’ en ‘klootzak’ in een kerk, sja, er worden momenteel mensen voor minder opgehangen, onthoofd of opgeblazen. En als God bestaat, dan is-ie, net als ik, niet echt trots op wat er deze nacht gebeurd is in ‘zijn huis’.

Maar J. viel midden tijdens de ruzie in slaap.
Ik lag de hele nacht wakker.
En de volgende ochtend, tijdens de autorit terug naar huis, zeiden we niks tegen elkaar.

3

LUNA EN BYE BYE BAMBI

Natuurlijk ging ik na m’n laatste ruzie over de telefoon met ‘ex J. 2 geen contact meer mee’ weer naar hem toe. Ik stapte in de trein, we maakten nog meer ruzie bij hem thuis en daarna ging ik weer in volledige Bambi-modus; ‘Ooooh liefje, doe nou niet zo boos, ik hou van jou.’ En we maakten het uiteindelijk een soort van goed en waren daarna allebei dagen uitgeput. Ruzie maken kost veel energie. Maar bij mij was iets van binnen stuk. Maar dan nu écht stuk.

De weken daarna hadden we het heel gezellig. Maar heel gezellig betekende voor mij inmiddels; geen ruzie. Ik wist; dit blijft niet zo gaan. Als ik iets zeg, iets vertel, iets uitspreek waar hij het niet mee eens is, iets waar ik hem mee raak dan wordt het weer precies hetzelfde als in de maanden hiervoor. En dan blijf ik de rest van m’n leven draaien in hetzelfde cirkeltje. Als een fucking gebroken Abba-elpee; ‘Gimme, gimme, gimme this man after midnight’.

Nadat hij een paar dagen bij mij was geweest en we het eigenlijk heel fijn hadden gehad keek ik naar hem toen hij z’n auto instapte om naar huis te gaan en het was precies hetzelfde plaatje als 2 jaar daarvoor. Toen ik hem voor het eerst zag, toen hij m’n leven instapte en z’n auto uitstapte, was ik op slag verliefd, maar nu wist ik, en vooral; mijn hele lijf zei het; dit is de laatste keer dat ik hem zie.

Ik moest hem dit alleen nog gaan vertellen.

Een dag later zat ik als een bevroren hertje op de bank moed te verzamelen om de telefoon op te nemen of om hem zelf te bellen, maar ik kon het niet. Ik kon het niet. Uren en uren en uren heb ik voor me uit zitten staren en toen ik uiteindelijk de telefoon opnam kreeg ik, zoals verwacht, een stortvloed van woede over me heen. Want ik had de telefoon al een paar uur niet opgenomen. En het was daarna allemaal weer een herhaling van zetten. Van woorden. Van zinnen. Van woorden. Van woede. Ik herinner me alleen het laatste wat hij tegen me zei.

‘Doei Chantall.’
En toen hing hij op.

Het enige dat ik toen nog moest doen was de telefoon niet meer opnemen.
Niet opnemen.
Niet meer opnemen.
Nooit meer opnemen.

Ik stuurde hem een appje, dat het voor mij nu echt over was.

En het enige dat ik daarna moest doen was niet meer terug appen.
Niet reageren.
Niet meer reageren.
Nooit meer reageren.

Hier ben ik weken om aan het huilen geweest, want het enige dat ik wilde was hem wél bellen. Ik had de telefoon wél op willen nemen. Ik had hem wél willen terug-appen. Ik wilde hem spreken. Hem zien. Hem liefdesbrieven sturen. Afscheidsbrieven. Hele boze brieven. Boze appjes. Ik heb ze allemaal geschreven, maar niet gestuurd. Want wat hield ik van ons samen in de ‘er is niets aan de hand en we praten er gewoon niet over’-toestand. Ik wilde een normale en lieve afsluiting van onze relatie. Of de banden van z’n auto lek steken. Of een baksteen door z’n ruiten. Hem helemaal naar de tering schelden. Of hem gewoon nog 1 keer vasthouden. Nog 1 keer. Nog 1 biertje samen. Of nog 1 keer samen tegen elkaar in slaap vallen op de bank. Nog 1 nacht lepeltje-lepeltje.

En ook hier zit een stuk schaamte. Ik ben een vrouw van 48 die een relatie van 2 jaar heeft beëindigd via een Whatsapp-berichtje. Maar ik kon niet anders.

