SILENCE IS THE MOST POWERFUL SCREAM

“Wat dan?”, vroeg ik.
“Wat nou, wat dan, je hoort me toch?”, zei hij.
“Waarom doe je zo boos?”
“Ik ben niet boos.”
“Nou, je klinkt wel boos hoor.”
“Ik ben geen mongool.”
“Mongool? Ik noem je toch geen mongool?”
“Dat zeg je net!”
“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

Rustig blijven. Rustig blijven. Zolang ik maar rustig blijf, dan stopt hij vanzelf een keer met schreeuwen. Zolang ik maar laat zien dat ik gewoon mezelf ben, dat er met mij niks aan de hand is, dan houdt hij wel op. Rustig blijven. Rustig blijven. Adem in. Adem uit. Hij meent niet wat hij zegt. Dit is niet wie hij echt is. Hij is zichzelf niet. Hij zit niet lekker in z’n vel. Ik moet rustig blijven. Ik moet niet boos worden. Ik moet rustig blijven. Rustig. Rustig.

Maar hij was degene die niet rustig bleef.

En ik kon niet vluchten.
Ik kon niet vechten.
Het enige dat ik uiteindelijk nog kon was gillen.

Ik gilde omdat hij moest ophouden.
Ik gilde omdat ik bang was.
Ik gilde omdat ik niet wist hoe ik zijn schreeuwen anders moest stoppen.
Ik gilde om te overleven.

Ineens stonden er 2 politieagenten in uniform in huis.
“Gaat het ook allemaal goed met mevrouw?”

En ik knikte van ‘ja’, maar ik schudde van binnen van ‘nee’ en toen de politieagenten weg waren kreeg ik alsnog de volle laag, maar dan op een wat zachter volume.

Want het was mijn schuld.
Zijn boosheid was mijn schuld.
Dat hij schreeuwde kwam doordat ik dat in hem uitlokte.
En dat de politie was gekomen, kwam door mijn gegil, niet door zijn geschreeuw.
Het was allemaal mijn schuld.
Mijn schuld.

Ik heb me jarenlang kapot geschaamd. Want ik dacht ook echt dat het mijn schuld was. Als ik maar wat meer dit. En wat minder dat. Dan was hij niet zo boos geworden. Dan had hij niet tegen mij hoeven schreeuwen. Dan was ik niet gaan gillen. En dan hadden de buren nooit de politie gebeld.

Maar het is Godverdomme nooit mijn schuld geweest.

22