web analytics

OH YES, IT’S LADIES’ NIGHT

Het is vandaag chemical evening bij vriendin I. thuis. Mannen mochten niet mee. Dus vriendin T., I. en ik zitten hier aan de breezers, aan de pillen en aan de sigaretten. En maar lullen. Ondertussen Madonna op de achtergrond. Altijd goed voor vrouwenavondjes. Waar hebben wij het over? Waar krijgen vrouwen nu precies spierpijn als ze zichzelf vingeren? Hoe komt het dat mannen altijd op een andere toon gaan praten als ze een vrouw aan de telefoon hebben? Waarom zijn andere vrouwen vaak zo gemeen? Hoe komt het dat het allemaal niet meer uitmaakt als je een pilletjes slikt? Voel jij je ook zo lekker? Waarom is het zo leuk om in zo’n draaiend discobolletje te kijken? Op deze vragen hadden wij allemaal een zeer passend en correct antwoord. Alleen de vraag; ‘hoe komen wij aan een joint’, moest nog worden opgelost. Met z’n drieën hebben we ons dik aangekleed en zijn over de Wallen gaan dwalen. Stiekem nog even bij m’n nieuwe huis gekeken en daarna de eerste de beste engerd aangesproken of hij weed had. Dat had hij en we mochten het gratis meenemen in een patatzakje van de plaatselijke snackbar. Inclusief een lang vloeitje. Perfect. Amsterdam heeft een goed humeur vandaag. We hebben onze privé-disco in de huiskamer van I. Heerlijk. We zijn onze eigen dj en onze eigen barman. Oh, what a night!

11

LUNA DOET EEN BEETJE KRITISCH

KJ vroeg gisteren in mijn reactieforum om ‘een kritische houding ten opzichte van mijn werk’. Als ik mijn werk in seksbladenland kritisch zou bekijken, dan zou ik denken; Jezus, ik schrijf allemaal geile verhaaltjes en wat bereik ik daar nou mee, intellectueel gezien? Draag ik bij aan een correcte visie op de vrouw in het algemeen en de seksualiteit van de vrouw in het bijzonder? Nee, zou mijn antwoord dan zijn. Mijn volgende gedachte zou dan meteen zijn; maar word ik gelukkig van m’n werk? Het antwoord op die vraag is een volmondig JA! Ik schrijf graag en ik schrijf goed over seks. Ik zou me zorgen kunnen maken over de illusie die ik verkoop. Mannen zouden kunnen denken dat alle vrouwen gewillige neukpoppetjes zijn. Dat kan, dat is aan de lezer. Als iemand mijn teksten meteen gaat generaliseren naar zijn vriendin, de buurvrouw of meisje bij de bakker, dan ligt dat aan zijn gebrek aan intelligentie. Niet aan mijn manier van schrijven. “Je lijkt geen oog te hebben voor de negatieve gevolgen van zoveel seks en bloot in onze publieke ruimte. Ik pleit voor een herwaardering van de schaamte en terugkeer naar het privé-domein”, schreef KJ gisteren ook. Ik denk dat seks nog steeds gevoelens van schaamte, of plaatsvervangende schaamte opwekt. Dat zal ook altijd zo blijven. Ik denk ook dat seks nog steeds voor het grootste gedeelte haar plaats heeft in het privé-domein. Maar juist het feit dat je nu kunt zien, lezen en horen hoe anderen met hun seksualiteit omgaan, maakt deze samenleving een stuk interessanter. Leidt een overdaad aan seks en bloot in de publieke ruimte tot negatieve gevolgen? Misschien. Maar ik denk dat de gevolgen van iedere dag naar het journaal kijken veel negatiever zullen zijn.

12

LUNA BEZOEKT ‘SOIRÉE PORNOGRAFIQUE’

Gisteren was er een of andere lezing over de seksindustrie in de NL Lounge in Amsterdam. Een stuk of 4 mannetjes uit de seksindustrie gingen met elkaar en het publiek in discussie over verschillende stellingen. Zo waren er bijvoorbeeld de stellingen ‘seks is geen taboe meer’, ‘de seksindustrie heeft bijgedragen aan de emancipatie van de vrouw’ en ‘werken in de seksindustrie is altijd een jongensdroom geweest’. Er was eigenlijk weinig sprake van discussie. Het publiek deed niet echt mee en de sprekers waren het voor het merendeel met elkaar eens. Beetje saai dus. Pas toen aan het eind van de avond een paaldanseres verscheen werden de mannelijke bezoekers enthousiast. Seks en naakt is misschien niet meer zo’n groot taboe als vroeger, maar mannen (en vrouwen) kijken nog steeds een beetje verbaasd als ik vertel dat ik voor een seksblad werk. Ik vind de seksindustrie een heel integere en eerlijke business. De mensen zijn correct; een afspraak is een afspraak. Aan het begin van de lezing kwam een opdrachtgever naar me toe: “Ik heb nog steeds geen factuur van je ontvangen! Moet je wel snel doen hoor!” Dit heb ik een opdrachtgever van een ‘gewoon’ medium nog nooit horen zeggen. Die zullen dat waarschijnlijk ook nooit doen. Iemand vroeg me: “Ben je niet bang dat je later nooit meer een ‘normale’ baan kan krijgen, omdat je voor seksbladen hebt gewerkt?” Misschien wel. Maar vooralsnog interview ik liever een dame die bij een 06-lijn werkt dan een vrouw die uit Afghanistan is gevlucht. En ik test liever de nieuwste erotische speeltjes dan de nieuwste mobiele telefoons. It’s a dirty job, but I like to do it.

