web analytics

LUNATIC, PART 7


copyright @ franz wilhelm 2001

16

LUNA EN DE EUROKIT

‘Tegen inlevering van het onderste deel van deze op naam gestelde afhaalcoupon ontvangt de eigenaar één eurokit ter waarde van 8,55’, zei het papiertje dat een paar weken geleden in mijn brievenbus lag. ‘Er is een eurokit voor elke inwoner van Nederland die op 31 december 2001 zes jaar of ouder is.’ Laat ik er voor het gemak van uitgaan dat er 15 miljoen mensen in Nederland wonen en dat er 3 miljoen jonger dan die zes jaar zijn. Laat ik er ook voor het gemak van uitgaan dat 2 miljoen mensen de eurokit vergeten op te halen, omdat ze geen tijd of geen zin hebben. Dat geeft toch nog mooi 10 miljoen mensen die in totaal zo’n 85 miljoen gulden van de Nederlandse staat krijgen. Ik lees wel eens in de krant dat mensen in de zorg zo weinig verdienen. Ik hoor ook wel eens op het journaal dat er geld nodig is in het onderwijs. Of dat de agrarische sector het nogal moeilijk heeft. Of dat er aan de andere kant van de wereld nog steeds kindjes dood gaan van de honger. Of dat er nog steeds geen geneesmiddel tegen aids is gevonden. En nu krijg ik als Nederlands staatsburger zomaar geld, zodat ik alvast aan dat geld kan wennen? Zodat ik alvast aan dat geld kan wennen? Ik schrijf het nog een keer; zodat ik alvast aan geld kan wennen! Iedereen zit thuis naar z’n nieuwe euro’s te kijken: “Het lijkt net nepgeld hè?” Ja, het is ook nepgeld. En ik vind niet dat ik die 8,55 heb verdiend. Ik ben vandaag naar de HEMA gegaan, heb m’n eurokit opgehaald en heb de muntjes meteen uit het ding gefrommeld. Bij de Dam stond een mannetje met een collectebus voor het Leger des Heils. Daar heb ik m’n gratis gekregen geld ingedaan. De euro wordt van ons allemaal, maar er zijn wel grenzen.

57

LUNA EN HET BALLONNENFEEST

Ik ben net terug van ‘Ship of Fools’ van het Amsterdams Ballon Gezelschap. Oftewel, het jaarlijkse ballonnenfeest in de Paradiso, georganiseerd door het kunstenaarsdorp Ruigoord. Oftewel, een heel vaag feest, met als thema ‘Middeleeuwen’. Ik was hier nog niet eerder geweest en kwam er pas toen ik binnen was achter waarom het ‘ballonnenfeest’ heet. Aan het plafond hingen namelijk zo’n 250 heliumballonnen met een touwtje waaraan een zakje met een voorgedraaide joint hing. Naarmate het warmer werd in Paradiso, kwamen de ballonnen langzaam naar beneden dwarrelen. Gratis joints dus. (“Dit kan je toch niet aan een Amerikaan uitleggen? Dat er gratis joints uit de lucht komen vallen op feestjes in Amsterdam”, zei vriend L.). Het publiek bestond voornamelijk uit rare figuren. De oude hippies van Ruigoord, vrienden van hippies van Ruigoord en vrienden van vrienden van hippies van Ruigoord. Om 20.00 werd het eten voor zo’n 150 man opgediend en het was lekker. Nadat alles weer was afgeruimd ontstond er spontaan een circus op de dansvloer, compleet met acrobaten, mannetjes met diabolo’s, meisjes met linten en jongleurs. Ondertussen speelde een Middeleeuwse hardrockband op schelpen, trommels en fluitjes. Van 23.00 tot 0.30 kon ik genieten van de musical ‘Ship of Fools’, waar ik niets van kon verstaan. Paradiso stroomde vol en ik werd een beetje paranoia van alle Middeleeuwse kostuums om me heen. Ik was waarschijnlijk te nuchter en te moe om van het feest te genieten en ben vroeg naar huis gegaan. Wel twee ballonnetjes meegenomen.

4

WEET JE NOG TOEN?