Nu, een paar maanden later, is de schaamte van het uitmaken via Whatsapp omgezet in trots. Want ik heb gedaan wat het veiligste en beste was voor mij. Ik heb mezelf beschermd tegen weer een woede-uitbarsting van hem en ik ben niet in m’n gebruikelijke Bambi-modus gevallen.

Al kon ik het niet face to face.

.

4

LUNA WAPPERT MET EEN VLAGGETJE

‘Waarom begin je dan ook een relatie met iemand die anti-kraak woont?’ ‘Ja, hij was ook wel 12 jaar jonger hè?’ ‘Neem gewoon iemand met een normale baan en een normaal ritme.’ ‘Ja, ik zag al meteen dat dit niks ging worden.’ ‘Je laat je toch niet uitschelden voor ‘kankerbitch?’ ‘Waarom ben je niet eerder weggegaan?’ ‘Je bent ook gewoon veel te lief.’ ‘Je had ‘m meteen moeten dumpen toen.’

En je schaamt je, want al deze reacties gaven en geven me het idee dat het mijn schuld is. Dat ik beter had moeten kiezen. En vooral dat ik beter had moeten weten.
Als mannen rond zouden lopen met ‘kutlul’ op hun voorhoofd getatoeëerd, of ‘klootzak’ of ‘narcist’, ja, dan zou de hele wereld een veel fijnere plek zijn. Zoveel makkelijker! Voor iedereen!!! World peace!

Maar mannen komen niet aangelopen op een eerste date met 20 rode vlaggetjes in hun hand. Op een eerste date zijn ze op hun allerliefst en allerleukst. En ook de weken en de eerste maanden zullen waarschijnlijk helemaal fantastisch zijn. Nee, die 20 rode vlaggen trekken ze ineens allemaal tegelijk uit hun reet als jij al lang en breed verliefd bent.

Ik had ex J. de deur uit moeten zetten toen hij met z’n vuist een gat sloeg in de badkamerdeur toen ik ‘te laat’ thuiskwam nadat ik een geweldige avond met vriendinnen had gehad. Maar ik deed het niet.

Ik had meteen m’n spullen moeten pakken toen ‘ex J. 2 geen contact meer mee’ me voor het eerst uitschold voor van alles en nog wat. We stonden op een camping ergens in Groningen en ik had moeten gaan lopen, ook al was het midden in de nacht. Ik zou vanzelf wel ergens een keer een bushalte of treinstation zijn tegengekomen. Maar ik deed het niet.

Want daarna komen de ‘sorry’s’ en dan zie je, denk je, de schaamte op zijn gezicht en dat hij het echt meent en dan geef je elkaar een kusje en dan hoop je maar dat het nooit meer gebeurt.

Maar natuurlijk gebeurt het nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. En je schaamt je ondertussen tegenover je vrienden, familie, je online community, het hele universum bij elkaar, maar hé, hij heeft weer een keer met een heel leuk, klein, groen vlaggetje naar je gezwaaid! Ach, wat een leuk vlaggetje, kijk nou! Wat een mooie kleur groen! Hoe schattig! Speciaal voor mij gekocht? Oh, gratis bij een kratje bier, nee, maakt niet uit joh, het is de gedachte die telt!

Ik schaam me nog het allermeest tegenover mezelf. Dat ik genoegen heb genomen met een heel klein, groen vlaggetje, terwijl ik zelf de hele regenboog in m’n reet heb zitten.

3

LUNA EN EX J. 2 GEEN CONTACT MEER MEE

Het is vooral schaamte waardoor ik stopte met schrijven. Het is vooral schaamte waardoor ik mijn vriendinnen niet meer durfde te bellen. En als we dan belden of afspraken, dan vertelde ik ze maar een halve waarheid. Gewoon een beetje ‘lalala’ en ‘tralala’, maar ondertussen ging het helemaal niet lalala-en-tralala. Het was de vriendin die ik na meerdere keren ‘kun je me, als het eventueel misgaat, straks op komen halen, want ik ga nu naar hem toe’, niet nóg een keer durfde te vragen om me op te pikken. Terwijl ik weet dat ze me altijd en overal vandaan zal komen plukken, ook al is het midden in de nacht. Het was de vriendin die me al meer dan 35 jaar kent die me aankeek en zei dat ze me nog nooit in haar hele leven zo verdrietig had gezien. Het was de vriend die zich afvroeg of dit wel een heel gezonde situatie voor me was. Het was de vriend die vond dat ik echt wel meer verdiende dan dit. Het was m’n stiefbroer die in mijn huis de afwas van het kerst-gourmetten stond te doen. Het was het feestje op m’n werk waar ik zo ontzettend trots stond te zijn, maar waar hij niet bij was. En het was de vriendin die vroeg; “Is dit echt de man waar jij een toekomst mee ziet?”

