GOOI HET ER MAAR UIT, DAAR HEB JE DOKTERS VOOR

“Je wilt je laten steriliseren?”, vraagt m’n huisarts.
“Ja, dat was de bedoeling, maar ik heb me gisteren bedacht”, zeg ik.
“Oh, wilde je die sterilisatie in een opwelling dan?”
“Neeeeeeee, of ja, nou ja, misschien. Mijn ex was gesteriliseerd, dus ik heb me 7.5 jaar niet druk hoeven maken over mijn anticonceptie en toen we gingen scheiden een maand geleden, nou ja, toen dacht ik eigenlijk meteen; dan laat ik me steriliseren, want dan ben ik er maar gewoon vanaf ook. Gewoon gaan! En door! Want ik wil geen kinderen. Nooit gewild ook. Maar ja, ik heb wel 7.5 jaar voor zijn dochter gezorgd en die is nu ineens ook uit mijn dagelijkse leven en dat blijkt toch een groter dingetje dan ik eigenlijk van tevoren dacht. Kwam ik gisteren achter. Ja, nee, wist ik wel eerder natuurlijk, maar ja, rollercoaster hè! En het is niet dat ik toch ineens kinderen wil hoor, dat niet, nee, zeker niet, maar een sterilisatie is nogal iets, eh, groots. Ingrijpend. Soortement van life event. En ik heb nogal wat life events achter de rug de afgelopen weken en ik weet niet of dit dan wel handig is, want het is toch een operatie en daar moet je van bijkomen, lichamelijk gezien dan, en ik ben geestelijk nog niet helemaal in balans met m’n lijf en dat gaat wel komen hoor, want ik voel me goed! Ik ben al 3 weken gestopt met roken en ik ben 10 kilo afgevallen en ik ben heel gezond bezig! Maar ik heb wel een hond en die moet 3 keer per dag uitgelaten worden en als je dan na zo’n operatie op de bank ligt, ja, vind ik toch een ding. Dat je anderen moet gaan vragen om voor je te zorgen. Eten voor je koken. Boodschappen doen. En de hond uitlaten. En ik vind ook dat ik op een wat mooiere manier afscheid moet nemen van mijn moederschap. Dus niet zo klinisch met een sterilisatie en operatie, maar meer met een ritueeltje met kaarsjes en wierook en vanuit liefde en nou ja, dat dan zo ongeveer. Want het is ineens toch wel definitief en dat wil ik ook hoor, maar ik wil het vanuit m’n hart en niet vanuit m’n verstand. Maar ik heb in de tussentijd toch m’n behoeftes hè, aandacht, liefde, seks, leuke man, en ja, condooms, I know, hartstikke leuk hoor, maar dan zul je net zien dat dat ding scheurt en dat ik dan alsnog weet ik veel wat, of dat ik in een vlaag van geiligheid een condoom vergeet en dat ik er zo hop, overheen glijd, ja, want dat kan ook nog hè, nee, zo ben ik nooit geweest, echt niet, altijd veilig, maar ja, het zou zo maar kunnen nu, je weet het niet! En ik wil niet nog een keer een abortus. En ik wil geen spiraaltje, want dat vind ik eng, een ding in m’n lijf, dus ik dacht; doe mij maar weer een paar maanden aan de pil en dan zie ik volgend jaar wel weer verder. Dan kan ik alsnog die sterilisatie. Eerst m’n rijbewijs. En ik heb eigenlijk helemaal geen zin in die hormonen, maar ik heb er heus goed over nagedacht. De afgelopen 24 uur. Echt.”
“Je komt wel heel erg druk over hoor”, zegt m’n huisarts.
“Zo ben ik altijd”, zeg ik.
“Ik weet niet of het wel zin heeft om nu je bloeddruk te meten.”
“Oh, jawel hoor, want van binnen ben ik echt chill.”

De huisarts kijkt me ietwat argwanend aan en pakt de bloeddrukmeter erbij.

“En je bent gestopt met roken?”
“Ja, echt.”
“Geen moeite mee?”
“Nee, niet noemenswaardig. Ik merkte dat ik van 6 sigaretten per dag ineens naar een pakje per dag ging en dat ik meer geld kwijt was aan sigaretten dan aan boodschappen en dat leek me een perfect moment om te stoppen.”
“Tijdens de stress van je scheiding?”
“Ja, echt.”
“Sport je?”
“Nee, waarom zou ik?”
“Misschien word je daar rustig van?”
“Ik ben niet onrustig, echt niet.”

De huisarts pompt de bloeddrukmeter op, laat ‘m leeglopen en komt dan, net als ik, tot de conclusie dat ik niet onrustig ben. Of dat dat in ieder geval niet aan m’n bloeddruk is af te lezen.

“En verder gaat het allemaal goed?”
“Je bedoelt of ik psychische hulp nodig heb?”
“Ja?”
“Nee hoor, het gaat nog prima, ik wil alleen een recept voor de pil.”

23

SILENCE IS THE MOST POWERFUL SCREAM

“Wat dan?”, vroeg ik.
“Wat nou, wat dan, je hoort me toch?”, zei hij.
“Waarom doe je zo boos?”
“Ik ben niet boos.”
“Nou, je klinkt wel boos hoor.”
“Ik ben geen mongool.”
“Mongool? Ik noem je toch geen mongool?”
“Dat zeg je net!”
“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

Rustig blijven. Rustig blijven. Zolang ik maar rustig blijf, dan stopt hij vanzelf een keer met schreeuwen. Zolang ik maar laat zien dat ik gewoon mezelf ben, dat er met mij niks aan de hand is, dan houdt hij wel op. Rustig blijven. Rustig blijven. Adem in. Adem uit. Hij meent niet wat hij zegt. Dit is niet wie hij echt is. Hij is zichzelf niet. Hij zit niet lekker in z’n vel. Ik moet rustig blijven. Ik moet niet boos worden. Ik moet rustig blijven. Rustig. Rustig.

Maar hij was degene die niet rustig bleef.

En ik kon niet vluchten.
Ik kon niet vechten.
Het enige dat ik uiteindelijk nog kon was gillen.

Ik gilde omdat hij moest ophouden.
Ik gilde omdat ik bang was.
Ik gilde omdat ik niet wist hoe ik zijn schreeuwen anders moest stoppen.
Ik gilde om te overleven.

Ineens stonden er 2 politieagenten in uniform in huis.
“Gaat het ook allemaal goed met mevrouw?”

En ik knikte van ‘ja’, maar ik schudde van binnen van ‘nee’ en toen de politieagenten weg waren kreeg ik alsnog de volle laag, maar dan op een wat zachter volume.

Want het was mijn schuld.
Zijn boosheid was mijn schuld.
Dat hij schreeuwde kwam doordat ik dat in hem uitlokte.
En dat de politie was gekomen, kwam door mijn gegil, niet door zijn geschreeuw.
Het was allemaal mijn schuld.
Mijn schuld.

Ik heb me jarenlang kapot geschaamd. Want ik dacht ook echt dat het mijn schuld was. Als ik maar wat meer dit. En wat minder dat. Dan was hij niet zo boos geworden. Dan had hij niet tegen mij hoeven schreeuwen. Dan was ik niet gaan gillen. En dan hadden de buren nooit de politie gebeld.

Maar het is Godverdomme nooit mijn schuld geweest.

22