Auteur: luna

VOOR IK VERGEET

Donderdagochtend, 9.00.
P. is naar z’n werk en ik ben alleen met z’n vader.
“Je moet wakker worden pa”, zeg ik, “en je moet je medicijnen en ook wat eten.”
Hij is er niet zo voor te porren.
“Kom op pa, op de rand van het bed.”
Het lukt niet om hem omhoog te trekken wanneer hij me een hand geeft.
Dan maar een soort van bovenop hem zitten. Hand in z’n nek. En dan omhoog.
Hop! Hop!

Hij zit op de rand van het bed. Ik zit rechts van hem.
Hij valt om naar links.
“Rechtop blijven zitten pa, je hebt een afwijking naar links.”

Ik pak ‘m stevig vast.
“Blijf maar even naast me zitten zo. Ik moet even bijkomen.”

En zo zitten we samen.
Wel een kwartier.
Naast elkaar.
Mijn arm om zijn schouder.
Zijn hand op mijn bovenbeen.
En we kijken in stilte naar hoe de poezen met elkaar spelen.
Poes John ligt op een stoel en poes Sid mept hem eraf.
John komt naar ons toe gelopen en miauwt.
Sid gaat op de stoel liggen. Met z’n pootjes omhoog.
Even later rent Sid weer richting John.
John weer achter Sid.
En Sid weer achter John.
En daarna rollen ze met z’n tweeën over het kleed.

Dan kijkt de pa van P. me aan en zegt:

“Mooi hè?”

13

QUIZVRAAG

Hoe groot is de kans dat, nadat je schoonvader per ongeluk een incontinentieslip in je toilet boven heeft gegooid en er daar een loodgieter voor aan te pas moest komen, ook je andere toilet beneden verstopt raakt?

5

LUNA WAS ZUSTER KLIVIA

Vrijdagochtend 8.00 had ik precies 72 uur niet geslapen. De voorgaande nacht werd ik wakker gehouden door een snurkende P. naast me en de kortademigheid van de pa van P. boven in het hemelbed. Gelukkig maar dat ik wakker was, want zo kon ik er steeds als de kippen bij zijn als de pa van P. moest gaan plassen.

Het is raar hoe je je grenzen kan verleggen. Die nacht dacht ik even dat ik helemaal gek zou worden. Dat ik ‘m helemaal uit m’n panty aan het knappen was. Ik kan dit geen uur langer meer volhouden, dacht ik. Maar toen werd het langzaam dag en toen besefte ik; ach, nog een dag wakker moet geen enkel probleem zijn.

En de pa van P. zou die middag naar huis gaan.

“Pa”, zei ik nadat ik hem z’n medicijnen en een kopje thee had gegeven, “je gaat vandaag eindelijk naar huis! Na 6,5 week! Zal ik je eens even helemaal aankleden?”
Was niet nodig. Hij kon prima in z’n boxershort en T-shirt en dan een badjas eroverheen.
“Ik ga je toch echt helemaal aankleden.”
Hij was te moe.
“Pa, ik ga het toch doen. Dat is ook voor ma belangrijk. Dat je niet in je pyjama thuiskomt, maar gewoon in je spijkerbroek en je leren jas. Dan heeft zij ook een beetje het gevoel dat haar knappe man thuiskomt en niet iemand uit het ziekenhuis.”
Geen antwoord.
“Ik ga een teiltje met water pakken.”
Geen antwoord.
“Het is echt beter voor jullie allebei.”
“Is goed zuster Klivia.”
Wassen.
Scheren.
Tanden poetsen.
Voor het eerst in 6,5 week weer normale kleding aan.
Schoenen aan.
Lekker luchtje op.

Die middag droegen P. en ik de zorg voor zijn vader eindelijk over aan de verpleegkundigen en huisarts in zijn woonplaats. De pa van P. kreeg meteen 3 keer per dag thuiszorg in plaats van de 2 uur per week die het ziekenhuis had voorgeschreven. En er werd ook meteen een fysiotherapeut geregeld.