Maar het was vooral de vrouw die me aankeek in de spiegel van m’n slaapkamer.

Even daarvoor had ‘Ex J. nummer 2, geen contact meer mee’ (deze naam heeft hij zichzelf in z’n laatste Whatsapp-bericht gegeven) me aan de telefoon uitgescholden voor ‘kankerbitch’ en ik moest m’n ‘kankerbek’ houden. Het maakt niet uit waar de ruzie over ging, maar waar ik in het verleden op standje ‘Oooh lieffie, waarom doe je zo boos, doe eens lief’ ging, iets waar hij vaak nog veel bozer van werd, ging ik voor het eerst op standje ‘Je bent Godverdomme zelf een kankerlul en je bent me helemaal kapot aan het maken, ben je Godverdomme wel goed bij je hoofd, who the fuck denk jij dat je aan de telefoon hebt? Ik ben je maat niet, ik ben je vriendin, jij ongelooflijke kut-kut-kut-kankerlul. Ik ben je maat niet!’

Ik drukte daarna het gesprek weg en keek in de spiegel.

Ik zag; een vrouw die ik nooit meer wilde zijn.

Ik zag; een vrouw die verliefd was op de man die hij nooit zou worden.

4

LUNA EN DE VERDWENEN KAS

Ik sta ’s ochtends vaak in m’n keuken uit het raam te staren met m’n eerste kop koffie. Ik ben altijd vroeg wakker en dat betekent dat het in de winter vaak staren in het donker is. Geen vogels. Alleen maar zwart. Staren richting een zwart gat. Geen geluid. Alleen maar koffie. Ook zwart trouwens. En als iets een winter-depressie aanzwengelt is het wat mij betreft wel dat staren in het donker. En als het dan ook nog eens zulk kutweer is zoals de afgelopen winter, met regen en regen en grijs en grijs, nou, leg dan de stripjes met Valium en Prozac maar voor me klaar hoor. Of roer ze maar door m’n eerste koffie.

Maar uiteindelijk wordt het vanzelf weer eerder licht.

En zo stond ik een paar weken terug uit m’n keukenraam te staren naar de tuin. Iets was veranderd, maar ik wist niet wat. M’n uitzicht werd sowieso weer wat lichter en groener. Ik voelde de winter-depressie en alle ellende heel, heel, heel, langzaam uit me glijden, maar er klopte iets niet. Volgens mij had ik een kas? Toch? Maar ik wist het niet zeker. Ik had in de 12 jaar dat ik hier woon regelmatig een plastic kas van de Action staan, maar ja, die dingen gaan geen jaren mee, want plastic, Action-kwaliteit en ik had er dus soms wel eentje staan en soms een jaartje niet. Vorig jaar heb ik in ieder geval geen groente gekweekt. Geen tomaten, geen komkommertjes, maar er stonden volgens mij nog wel allemaal potten in de kas. Potten met aarde. Toch? Ik had toch een kas staan? Of had ik de laatste weggegooid? Ik wist het niet meer.

Het had natuurlijk wel gestormd de afgelopen maanden. Zou een storm die hele kas mee hebben gesleept? Dat kon echt niet, met al die potten erin? Hoe dan? Was het storm Henk geweest op 2 januari? Of storm Isha op 21 januari? Jocelyn op 23 januari? Of misschien eerder storm Louis op 22 februari? Dat laatste klonk ergens wel logisch. Maar toch. Ik wist het allemaal niet meer. Als ik een kas had staan en die was weggewaaid, dan had ik ‘m toch wel in de bomen zien hangen? Ik besloot hier verder niet te lang meer over na te denken. Dat was beter voor mezelf. Sommige problemen kun je het best negeren.

Tot er gisteren een appje met foto in de buurt-app verscheen.

Oh. God.

Ik hoefde waarschijnlijk niet eens te reageren, want ik denk dat iedereen in de buurt-app al dacht; er is maar 1 huishouden in deze straat die een kas kan kwijtraken en er geen actieve herinnering meer aan heeft.

