IK GELOOFDE JE

“Ik ben een marinier.”
Ik geloofde je.

“Ik heb gevochten in Rwanda.”
Ik geloofde je.

“Ik was scherpschutter in Rwanda.”
Ik geloofde je.

“Ik ben gewond geraakt in Rwanda en heb daardoor jaren in een rolstoel gezeten.”
Ik geloofde je.

“Ik heb PTSS.”
Ik geloofde je.

“Ik ben rechercheur.”
Ik geloofde je.

“Ik doe grote zedenzaken.”
Ik geloofde je.

“Ik doe grote drugszaken.”
Ik geloofde je.

“Ik mag eigenlijk online niet op foto’s, want dan kunnen boeven me traceren.”
Ik geloofde je.

“Ik kan eigenlijk niet met jou in de stad gezien worden, want dan weten boeven dat jij mijn vriendin bent en dan kunnen ze mij pakken via jou.”
Ik geloofde je.

“Al mijn exen zijn domme kutwijven.”
Ik geloofde je.

Neem jij Chantall Maria van den Heuvel, geboren te Tiel tot je echtgenote en beloof je getrouw alle plichten te vervullen die de wet aan de huwelijkse staat verbindt? Wat is daarop jouw antwoord?

“Ja.”
Ik geloofde je.

“Ik heb een burn-out.”
Ik geloofde je.

“Ik heb al 1,5 jaar een ander.”
Ik geloofde je.

“Sorry.”

26