“Gaat het eigenlijk wel met jou Luun?’, vroeg de pa van P. vanuit zijn in de woonkamer geïnstalleerde hoog-laag-bed.
“Ik ben kapot pa”, zei ik, “ik heb iets van 80 uur niet geslapen, maar ik ben zo blij dat je hier nu ligt, je ziet er meteen een stuk gezonder uit in je eigen omgeving.”
Hij voelde zich ook goed. Of ik misschien even boven op het logeerbed wilde liggen?
“Nee, dat hoeft niet, ik ga dit weekend heerlijk bijslapen”, zei ik.
“Maar je mag nu ook wel even bij mij hier onder de dekens kruipen hoor”, grapte hij.

21

LUNA EN EEN VAN DE POT GERUKTE SITUATIE

Het eerste wat in me opkwam toen ik dinsdag de pa van P. samen met P. uit de auto tilde was; sweet mother of Jesus, heilige maagd Maria, God, Christen en zielen, tering, tyfus, waar ben ik aan begonnen?

Ik heb 48 uur niet geslapen.
Het waren enerverende dagen en nachten.
En dat is een fucking understatement.

Ik heb de pa van P. minstens 30 keer naar het toilet gebracht.
Bij die 30 keer zaten 10 ‘ongelukjes’.
Uitgekleed.
Gewassen.
Aangekleed.

Gelukkig heb ik wat ervaring in de ouderenzorg en had ik de tegenwoordigheid van geest om gisteren even langs de apotheek te gaan om incontinentieslipjes voor ‘m te halen.
Waren ze vanuit het ziekenhuis vergeten mee te geven.
Of misschien wisten ze niet eens dat hij ietwat incontinent was.
Of misschien hebben ze nooit goed opgelet toen hij richting het toilet schuifelde.
Misschien heeft de pa van P. wel tegen het ziekenhuispersoneel gezegd dat het allemaal prima ging met z’n toiletbezoek, maar zei hij dat omdat hij zich er eigenlijk voor schaamde.
Misschien wilden ze de pa van P. zo snel mogelijk kwijt.
Misschien wilden ze de pa van P. zo snel mogelijk kwijt.
Misschien wilden ze de pa van P. zo snel mogelijk kwijt.

Het hoogtepunt van gisteren was toch wel het moment dat de pa van P. per ongeluk het incontinentiemateriaal door het toilet spoelde.
Toiletpot verstopt.
Loodgieter regelen.
Dat was eigenlijk nog best lachen.

Gelukkig heb ik wat ervaring in de ouderenzorg en weet ik hoe ik iemand zo handig mogelijk in en uit bed kan tillen. In m’n eentje.
Gelukkig heb ik wat ervaring in de ouderenzorg en weet ik hoe ik iemand zo handig mogelijk een schone onderbroek, schoon T-shirt of schone trui aantrek.
Gelukkig heb ik wat ervaring in de ouderzorg en kijk ik niet op of om van wat urine hier of daar.

Maar al heb ik wat ervaring in de ouderenzorg, het is zo 100 keer anders als het om je schoonvader gaat.
Godverredomme.

En het is zo anders als je het al 48 uur achter elkaar doet.

Hij is zijn schaamte voorbij.
Ik ben mijn plaatsvervangende schaamte voorbij.
Na 48 uur.

Ik ben kapot.
Ik ben gesloopt.
Ik kan wel janken.

Deze hele situatie,
kan toch godver,
de godver,
de godverredomme,
niet de bedoeling zijn?

39

LUNA GAAT EVENTJES MANTELZORGEN

“Nou, dus uw vader mag vandaag naar huis”, vertelde een verpleegkundige deze morgen telefonisch tegen P.
“Wat?”, vroeg P.
“Uw vader mag naar huis.”
“Ik dacht dat we tijdens dit gesprek zouden kijken hoe de huidige thuissituatie is en wat we daaraan moeten veranderen voordat mijn vader überhaupt naar huis komt.”
“Maar uw vader mag vandaag naar huis.”
“Maar u weet niets van de thuissituatie.”
“Maar hij kan naar huis.”
“Ja, dat gesprek hebben we met de oncoloog gehad, hij mag naar huis om daar verder te revalideren, maar we zouden nog een gesprek hebben over hoe en wat. Wat heeft mijn vader nodig, wat kan de thuiszorg doen, wat kan mijn moeder aan.”
“Dat is dit gesprek.”
“Maar u zegt dat hij vandaag naar huis kan.”
“Ja, hij gaat vandaag naar huis.”

Minstens 20 telefoontjes op en neer tussen ziekenhuis, huisarts en andere instanties volgen.

De conclusie: P.’s vader moet naar huis.