Gisteren heb ik de beste Eerste Kerstdag ooit gehad. Ik ben zelf alleen maar druk geweest met hapjes en drankjes, maar het feit dat mijn ouders en de ouders van P. zo ontzettend hebben genoten maakte het tot een dag die ik nooit zal vergeten. Over 30 jaar, als onze ouders er niet meer zijn, weet ik dat op een bank zal zitten en tegen P. zal zeggen: “Weet je nog toen?” Dat we veel te veel vlees hadden gekocht en hoe zwaar de boodschappentassen waren die we moesten dragen. Dat ik al dagen bezig was met het kopen van cadeautjes en dat ik wel 6 uur bezig was om al die cadeautjes met lintjes en strikjes in te pakken. We zullen met een glimlach terugdenken aan de kindjes van zijn zus, hoe lief ze toen waren. We zullen vooral moeten lachen om onze ouders. Dat de moeders 3 flessen witte wijn dronken, zijn vader 2 flessen rode wijn en mijn vader 10 flesjes bier. Ik zal zeggen: “Weet je nog dat ze tijdens de koffie met z’n vieren een fles Amaretto hebben leeggedronken en dat ik daarna een glas water voor ze neerzette, omdat ze een beetje te dronken waren? En dat ze toen allemaal tegelijk een slok water namen en zeiden: ‘Gatverdamme, alsof je een klap in je gezicht krijgt, heb je niet iets anders?’ En dat ze toen ook nog een fles perenlikeur opdronken.” P. zal zeggen: “M’n vader heeft toen ook nog een joint met me gerookt, daar hebben we nog foto’s van! Weet je nog dat ze ’s nachts stomdronken met een taxi naar dat hotel zijn gegaan en daar aan de hotelbar nog even zijn doorgegaan? En dat ze de volgende ochtend broodnuchter weer bij ons voor de deur stonden om 10 uur?” En ik zal zeggen: “Ja, dat was lachen toen. Onder de tafel gedronken door mijn ouders en schoonouders.”

14

GEEN KERSTKAART

Ze had net gewerkt en toen ze thuiskwam vroeg ze meteen aan haar moeder of er nog post was gekomen voor haar. Ze kreeg altijd veel kerstkaarten, vooral van collega’s, maar ze hoopte dat er dit jaar een kaart van haar vriendin van de middelbare school bij zat. Ze kreeg een brief van haar penvriendin en een kaart van haar oma, maar geen kaart van haar oude vriendin. Ze had het eigenlijk ook niet verwacht. Ze kreeg namelijk nooit meer een kaartje van haar. Ze vond het jammer. Zelf stuurde ze elk jaar nog wel een kaartje. Een hele mooie dit jaar, met een puppy met een grote rode strik. Ze stuurde ook altijd nog een kaart als haar vriendin jarig was. Ze moest even denken aan hoe het vroeger was. Hoe goed ze elkaar toen kenden toen ze 13 waren. Hoe ze samen hun eerste sigaret rookten bij de Waal. Ze vonden het allebei niet zo lekker toen. Ze moesten hoesten. Haar vriendin rookte nu wel, dat had ze 2 jaar geleden gezien toen ze een dagje naar Amsterdam was gegaan. Dat was de laatste keer dat ze hadden afgesproken. Ze kenden elkaar nu 13 jaar, maar sinds haar vriendin naar Amsterdam was verhuisd zagen ze elkaar misschien 2 keer per jaar. Soms komt haar vriendin onverwacht langs op haar werk. Dan kunnen ze meestal maar even praten, maar ze vinden het allebei leuk om elkaar weer te zien. Ze bellen ook wel eens, maar ze hebben elkaar weinig te vertellen. Ze missen elkaar niet, maar ze vinden het allebei wel belangrijk om contact te houden. Ze zou geen kerstkaart van haar vriendin krijgen, maar ze wist zeker dat zij volgend jaar wel weer een keertje onverwacht voor haar deur zou staan.

Jeff Buckley: “And we sat on our own star and dreamed of the way that we were and the way that we wanted to be…”

