Auteur: Luna

LUNA GAAT HAAR DREAMS MAAR EENS FOLLOWEN

Ik woon in het huis van P. en moet voor zijn dochter zorgen.
Ik woon weer op m’n HAT-eenheid in de Bentinckstraat.
Ik woon weer bij m’n ouders.
Ik woon in m’n eentje in een prachtige, grote, luxe villa.
Ik woon op een heel klein kamertje met 15 katten.
Ik woon samen met Nina op een boerderij.
Ik woon helemaal alleen in de flat waar m’n oma vroeger woonde.

Hoe lang heb ik dit soort dromen gehad? Al jaren. Minimaal 1 keer per week. Ik ben alleen en J. is uit m’n leven.

Mijn atelier en kantoor hangen vol met dromenvangers. Daarnaast hangen uitgeprinte quotes: ‘Listen to your dreams, they were given to you for a reason’, ‘Follow your dreams’ en ‘It’s time to start living your dreams.’ In Godsnaam! Hoeveel hints kun je hebben! Nu wil ik helemaal niet zo’n tingeletangel-vrouwtje worden dat haar dromen elke nacht gaat opschrijven en er dan zo’n droomduidings-boekje bij pakt, maar het wordt for fuck’s sake toch wel eens tijd om er wat meer aandacht aan te besteden dan ik in het verleden heb gedaan.

Vannacht droomde ik dat ik met J. in de auto zat ergens in Tiel. Dochter S. zit achterin. Ineens zie ik J. voor de auto lopen, maar de auto rijdt nog. “Wat doe je? Ik kan toch niet autorijden”, roep ik, maar hij kijkt niet om. Ik kruip naar links en druk met m’n hand op het rempedaal. Ik voel een lichte trots, omdat ik dus heus wel het verschil tussen het gaspedaal en het rempedaal weet te vinden, ook al heb ik geen rijbewijs.

We staan voor 2 huizen met de nummers 24 en 25. Ik besluit bij nummer 25 naar binnen te gaan. Een blonde vrouw doet open en ik zie dat ze blind is. Echt blind. Ze kijkt langs me heen. “Wist je niet dat hij getrouwd was?”, vraag ik. Dat wist ze wel. “Maar ik ben die vrouw”, zeg ik en pak haar handen vast. Ik ben verbonden met deze vrouw. Ik ben niet boos. Zij voelt zich niet schuldig.

Dan pakt J. haar vast en onze handen laten los.
J. ziet er niet meer uit als J., maar als een man uit een Sopranos-aflevering.

“Je vindt nooit meer zo’n goede zoon als ik”, zegt hij tegen mij.

7

EN HOE HET DAN OOK WEER DAG WORDT

“Als je mij zoiets flikt, dan schrijf ik je helemaal, maar dan ook helemaal kapot.”

Ik zei bovenstaand zinnetje altijd lachend tijdens mijn 7,5 jaar durende relatie met J.

Nu hij me daadwerkelijk zoiets heeft geflikt, valt er weinig te lachen.

Ik heb de afgelopen 2 weken geleefd op adrenaline, koffie en sigaretten. En dankzij de steun van m’n ouders, m’n familie, m’n vrienden en vriendinnen, de ‘ex-wives-club’, online bekenden en online onbekenden is het me gelukt om binnen 2 weken te scheiden van J., al was zijn handtekening onder het convenant ook niet geheel onbelangrijk.

In de tussentijd schreef ik columns van verdriet. Columns van boosheid en haat. Columns van totale verbijstering. Hoe kan hij mij dit aandoen? Mij! En vooral; waarom? Waarom! Waarom? Ik begrijp er helemaal niets van! Ik heb columns geschreven met naam en toenaam, met foto’s, met geboortedatum, met BSN-nummers, met alles wat er hem maar te verwijten valt. Want hij moest kapot, maar dan ook helemaal kapot. Hij moest net zo kapot als dat hij mij kapot heeft proberen te maken. Hij moest net zulke deuken in z’n ziel en in z’n hart als ik, maar er is 1 zinnetje dat me ervan heeft weerhouden om al die columns vol emotie te publiceren; ‘Laat de liefde voor mezelf altijd 100 keer groter zijn dan mijn boosheid naar hem.’

Hij is niet belangrijk.

Ik wel.

41