En snel graag een beetje. Vandaag dus.

Er is bij P.’s ouders thuis 1 steile trap.
Er is maar 1 bed boven.
Het toilet is beneden.
P.’s vader kan amper lopen.
En dat zijn dan nog alleen een paar praktische bezwaren.
Zijn moeder is momenteel zo ziek van alle stress, het op-en-neer van emoties; wel kanker, geen kanker, uw man gaat dood, uw man gaat niet dood; dat ze het fysiek en geestelijk niet aankan om haar man thuis te hebben.

P.’s vader moet naar huis.
Vandaag.
Ineens.
Zonder overleg.
Hier hebben jullie hem weer terug!
Hij gaat voorlopig nog niet dood.
Zoek het uit!
Doei!

Maar zijn eigen huis en zijn eigen vrouw zijn daar momenteel nog niet op ingespeeld.

Dus P.’s vader komt vandaag naar huis.
Naar ons huis in Amsterdam.
Naar P. en mij en de poezen.

Ik heb mijn vertrouwen in een heleboel dingen verloren de afgelopen weken.
Maar gelukkig nog niet het vertrouwen in mezelf en in dat wat P. en ik samen aankunnen.

Mijn huis en hart staan de komende dagen volledig open voor de pa van P.

20

LUNA EN P.: AL 10 JAAR SAMEN

Afgelopen zaterdag, 21 februari, waren P. en ik precies 10 jaar samen. Die datum leek mij de uitgelezen datum om te gaan trouwen. Maar P. vind geen enkele datum een uitgelezen datum om te gaan trouwen, want hij wil niet trouwen. Nu niet, nooit niet. Hij houdt er niet van om in het middelpunt van de belangstelling te staan en mijn argument dat het die dag dus echt niet om hem zal draaien, doei, maar alleen om mij, mij, mij en mijn 10 verschillende trouwjurken, sterkte hem juist in zijn mening. Ik heb hem ook het woordje ‘bridezilla’ horen gebruiken. “Dan niet”, sis ik al jaren, maar stiekem hoop ik elke dag dat hij me toch vraagt. Ooit. Ik wacht. Dus wij trouwden niet afgelopen zaterdag. Wie die dag wél trouwden waren mijn lieve vriendinnetje H. en haar alderliefste G.! En pas toen P. en ik die middag richting de Odeon liepen kwamen we erachter dat wij elkaar precies 10 jaar geleden ook voor het eerst zagen in de Odeon. “Het is toch wel heel toevallig dat ze hun bruiloft in de Odeon vieren, toch, in ieder geval een beetje raar, of toevallig, of het lot, of niet liefje?”, vroeg ik aan P., maar P. vond helemaal niks raar. “Liefje, we doen gewoon net alsof dit onze bruiloft is”, zei P., “scheelt ons een hoop gedoe.” Maar dat wilde ik niet. Ik wil het echt. Helemaal echt. Alleen van ons. In Las Vegas met z’n tweetjes mag ook. Als we op onze bruiloft maar net zulke lieve dingen tegen elkaar zeggen als H. en G. deden zaterdag, want wat een cadeau was het om daarbij te mogen zijn. Ik heb zelden zo veel gehuild op een bruiloft. Vriendinnetje H. had al haar moed, inclusief vlekken in haar nek, verzameld om in heel veel mooie woorden aan G. te vertellen waarom ze met hem wilde trouwen. En G., als zanger, die kwam er natuurlijk niet onderuit om een zelfgeschreven lied voor haar te zingen. “Liefje”, snikte ik, “ik wil ook dat je zulke lieve dingen tegen mij zegt tijdens onze bruiloft.” “Maar we kunnen toch elke dag lieve dingen tegen elkaar zeggen?”, vond hij. Nee! Vond ik niet. Dit was iets héél anders allemaal. “Ik wil gewoon óók een keertje trouwen”, piepte ik zielig, maar een paar uur later liet P. mij alleen op het feestje om nog even bij zijn pa in het ziekenhuis te checken of alles goed ging. Toen ik die nacht thuis kwam vond ik op de tafel een briefje met hele lieve woorden.

8

10 JAAR P. EN LUNA

Morgen, 21 februari 2009, is het precies 10 jaar geleden dat P. en ik elkaar leerden kennen! En net op die dag, de dag dat ik eigenlijk met P. had willen gaan trouwen (als hij in Godsnaam ook ooit met mij wil trouwen) gaat mijn vriendinnetje H. met haar G. trouwen. Ach ja, het is in ieder geval feest morgen!