5

LUNA HEEFT NESTELDRANG

Vandaag zijn Skinner en ik verhuisd naar P.’s huis. Omdat ik tussen kerst en 1 januari toch iedere dag bij P. zou slapen, vond ik het een beetje zielig om Skinner alleen thuis te laten zitten. Voor de kerst heeft Skinner een gloednieuwe kattenbak gekregen en die staat nu in de keuken van P., naast z’n gloednieuwe etensbakje. Skinner heeft het prima naar z’n zin en ligt bij P. op de bank. Ik heb het ook prima naar m’n zin en ben me als een perfecte huisvrouw aan het gedragen door te koken, te wassen en schoon te maken. Ik ben in m’n element en ik ben gelukkig. Daarom hebben we net na grondig overleg besloten dat ik hier blijf. P.:”Ga je niet meer weg?” Luna: “Nee, ik blijf hier, mijn kachel is stuk thuis.” P.: “Oh, nou ja, goed. Dus we wonen samen nu?” Luna: “Ja, toch?” P.: “Oke.” Zo kunnen we alvast wennen aan het samenwonen, het scheelt huur en het is gezellig. Het huis dat we hebben gekocht kunnen we pas 1 november 2002 betrekken en om in die maanden nou én hypotheek én zowel zijn huur als mijn huur te betalen is een beetje te veel van het goede. Ik ga zo de badkamer schoonmaken en zijn kledingkasten organiseren, zodat mijn spulletjes er ook bij kunnen. Ik heb vandaag ook druk kerstinkopen gedaan, want zowel zijn ouders, als mijn ouders én zijn zus met man en kinderen komen op Eerste Kerstdag bij ons gourmetten. Iedereen krijgt cadeautjes en die ga ik zometeen inpakken in glimmende papiertjes. Ook moet het huis nog in kerstsfeer komen. Ik trek zo een fles wijn open en P. heeft net een dikke joint gedraaid; om aan onze nieuwe burgerlijke staat te wennen. Samenwonen is prima, maar je moet wel jezelf blijven.

16

VERMISTE-KATTEN-PAPIERTJES

Al bijna een week hoop ik een stukje te kunnen schrijven met de titel ‘Gandhi is terug!’. Hij is alleen nog niet terug. Ik denk ook niet meer dat hij terugkomt. Ik liep net langs de plaatselijke Albert Heijn. Daar zag ik een A4-tje hangen met de tekst; ‘Vermist, Gandhi, sinds 9 december, beloning 250,-’. Dat A4-tje heb ik daar zelf een paar dagen terug opgehangen. Zo van een afstand lijkt het iets heel normaals; een weggelopen kat. Ik ben even dichtbij het papiertje gaan staan. Het was een mooie foto. Ik heb lang nagedacht over die foto, want het moest een foto zijn waarop Gandhi goed herkenbaar zou zijn. Ik heb ook lang nagedacht over de beloning. Ik wist niet of ik nou wel of geen beloning moest geven. Maar ik denk dat mensen eerder zullen bellen als ze er geld voor krijgen. Het A4-tje hing er goed bij. Het vermiste-katten-papiertje van Gandhi was alleen niet de enige die er hing. Naast die van hem hingen er nog 3. Ook de andere katten zijn weggelopen rond dezelfde datum als Gandhi. Ik vind 4 vermiste katten in 1 week een beetje te toevallig. En één van de andere weggelopen katten heette ‘Luna’, dat vond ik ook wel heel toevallig. Ik heb een bakje met brokjes op het balkon staan. Ook een bakje met water. Er is nog niets van gegeten of gedronken. Ik loop elke dag een rondje om mijn huizenblok en ik heb in alle portieken en onder alle auto’s gekeken, maar hij zit er echt niet. En ik sta al dagen ieder uur op m’n balkon ‘psspsspsspsspss’ te roepen, maar hij komt niet aangehuppeld. Ik heb 1 troost. Skinner is in deze dagen getransformeerd tot een ultrageile kat die alleen maar wil knuffelen. Hij mag alleen nooit meer naar buiten.

24

EEN ROLLADE EN 10 KARBONADES

Het was 17.00. Hij had al warm gegeten en zat op de bank. Ze zou thuis werken vandaag, dat had ze een paar dagen terug verteld. Hij wilde haar bellen, maar hij durfde niet zo goed. Het kwam wel eens voor dat ze zei dat ze thuis zou zijn en dat ze er dan toch niet was. Dan werd hij ongerust. Hij kon natuurlijk ook naar haar mobiel bellen, maar dat had hij nog nooit gedaan. Hij had een hekel aan antwoordapparaten, hij wist nooit wat hij moest inspreken. Meestal liet hij z’n vrouw naar hun dochter bellen, zij zou dan zeggen: “Je vader wil je even spreken.” Zo ging het 2 keer per week. Hij had een viswedstrijd gehad dit weekend. Hij was eerste geworden en had een rollade en 10 karbonades gewonnen. Dat wilde hij haar graag vertellen. Ook had hij een leuke mop gehoord. Hij wist niet meer precies hoe die ging, dat moest hij even opzoeken. Hij had het ergens opgeschreven. Zij hield eigenlijk niet zo van moppen, dat wist hij wel, maar ze moest altijd wel lachen als hij een mop vertelde. Hij hoorde haar graag lachen. Ze zou vertellen wat ze deze week had gedaan. Hij begreep niet zoveel van haar leven, maar hij vond het altijd fijn om haar stem te horen. En hij hoorde graag dat het goed met haar ging. Ze leek op haar moeder. Hij zou haar vragen of ze misschien een halve rollade wilde. Dat vond ze vroeger altijd lekker en haar moeder zou ‘m wel voor haar braden en in de diepvries doen. “Bel jij zo even?”, vroeg hij z’n vrouw. Even later hoorde hij haar het antwoordapparaat inspreken. Ze was er dus niet. Hij keek naar ‘Get the Picture’ en het journaal, en hoopte de hele avond dat ze terug zou bellen.