0

OH, HOW WE LOVE TO WEAR A BADGE

Ik heb reizen met de trein nooit een probleem gevonden. Nu heb ik ook geen rijbewijs, dus ik moet wel als ik verder wil komen dan Tiel, maar de wereld een beetje langs me heen zien gaan, muziekje op m’n oren; ik vind het fijn. Dus dat ik elke maandag bijna 2 uur heen en 2 uur terug moet reizen om te werken bij Mail & Female vind ik geen enkel probleem. Daarnaast; Mail & Female is geopend van 11:00 tot 19:00, dus ik reis, lekker rustig, altijd buiten de spits.

Dus ook afgelopen maandag zat ik in een zo goed als lege trein van Tiel naar Utrecht. Muziekje op m’n oren, klaar om de werkweek te beginnen. Als de conducteur langskomt om m’n vervoersbewijs te checken zet ik keurig m’n koptelefoon af, zodat ik ‘m kan begroeten en aan kan kijken terwijl hij m’n NS-business-card scant. Want zo ben ik opgevoed. Als je een interactie hebt met iemand, bij de kassa, in een café, bij de apotheek, in een restaurant; dan kijk je diegene aan. En het zou helemaal leuk zijn als er van beide kanten een lachje vanaf kan. Maar bij deze conducteur kan er geen lachje vanaf, ook al is mijn NS-business-card helemaal netjes ingecheckt.

“Wil je je tas in het bagagerek zetten?”, zegt de conducteur nors.
“Wat zegt u?”, vraag ik.
“Je tas moet in het bagagerek.”

Ik kijk om me heen en zie alleen maar lege plekken. Voor me zie ik 2 lege plekken, aan de andere kant van het gangpad zijn nog 4 lege plekken en als ik m’n hoofd ietsje richting gangpad draai, dan zie ik minstens 60 lege plekken. Naast me staat m’n poezentas.

“Meent u dit nou?”
“Je tas neemt een plek in waar iemand kan zitten.”
“Meent u dit?”
“Dit zijn de huisregels.”
“Er zijn nog tientallen plekken, misschien wel honderd in de hele trein waar mensen kunnen zitten, kijk dan.”

Ik ga staan en wijs de conducteur op alle lege plekken.

“Dit zijn de regels.”
“Als er iemand in de trein komt die heel erg graag op deze specifieke plek naast mij wil zitten, dan neem ik m’n tas op schoot, maar kijk nou, de trein is bijna leeg.”

Maar daar heeft de NS-conducteur helemaal niks mee te maken, want dit zijn de regels en regels zijn regels. En terwijl ik mezelf in een ‘staring-competition’ begeef met de NS-conducteur kan ik alleen maar denken; jij zielig, zielig mannetje. Heeft je vrouw je vanmorgen een boterham met kaas in plaats van worst meegegeven? Wat een kutleven moet jij hebben.

“Ik zet m’n tas op schoot, maar op het moment dat u zich omdraait zet ik ‘m weer terug”, zeg ik terwijl ik m’n poezentas op schoot neem.

De conducteur draait zich om, loopt door en ik zet de tas weer naast me. Daarna begin ik te lachen en ik ben niet meer gestopt met lachen tot de trein in Utrecht arriveerde.

 

p.s. In de huisregels van de NS staat het volgende: ‘Je zorgt ervoor dat je bagage het gangpad en andere reizigers niet belemmert of hindert en niet een zitplaats inneemt als een medereiziger daarop aanspraak maakt.’

2

LUNA EN EEN SNOBBY EX

Ik appte ex S. of hij misschien zin had om een hapje te gaan eten bij Ortagu als ik klaar was met werken. We hadden elkaar meer dan 3 jaar niet gezien, dus sowieso genoeg bij te praten. En hij wilde zeker wel een hapje gaan eten en kwam me keurig ophalen na m’n werk, maar over het restaurant moesten we het nog even hebben.

“Ortagu is echt een heel goed Japans restaurant, ik heb daar de vorige keer fantastisch gegeten met m’n collega’s. Met gefrituurde nori-vellen!”, zei ik.
“Het is ook niet slecht, maar er zijn betere”, zei hij.
“Ik denk dat Ortagu de beste Japanner is waar ik ooit heb gegeten.”
“Sja.”
“Jesus, wat ben je ook een snob.”
“I know.”
“Ik vind Ortagu echt prima. Ik was een paar weken terug bij Sumo op het Leidseplein, dat is pas slecht.”
“Ik ga liever eten bij Momo.”
“Wat is Momo?”
“Een goed restaurant.”
“Ik denk niet dat ik Momo-moneys heb.”
“No worries, it’s on me.”