4

NU-MAN, PART 2


copyright @ franz wilhelm 2001

7

LUNA’S DAGBOEKEN

Vanaf dat ik kon schrijven heb ik een dagboek gehad, zodat ik nu ongeveer een stapel van een meter hoog met schriften, papieren, gedichten en andersoortige schrijfsels heb. Tastbaar. Daar hou ik van. Ik vind het heerlijk om dagboeken van vroeger door te lezen. Zo schreef ik op 21 mei 1985: “A. krijgt straks haar poesje, ze noemt het Patroesca. Dat vind ik een stomme naam. Straks ga ik even kijken. Ik ga nu poppetjes van wc-rolletjes maken.” Of op 1 december 1986: “Maartje, mijn duif, heeft 2 eieren gelegd, maar die hebben we omgewisseld, want anders gaan ze dood. We eten vandaag erwtensoep. Het is al een beetje donker buiten. Ik ruik de erwtensoep al.” Als ik die stukjes lees, dan zit ik weer op mijn kamertje van vroeger te schrijven. Heel netjes, want anders moest het opnieuw. Het leven leek zo simpel, zo heerlijk naïef. Ik maakte me druk om hoe laat ik op mocht blijven die avond, of ik buiten zou mogen spelen op zondag of wat voor cijfer ik zou hebben voor biologie. Mijn zorgen van nu bestaan uit hypotheken, werk, verzekeringen, belastingen en een weggelopen kat. Het is koud buiten en het regent. Ik zou willen dat ik bij m’n ouders thuis in m’n rode dagboekje aan het schrijven was. M’n vader zou warme chocomel maken en als ik lief was zou hij zelfs slagroom voor me kloppen. Ik zou naar de kerstboom kijken en schrijven: “Ik heb net met mamma de kerstboom versierd en pappa tilde me op, zodat ik de piek bovenop kon zetten.” Je ouders dragen je een stukje in het leven, maar de rest moet je zelf doen.

22

LUNA IS GANDHI KWIJT

Ik heb 3 dagen bij P. geslapen. Buurman M. heeft voor m’n katten gezorgd, alleen heeft hij Gandhi deze dagen niet gesignaleerd. Ik ben al de hele dag thuis en hij is er nu nog niet. Hij komt ook niet als ik met een lepel op een blikje kattenvoer sta te tikken op het balkon. Hij is wel vaker een tijdje weggeweest, maar zo lang als dit nog nooit. Skinner is wel thuis en ligt op m’n schoot. Die is 2 jaar geleden wel eens een week kwijt geweest. Groot verdriet, want Skinner was het liefste wat ik had. In die week kwamen mijn ouders een dagje naar Amsterdam en ze wisten niet hoe mij te troosten. “We gaan wel naar het asiel om een nieuwe kat voor je te halen”, zei mijn moeder. Ik wilde niet, maar ik moest mee. In een klein hokje zat een kat, precies dezelfde als Skinner, maar dan in het bruin. Hij wilde mee, hij gaf kopjes tegen de tralies van z’n kooitje. “Die is wel lief”, zei ik tegen het meisje van het asiel. Het meisje stopte de kat in het oude draagbakje van Skinner en mijn moeder betaalde 150,-. Ik noemde ‘m Gandhi en hij sliep de eerste nacht onder mijn bed. Het was raar, een vreemde kat in huis, maar de tweede nacht lag Gandhi gezellig tegen mijn buik in bed. Midden in de nacht hoorde ik luid gemiauw op het balkon. Skinner was weer thuis en na een blikje en wat water uit de kraan kwam hij zoals altijd weer op m’n kussen liggen. Ik had ineens twee katten en kon m’n geluk niet op! Ik ben gewoon helemaal verliefd op mijn mannetjes en Gandhi moet snel terugkomen, want ik ben hartstikke ongerust.