22

IS ZOENEN VREEMDGAAN?

Als P. tijdens een avondje stappen ‘per ongeluk’ met een ander zou zoenen, dan zou ik daar geen problemen mee hebben. Hij moet daar alleen geen gewoonte van maken. Pas op het moment dat er telefoonnummers uitgewisseld worden en hij dus van plan zou zijn om dat meisje vaker te zien dan zou ik zeggen: “Hohoho, schatje, dat was niet de bedoeling van onze relatie. Het moet wel gezellig blijven.” Hij denkt hier ook zo over. Als ik in een dronken, geile bui met een meisje heb gezoend, dan zeg ik dat tegen hem, hij lacht erom en we gaan verder met het schillen van de aardappels. Wij zien elkaar te weinig soms. Maar we staan elkaar niet in de weg. Als hij 60 uur per week werkt en dan in het weekend met vrienden wil stappen en op zondag wil voetballen, dan moet hij dat doen. Wie ben ik om tegen hem te zeggen: “Ik wil niet dat je dat doet waar jij gelukkig van wordt.” Als ik uit wil gaan, me klem wil zuipen, wil flirten en daarna stomdronken naast hem kom liggen, vindt hij dat prima. Wij lachen daarom. Van alle mannen die ik heb gekend is P. de enige die mij helemaal neemt zoals ik ben. Hij snapt dat ik het ene moment een geile tekst voor een seksblaadje kan schrijven, het volgende moment het cadeautje uit een suprise-ei in elkaar kan zetten en daarna bij hem op de bank naar een documentaire over Afghanistan wil kijken. Onze relatie kan een per-ongeluk-zoen met een ander dus wel hebben.

58

WHAT’S IN A NAME?

Ik denk dat ik niet de enige vrouw ben met een ‘mannenlijst’. Een lijst met de namen van alle jongens en mannen met wie ik naar bed ben geweest en met wie ik heb gezoend. Vier jaar terug werd die lijst bijna wekelijks bijgewerkt. Nu ligt hij al een paar jaar in een doos tussen brieven, foto’s, bierviltjes met telefoonnummers en kassabonnetjes uit die tijd. Af en toe pak ik die doos erbij om herinneringen op te doen. Zo komt het dat ik de namen van al mijn ‘exen’ moeiteloos kan opdreunen. Altijd handig, mocht je er eentje per ongeluk tegenkomen. Het staat namelijk best lullig als je de naam van de persoon met wie je in bed hebt gelegen niet meer kent. Zo was ik gisteren in de NL Lounge tijdens ‘De Nacht van de Erotiek’ en zag ik A. staan, een one-night-stand van 5 jaar geleden. Pas na de seks vertelde hij me dat hij een vriendin had. Daar hou ik niet van. Ik hoefde hem niet meer te zien en dat is ook niet meer gebeurd. Tot gisteren. “Dag A.”, zei ik. “Ik heb nog vaak aan je gedacht weet je?”, zei A. terug. “Het was hartstikke lekker toch toen?” Hij legde zijn hand op m’n billen. “Ach”, zei ik. “M’n ex-vriendin was ook een stripper”, zei hij en hij keek naar de danseres op de bar. Hij zei het woordje ‘ex-vriendin’ net iets te hard. Zijn hand wreef over m’n heup. “Weet je nog wel hoe ik heet?”, vroeg ik venijnig. “Eh, Claudia?”, probeerde hij. “Fout”, zei ik en ik liep weg richting toiletten. Het was druk en de sfeer was de hele avond al spannend. Ik voelde een hand tussen m’n benen. Niet die van A., maar die van een mooi blond meisje. Ik draaide me om en even later stonden we te zoenen. Ze gaf me een knipoog toen ik weer wegliep. Ik heb haar naam niet gevraagd.

44