Er zijn momenten in je leven dat je de onafhankelijke, zelfstandige vrouw uit kunt hangen. En er zijn ook momenten dat je dat beter niet kunt doen.

“Okay, dan laat ik het helemaal los.”
“En ik ga allemaal snobby dingen bestellen.”

Niet veel later staarde ik naar een soortement van iglo met daarin een bakje met tonijn en kaviaar. In de iglo stond een kaarsje, zodat de iglo langzaam smolt. Een iglo! Met tonijn! En kaviaar! En een kaarsje! Het slaat nergens op, maar het is fucking briljant! En het was ook nog eens fucking, amazing lekker! Net als de sashimi en de sushi’s die daarna werden geserveerd. En de wijn was trouwens ook heerlijk! Heerlijk! Heerlijk! Als toetje kreeg ik een cocktail met de toepasselijke naam ‘golddigger’.

Thanks”, zei ik toen we onze jassen aantrokken, “dit had ik echt even nodig. You made me feel special.”

Het biertje in de kroeg daarna betaalde ik.

0

DAG BOB

Misschien is het pas dat als je ouder wordt, je je realiseert wie belangrijk waren in je leven. Misschien is het pas als iemand er ineens niet meer is, dat je beseft dat diegene heel belangrijk voor je was. Dat je zonder die persoon niet zou zijn wie je nu was.

Zo’n persoon was Bob voor mij. En Bob is dood.

Ik ontving vorig week het bericht dat Bob den Otter, Bob, de grondlegger van Pivot (de eerste blogsoftware uit Nederland), Bob de blogheld, Bob, een blogger van het allereerste uur, de man achter TwoKings, er niet meer is. Bob is geboren in hetzelfde jaar als ik, 1975. Ziekenhuis, complicaties, coma, dood.

Ik behoor tot de eerste bloggers van Nederland, maar ik denk dat ik van al die eerste bloggers degene was met de minste verstand van techniek. Schrijven, ja, dat kon ik wel, maar ik snapte en snap eigenlijk nog steeds weinig van hosting, templates, PHP, stylesheets, html, CMS. Knopjes, nulletjes en eentjes.

Mijn weblog bestaat dit jaar 23 jaar. Ik begon in 2001 onder de url Electricluna.nl en alles qua techniek was voor me geregeld door een uitgeverij. Ik werd betaald per stukje, zij regelden de rest. Maar naarmate de maanden vorderden wilde ik geen onderdeel meer zijn van die uitgeverij. Ik wilde bloggen voor mezelf. Dus ik stopte met bloggen voor die uitgeverij, maar ja, daar stond ik dan, als leuke schrijfster over seks, drugs, uitgaan in Amsterdam, maar met 0,0 verstand van de techniek achter het bloggen. Ik wilde een eigen blog, zonder restricties, zonder gedoe van een uitgeverij die mij vertelde wat, waarover en hoe vaak en wanneer ik moest schrijven. Maar hoe dan? Ik had al een jaar aan teksten online. Die wilde ik weer online op m’n eigen url. Maar hoe kreeg ik een blogsysteem online. Hoe moest ik, als totale technische n00b, Maanisch.com van de grond krijgen?

Dat heeft Bob, samen met wat andere webloggers van het eerste uur, voor me geregeld. En in de jaren daarna heeft Bob nog veel meer voor me geregeld. Zoveel. Ik weet niet hoe vaak ik mailtjes naar hem heb gestuurd met als strekking ‘Boooooooob, m’n site doet het niet meer!!! Help!!!’ En ik weet niet hoe vaak hij me belangeloos heeft geholpen om alles weer online te krijgen. Soms op tijden dat de rest van de wereld al lag te slapen. Of nog lag te slapen. Bob was lief. Bob is de man waarop ik kon bouwen, Bob is de man waarop mijn weblogs gebouwd zijn.

Maanisch.com, en mijn andere site Climaximaal.nl draaien nog steeds op zijn TwoKing-servers. Al jaren.


Bob en ik in 2004 op een weblogmeeting

Deze tekst staat op zijn rouwkaart:

“All that is gold does not glitter,
Not all those who wander are lost;
The old that is strong does not wither,
Deep roots are not reached by the frost.

From the ashes a fire shall be woken,
A light from the shadows shall spring;
Renewed shall be blade that was broken,
The crownless again shall be king.”

 – Jolkien Rolkien Rolkien Tolkien

Dag Bob, ik heb zoveel aan jou te danken.

7