32

LUNA IS HELEMAAL KAPOT

Zo. Ik heb me nog nooit, helemaal nog nooit, in mijn leven zo ontzettend lichamelijk kapot gevoeld. Luna voelt spieren die ze nog nooit heeft gevoeld. Ik heb rsi in mijn hele lichaam. Spierpijn in mijn polsen, ellebogen en spierballen van het tasjes vullen met Foxy’s en het tasjes uitdelen met Foxy’s. Spierpijn in de rest van mijn lichaam door het staan en lopen op hoge hakken. Zelfs spierpijn in mijn kaken van het lachen. Ik heb zo vaak: “Wilt u misschien een Foxy”, gezegd, dat ik zeker weet dat ik daar straks over ga dromen. Ik heb gewoon pijn in mijn keel van het uitspreken van het woord ‘Foxy’. Ik kan geen Foxy meer zien. Ik heb drie dagen geleefd op tosti’s en blikjes Red Bull. Ik heb dingen gezien die mijn ogen eigenlijk niet konden verdragen; mannen compleet in zwart plastic, die alleen door twee kleine neusgaatjes konden ademen, transseksuelen die met hun benen wijd gingen liggen voor de Foxy-fotograaf en mannen met enge zilveren dingen in hun pik. Ik ben kapot, maar ik heb ook genoten van de diversiteit aan mensen. Niemand is gelijk en het feit dat zowel prachtige, lekkere meisjes als rare types naakt gingen voor de Foxy-fotograaf vond ik mooi. Het Amsterdamse publiek was eigenlijk behoorlijk blasé; die hadden alles al gezien. Sommigen vonden het zelfs ‘leuk’ om respectloze opmerkingen te maken. Maar het mechanisme ‘een glimlach geven, dan krijg je ook een glimlach terug’ werkte goed. Een Kamasutra-beurs is helemaal niet geil of spannend voor de medewerkers. Het is keihard werken. Maar wel bijzonder.

19

LUNA IS KAPOT

Vandaag was de tweede dag van de Kamasutrabeurs in Amsterdam. Ik ben kapot. Ik heb gisteren van 10.00 tot 0.00 gewerkt en vandaag van 13.00 tot 0.00. En morgen moet ik weer. Ik ben echt kapot. Mijn voeten, knieën, enkels en bovenbenen doen pijn, van het rondlopen op hoge hakken. En de hele dag met een glimlach op je gezicht tasjes met een FOXY uitdelen is trouwens ook erg vermoeiend. Vandaag was de jellyfight, oftewel twee worstelende lekkere wijven in een kinderbadje met 800 liter geleipudding. Die geleipudding zit nu nog in mijn haar. Ook op mijn armen en benen trouwens. Ranzig, maar het ‘gevecht’ was erg leuk om te zien. Gisteren zijn we met de FOXY-meisjes na de beurs nog uitgeweest in de Powerzone. Daar zou namelijk een ‘erotic night’ zijn en wij waren uitgenodigd. Ik was daar al snel weer weg. Er was namelijk niets erotisch aan. Ik verwachte naakt, geile wijven en travestieten, nogmaals naakt, geile wijven en travestieten en in die volgorde. Ik kreeg; Arno Kolenbrander. Een omlaag gevallen musicalster. Die stond voor een ongeïnteresseerd publiek liedjes van Jodi Bernal te zingen. Dat was heel zielig. De organisatie van deze ‘erotic night’ vroeg nog of collega M. en ik hem wilden interviewen, maar dat wilden we niet. Ook probeerden ze op deze ‘erotic night’ een of ander familiespel te verkopen; een spel om de euro een beetje onder de knie te krijgen. Dit familiespel werd natuurlijk door niemand gekocht, want er was ook niemand. Het was een sneu feest dus. Ik ga nu in bad en zet een fles wijn naast me neer. Ik wil wat ik deze dagen heb meegemaakt zo snel mogelijk weer vergeten en daar is veel alcohol voor nodig. Morgen sta ik er weer. Gezellig.

14

DE RINGEN VAN LUNA

Ik kwam net mijn oude ringen weer tegen. De ringen die ik van mijn exen kreeg. Ik heb er 4 aan elkaar geknoopt door een blauw lint (zie foto). Dus 4 exen en 4 ringen. En 1 ring om mijn vinger, die van P. natuurlijk. Om de een of andere vage, romantische reden hecht ik waarde aan een ring. Mijn eerste vriendje J. en ik gingen samen een vriendschapsring uitzoeken bij een juwelier. Ik was 14 en hij 3 jaar ouder. Mijn tweede ring kocht ik samen met R., ook bij een juwelier. We waren allebei 17, denk ik. Mijn derde vriendje M. wilde geen ring om, maar kocht er wel eentje voor mij toen ik 20 werd, want dat wilde ik graag. Met mijn drie eerste liefdes heb ik een relatie van 2 jaar of langer gehad. Mijn vierde liefde E. duurde maar even, maar die was zo heftig en intens dat hij wel een ring voor me kocht. “Zomaar”, zei hij. Met liefde en trots heb ik hem gedragen, tot hij ‘manisch depressief’ ging doen en hij met veel verdriet vertelde dat hij me niet meer wilde zien, omdat hij me niet gelukkig kon maken. De ring die ik nu draag heeft met mijn relatie met P. te maken. ‘HOPE’ staat op deze ring. Deze ring heb ik niet van P. gekregen, maar heb ik zelf gekocht. Toen P. en ik het moeilijk hadden, vorig jaar, zag ik deze ring liggen in een etalage. Hij was te duur, maar ik moest hem hebben, zodat ik altijd moest blijven hopen op betere tijden. Dat is gelukt. Ik vind hoop iets moois. Misschien wel het mooiste dat een mens kan doen; hopen op beter, anders, morgen of ooit. Ik hoop nu dat deze ring nooit bij de andere 4 terecht zal komen. Tussen het blauwe lint. Ik hoop dat ik bij P. blijf. En hij bij mij.

17

5 RINGEN

5