15

LUNA’S HOUTEN BROCHES


Ook leuk; de broches die ik de afgelopen tijd maakte van oude houten kinderpuzzels! Ik heb er inmiddels minstens 100 liggen hier, dus het wordt tijd ze ook maar eens te gaan verkopen. Maar hoe! Maar hoe? Puur ter kijk en vergelijk heb ik vandaag een andere shop opgezet…

Luna’s Wooden Puzzle Broches shop

p.s.: Tips, trucs en advies over het (goed) opzetten van een webshop worden hier in huize Luna zéér gewaardeerd!

29

LUNA’S BABUSHKA-SHOP


Ik heb 3 maanden niet echt gewerkt en ik merk dat dat me opbreekt. Als ik geen dingen maak of creëer, dan voel ik me eigenlijk gewoon kut. Een dag niks gemaakt, is een dag niet geleefd, zoiets. En nu we nog niet weten welke kant het op zal gaan met de pa van P. is het belangrijk om het normale leven weer op te pakken. Dus ik ben weer een beetje begonnen. Op een soort van arbeidstherapeutische basis dan. Juist de dingen gaan doen waar ik zo’n hekel aan heb; het fotograferen en online zetten van dat wat ik al veel eerder heb gemaakt. En ik ben vandaag aan de slag gegaan met de Babushka Broches. Nu dus eindelijk ook te koop.

Luna’s Babushka Brooches shop.

16

LUNA’S BESTE CADEAU OOIT

Er zijn van die dingen waarvan je denkt; komt niet aan bij m’n man. Ik kan uren en uren tegen ‘m lopen ouwehoeren, zeuren of zeiken over dit onderwerp, maar echt aankomen doet het niet. Dacht ik. Een soort van omgekeerde versie van zijn voetbal-gelul tegen mij. Dan zit hij voor het beeldscherm naar een voetbalwedstrijd te staren en roept hij ineens; “Kijk dan, wat een mooie goal”, of “Kijk eens, wat geweldig”, of “Met die jongens heb ik vroeger nog getraind.” En dan heb ik zoiets van; ik weet niet tegen wie jij het hebt, maar mij doe je hier geen plezier mee en ik zal ook niet opkijken uit m’n kookboek om die prachtige pass in de herhaling nog eens terug te zien. Doei! En zo loop ik al jaren tegen hem te lullen en te lullen over koken. En eten. En alle mogelijke combinaties daarvan. “Jesus, het lijkt wel of jij Gilles de la Tourette de la Cuisine hebt”, zei hij onlangs. “Hoezo?”, vroeg ik. “Ja, jij roept te pas en te onpas ineens, uit het niets, de meest bizarre namen van gerechten en daar moet ik dan iets mee.” “Daar hoef je helemaal niks mee”, zei ik. “Als jij iets als ‘bietenbouillon met mierikswortelroom’ roept, dan moet ik toch zeggen dat ik liever aardappelpuree heb?”, zei hij. Dat hij het woordje ‘mierikswortelroom’ had onthouden was best bijzonder te noemen. Ik dacht dat meer dan 99% van mijn kook-gelul bij hem het ene oor in en het andere oor uit ging. Dus zeer groot was dan ook mijn verbazing toen partner P. gisteren ineens met een Valentijnscadeau kwam aanzetten. Had-ie de 9 jaar daarvoor nog nooit gedaan. En toen ik het zware cadeau optilde wist ik meteen wat het was. “Een le Creuset-pan!”, riep ik. “Heb je een le Creuset-pan voor me gekocht?!” Terloops heb ik wel eens laten vallen dat ik heel graag een le Creuset-pan wilde. En het lukte me maar niet om ze op vlooienmarkten of op marktplaats.nl te scoren. En een nieuwe vind ik eigenlijk te duur. Ik scheurde het papier van de doos af en trof het mooiste, liefste, meest attente en over-nagedachte cadeau ooit aan; een le Creuset-pan in de vorm van een hart. “Oh, dit vind ik wel héél erg lief”, zei ik ontroerd, “niet een beetje lief, maar dit zijn wel 100 punten.” “Ja”, zei P., “dat had ik wel gedacht. De komende tijd ben ik de gebraden haan.”

24